Hier volgt de tekst van de door mij ingezonden brief die de basis vormde voor mijn gesprek met NRC:

Een woord vooraf: Ik ben faliekant tegen de bezuinigingen van de overheid in het onderwijs en ben van mening dat Nederland haar positie in Europa en in de wereld zal verliezen als gevolg van de jarenlange verkwanseling van het onderwijs; enerzijds door bezuiniging en anderzijds door het invoeren van ondoordachte en slecht onderbouwde onderwijsvernieuwingen. Als onderzoeker voor de Commissie Dijsselbloem en als getuige voor die commissie sta ik versteld van hoe de overheid ten aanzien van de dat laatste niets heeft geleerd.

Maar ik word ook moe van de stokpaarden die onbewezen zijn of waarvan juist bewezen is dat niet kloppen die ten strijde getrokken worden tegen de bezuinigingen. Simone Walvisch, voorzitter van de PO-Raad, haalt een zeer oud stokpaard van stal, namelijk het gevaar van grotere klassen. In 2012 publiceerde John Hattie een indrukwekkend boek dat de neerslag vormde van ruim 15 jaar onderzoek naar 816 meta-analyses van onderzoek naar hoe kinderen en jongeren het beste leren. In totaal analyseerde hij 62.169 studies met ruim 83 miljoen deelnemers! Hij beoordeelde in zijn boek 138 factoren die onderzocht zijn en waarvan de onderzoekers probeerde na te gaan of, hoe en in hoeverre zij het leren van de kinderen beïnvloeden. Vervolgens rangschikte hij die factoren naar de grootte van hun effect. Terwijl zaken als directe instructie en betrokkenheid van ouders vrij hoog stonden, kwam klassengrootte binnen op plaats 106! Met andere woorden, op z’n best had klassengrootte geen effect en op z’n slechtst (en volgens zijn rekenmethode) een negatief effect.

Dus, PO-Raad, VO-Raad, HBO-Raad, VSNU: Blijf vechten tegen de vernietigende bezuinigingen van de regering. Onze kinderen en hun onderwijs zijn onze toekomst. Maar scholen: Bezuinig AUB niet de op de remedial teacher of de interne begeleider (die beiden wel een bewezen positief effect hebben) omwille van het beperken van de grootte van de klas. Het effect van klassengrootte is gewoon een broodje-aap-verhaal en daarop baseert geen zinnige bestuurder school een beleid.

34
Reageer op dit artikel

avatar
14 Comment threads
20 Thread replies
0 Volgers
 
Most reacted comment
Hottest comment thread
14 Comment authors
mbonzinnigTeja BodewesPaul KirschnerBlogcollectief Onderzoek Onderwijs bestaat 1 jaar | Dick van der Wateren's BlogDick van der Wateren Recent comment authors

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  Subscribe  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Teja Bodewes
Gast
Teja Bodewes

Tja……. het is heel raar, maar mijn leerlingen hecht nu eenmaal meer waarde aan mijn feedback dan aan die van hun klasgenoten. Ook als ze wel in koppels werken (met name bij spreekvaardigheid) wordt regelmatig mijn hulp ingeroepen. Geeft niets: daar word ik voor betaald.
En ik? Ik ben net eender: bij problemen met de afvoer vraag ik het een loodgieter, bij medische klachten ga ik naar een arts en niet naar de buurvrouw.

Teja Bodewes
Gast
Teja Bodewes

Simpel voorbeeld: op dit moment ligt in mijn zes vwo groep Frans de nadruk op schrijfvaardigheid. Leerlingen schrijven dan allemaal een artikel dat ik volgens de B1 criteria beoordeel. Vervolgens worden drie producten geanonimiseerd klassikaal besproken. Hoewel pubers niet graag in het middelpunt van de belangstelling staan (zelfs niet anoniem), willen ze, zo in het examenjaar, toch wel allemaal graag dat hun product zo uitgebreid wordt toegelicht. Simpelweg omdat je nog meer leert van je eigen fouten dan van die van je klasgenoten. Mijn groep heeft dit jaar geluk: ze zijn met 22, dus ze komen relatief vaak aan bod… Lees verder »

trackback

[…] Geen wonder dat onderwijsonderzoekers, zoals Paul Kirschner concluderen: […]

Berend Cornel
Gast
Berend Cornel

Natuurlijk is het voor een leerkracht prettiger om een groep van 20-25 lln te hebben i.p.v. een groep van 30-35 lln. Maar ik ben ook van mening dat de opbrengsten niet in eerste instantie bepaald worden door de groepsgrootte. Ik ben wel van mening dat er in groepen altijd kinderen zijn die beter af zijn met extra hulp buiten de groep. De inzet van de RT-er is daarom bij mij op school ook een essentieel onderdeel van het hele onderwijsaanbod. Heel bewust kiezen we ook nog steeds voor ondersteuning buiten de groep omdat ik van mening ben dat het juist… Lees verder »

Dick van der Wateren
Beheerder

Berend, het is geen kwestie van prettiger of niet, alsof we het over een soort luxe hebben, maar van je leerlingen optimaal lesgeven of niet. En niet uitgeput thuis komen en weten dat je nog een avond lang moet nakijken en voorbereiden. en daar dan niet aan toekomen. Als je praat over opbrengsten, wat bedoel je dan? Is dat alleen hogere Citoscores, of is het nog wat meer? Is dat bijvoorbeeld ook zorg en aandacht voor kinderen die dat nodig hebben? In een klas met 30 of meer pubers heb ik mijn handen vol om ze aan het werk te… Lees verder »

lonnekebindels
Gast

Misschien zijn leraren net mensen. De een kan het makkelijk aan, lesgeven aan een grote groep, de ander lukt dat minder goed. Heeft ook veel te maken met structuren, overwicht, efficiency, voorbereiding en vooral boeiend lesgeven met bezieling. Onderwijzen is een vak.! Leer de technieken dan kun je zowel aan 1 als aan 50 leerlingen lesgeven!

Dick van der Wateren
Beheerder

Met alle respect, Lonneke, heb jij vaak voor een klas van 50 gestaan?

lonnekebindels
Gast

38 Dick. Dagelijkse praktijk

Dick van der Wateren
Beheerder

Jij zelf of je medewerkers? Ik begrijp dat je interimmanager bent.

lonnekebindels
Gast

Ikzelf ook 🙂 Het gaat hier in de discussie over het leren van kinderen. Niet over of je het als leraar dan nog leuk vindt of op je oude vertrouwde manier je werk kunt blijven doen. Je zult je werkwijze moeten aanpassen aan de omstandigheden. Dat ook ik liever kleinere groepen zie is geen geheim, juist omdat ik weet dat het niet iedere leerkracht gegeven is om met een hele grote groep te werken. Moraal van mijn verhaal: de kwaliteit en vaardigheid van de leerkracht is vele malen belangrijker dan de groepsgrootte.

Dick van der Wateren
Beheerder

Ben ik volkomen met je eens. Dat blijkt ook uit o.a. Hatties onderzoek. Al zijn er inmiddels ook, bv Zweedse, studies die tot andere conclusies komen. Mijn punt is dan ook niet zozeer wie gelijk heeft in deze discussie. Jeroen Goes schrijft op de site van hetkind (http://hetkind.org/2013/08/18/grote-of-kleine-klassen-de-onderwijsdiscussie-zou-er-niet-over-moeten-gaan/) terecht dat we in een welles-nietes-discussie belanden en dat we ons beter druk kunnen maken over belangrijker zaken, zoals weer nieuwe bezuinigingen op onderwijs. Waar ik me druk over maak – en dat is o.a. waarom we deze blog startten – is dat wat werkt en wat niet werkt bepaald wordt door… Lees verder »

Dick van der Wateren
Beheerder

En apropos, is arbeidsvreugde van je medewerkers echt zo’n slecht argument?

lonnekebindels
Gast

Ik snap je punten, en nee, arbeidsvreugde is een groot goed. En ja, onderzoeksgegevens passen altijd wel in iemands straatje. Jouw laatste opmerking heeft alles te maken met welke kwaliteiten er op dat moment in die groep nodig zijn. Of onze beleidmakers de juiste keuzes maken met beperkte middelen is een politiek verhaal. Daar heb je met enige regelmaat een kleine invloed op en wellicht via discussies als deze. Laat andermans besluiten echter niet je eigen arbeidsvreugde vergallen, want dan wordt het tijd voor wat anders 🙂

Dick van der Wateren
Beheerder

Mijn arbeidsvreugde staat niet ter discussie. Ik vind dat docenten meer invloed moeten hebben op het beleid dat de kwaliteit van hun werk bepaalt. Het is te gek voor woorden dat in geen van de adviesorganen van onderwijs ook maar een leraar zitting heeft. Zie ook de blog van Jelmer Evers, lid van dit collectief. En wat betreft de wetenschappelijke argumenten, zie het motto boven deze groepsblog: “Wij willen onderwijskundig onderzoek toetsen aan onze dagelijkse onderwijspraktijk en ervaringen uitwisselen over wat werkt en niet werkt in de klas. Daarbij laten we ons informeren door onderzoek, niet leiden.” Dat staat daar… Lees verder »

Eus van Hove
Gast
Eus van Hove

In Finland – beste onderwijs van Europa – zijn klassen science-vakken niet groter dan 18 leerlingen.

Marieke
Gast
Marieke

Uit veel onderzoek blijkt dat het opleidingsniveau van de leraar na het opleidingsniveau van de ouders de belangrijkste factor is in het leersucces van leerlingen. Daar waar het leraarsberoep veel hogeropgeleiden aantrekt, zul je dus het beste onderwijs vinden. Ik vermoed dat kleinere klassen ervoor zullen zorgen dat meer hogeropgeleiden leraar willen worden (ik ken iig uit mijn studietijd meerdere mensen die best les wilden geven, “maar niet aan dertig pubers tegelijk”. Eentje ging lesgeven in het particulier onderwijs aan groepjes van acht leerlingen, een ander op de volksuniversiteit.) Ik denk dus dat kleinere klassen wel degelijk voor beter onderwijs… Lees verder »

Drs. Henk Boonstra
Gast

Graag zou ik van de auteur en onderzoeker willen weten wat hij vindt van het feit dat er een enorme discrepantie bestaat tussen het systeem van de basisschool en die van de universiteit. Op de universiteit kun je zonder problemen 6 jaar doen over een studie van in principe 4 jaar en dat gaat niet zoals bij de basisschool gepaard met een doublure voor de studenten die het normale tempo niet kunnen of willen volgen. De universitaire student mag de totale leerstof simpelweg UITSMEREN over 5 of 6 jaar. Ik vond het erg jammer dat de langstudeerdersboete niet doorging! Hoe… Lees verder »

Dick van der Wateren
Gast

Mijn indruk na herlezing van Hattie (2012, Visible Learning for Teachers) en Blatchford (2012, in Bad Education: Debunking Myths in Education) is dat de meeste onderzoeken over het effect van klassenverkleining gedaan zijn in het primair onderwijs. Daar blijkt het positieve effect van kleinere klassen het grootst voor de jongste kinderen. De paar experimentele onderzoeken die er gedaan zijn geven indicaties voor lange-termijn effecten. De onderzoeken, die ik in mijn vorige reactie noemde, zetten overigens vraagtekens bij de stelligheid van de bewering dat klassengrootte geen effect heeft. Verder valt me op dat eigenlijk nauwelijks wordt gekeken naar echt grote klassen,… Lees verder »

Christine Prast
Gast
Christine Prast

Als ik het goed begrijp is datgene wat wel effect heeft op kwaliteit van onderwijs Feedback aan de docent. (effect size 1.13) In Amerika is een groot project, gefinancierd door de Bill en Melinda Gates foundation: MET project. Measures of Effective Teaching. http://www.metproject.org. D.m.v. verschillende wetenschappelijk gefundeerde instrumenten (video, observaties, studentsurveys) krijgen docenten feedback op hun lesgeven. De scores op de testen zijn een voorspeller voor learning outcomes van de leerlingen. Is dit project in Nederland al bekend? Als feedback aan docenten zo’n duidelijke voorspeller is voor onderwijskwaliteit, dan zou het toch mooi zijn als de discussie verschuift van klassengrootte… Lees verder »

Dick van der Wateren
Gast

Bedenk wel dat Gates en zijn rijke vrienden met name bezig zijn het openbare onderwijs in de VS onderuit te halen en de charter schools, die gerund worden door investeerders, te bevorderen. Lees wat Diane Ravitch daarover schrijft http://dianeravitch.net/category/gates-foundation/ en bv ook hier http://dianeravitch.net/2013/06/21/linda-darling-hammond-responds-to-nctq/ MET wordt met name gebruikt om leraren te beoordelen aan de hand van de testscores van hun leerlingen (high stakes tests). Die beoordeling kan tot hun ontslag leiden, wat inmiddels duizenden amerikaanse docenten is overkomen. Of we in Nederland dus een voorbeeld moeten nemen aan het MET project is voor mij geen vraag. Maar ik vrees… Lees verder »

Dick van der Wateren
Gast

Re: feedback
Je hebt volkomen gelijk dat feedback een heel effectieve interventie is, naast veel andere die het onderwijs kunnen verbeteren. Voordeel: ze kosten niets (of hoogstens wat bijscholing).
Lees daarover Dylan Wiliams boek ‘Embedded Formative Assessment’, of Alfie Kohns ‘Beyond Discipline’.
Niettemin ben ik zo vrij om de discussie over klassengrootte nog even voort te zetten en niet over te laten aan experts of beleidsmakers die zelf niet voor de klas staan.

els
Gast
els

ik meen me te herinneren dat Hattie zei dat “klasgrootte heeft geen effect als je op dezelfde manier blijft lesgeven.” Hij gaf een voorbeeld waarbij in een klas van 50 lln. met een megafoon lesgegeven werd en toen de klassen kleiner werden, dat op dezelfde manier bleef gebeuren. Het lijkt logisch dat je dan weinig positief effect hebt. Wanneer je echter de mogelijkheid aangrijpt om in een kleinere klas dingen in te zetten die in een grote klas niet of moeilijk gaan (en daarbij juist die dingen in het oog houdt die groot effect hebben) dit wel een positief resultaat… Lees verder »

Dick van der Wateren
Gast

Overigens werd ik vandaag door medeblogger Michel Couzijn (@hminkema) gewezen op enkele studies die precies het tegenovergestelde effect suggereren: kleinere klassen hebben op de langere termijn wel degelijk positieve gevolgen voor onderwijsprestaties en zelfs arbeidsloon. Zie: http://t.co/xmh1jKcG3E en http://t.co/RQESx5K1xT. En Pedro De Bruyckere vond deze http://t.co/Zb9AZrLr5N

Dick van der Wateren
Gast

Paul, Je kunt niet de ervaringen van docenten simpelweg afdoen met argumenten als ‘broodje-aap-verhalen’ of stokpaarden. Los van het feit dat het nogal respectloos is, gooi je daarmee een belangrijke informatiebron overboord. Niet alles dat niet in statistieken of metastudies is samen te vatten is waardeloos. Ook losse waarnemingen, mits goed beschreven, hebben wetenschappelijke waarde. Ik denk daarbij aan bv. de medische wetenschap, astronomie, of mijn eigen vak, de geologie. Zoals ik hierboven al schreef, grotere klassen betekent simpelweg minder zorg en aandacht voor individuele leerlingen. Ik daag je uit dat te weerleggen. Dat heeft zonder meer effect op de… Lees verder »

bonestroo
Gast
bonestroo

De vraag waar het hier eigenlijk om draait is: wat is nu eigenlijk “goed” onderwijs? Hattie kijkt daarvoor naar kwantitatieve onderzoeken die het effect op leerprestaties van leerlingen hebben gemeten. “Goed” onderwijs is in die termen dus onderwijs waarbij hoge scores op tests worden behaald. Hattie kijkt niet naar subjectievere zaken, zoals de sfeer in de klas, of naar persoonlijke aandacht die een leerling al dan niet krijgt. Hij probeert ook geen antwoord te geven op de vraag of een leerling daadwerkelijk wordt voorbereid op zijn of haar rol in de maatschappij van de toekomst. Ook met betrekking tot de… Lees verder »

Dick van der Wateren
Gast

Ik vind het interessant dat Hattie in zijn boek ‘Visible Learning for Teachers’, waarin het woord ‘achievement’ 175 keer voorkomt, schrijft: “… one of the more profound findings that has driven me as a father is the claim of Levin, Belfield, Muennig, and Rouse (2006) that the best predictor of health, wealth, and happiness in later life is not school achievement, but the number of years in schooling. Retaining students in learning is a highly desirable outcome of schooling, and because many students make decisions about staying in schooling between the ages of 11 and 15, this means that the… Lees verder »

Ingrid ter Horst
Gast

Hattie heeft diverse grote onderzoeken gedaan naar het effect van o.a. klassengrootte, maar heeft in zijn onderzoeken een aantal aspecten niet meegenomen. Een van die aspecten is de sociale achtergrond van de leerling. Mijn ervaring in tegenstelling tot Hattie, is wel degelijk dat de grootte van de klas uitmaakt. De sociale en emotionele binding komt o.a. veel langzamer tot stand. Ik ben van mening dat het bezuinigen van o.a. remedial teaching helemaal niets te maken heeft met de grootte van een klas.

Dick van der Wateren
Gast

Je zult lang moeten zoeken voor je een docent vindt die, als hij mag kiezen tussen een klas van 20 en een klas van 30 leerlingen, de grootste klas neemt. Niet omdat hij lui is, maar omdat het evident is dat je in een grotere klas minder aandacht kunt geven aan individuele leerlingen. Als je alleen maar hoorcolleges geeft, maakt het misschien weinig uit, maar als je kinderen moet helpen met sommen of andere opdrachten, kun je er in een lesuur maar een beperkt aantal bedienen. Ik heb geen idee hoe het effect van grote en kleine klassen is gemeten… Lees verder »

About Paul Kirschner

Nederlands: Prof. dr. Paul A. Kirschner, dr.h.c. is Universiteishoogleraar en hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit. Hij is ook Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University (Finland) waar hij ook een Eredoctoraat heeft (doctor honoris causa). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied en heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en is lid van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF. Hij is Fellow of the American Educational Research Association (AERA; NB de eerste Europeaan aan wie deze eer werd toegekend), de International Society of the Learning Sciences (ISLS) en van de Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science of the Royal Dutch Academy of Sciences (NIAS-KNAW). Hij was President van de International Society for the Learning Sciences (ISLS) in de periode 2010-2011. Hij is Hoofdredacteur van de Journal of Computer Assisted Learning en Commissioning Editor van Computers in Human Behavior, en hij is auteur van Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum). Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten). Hij is ook medeauteur van het boek Jongens zijn slimmer dan meisjes XL (EN: Urban Myths about Learning and Education). Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), het ontwerpen van innovatieve, elektronische leeromgevingen, mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden. English: Paul A. Kirschner (1951) is Distinguished University Professor and professor of Educational Psychology at the Open University of the Netherlands as well as Visiting Professor of Education with a special emphasis on Learning and Interaction in Teacher Education at the University of Oulu, Finland where he was also honoured with an Honorary Doctorate (doctor honoris causa). He was previously professor of Educational Psychology and Programme Director of the Fostering Effective, Efficient and Enjoyable Learning environments (FEEEL) programme at the Welten Institute, Research Centre for Learning, Teaching and Technology at the Open University of the Netherlands. He is an internationally recognised expert in the fields of educational psychology and instructional design. He is Research Fellow of the American Educational Research Association and the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science. He was President of the International Society for the Learning Sciences (ISLS) in 2010-2011, member of both the ISLS CSCL Board and the Executive Committee of the Society and he is an AERA Research Fellow (the first European to receive this honour). He is currently a member of the Scientific Technical Council of the Foundation for University Computing Facilities (SURF WTR) in the Netherlands and was a member of the Dutch Educational Council and, as such, was advisor to the Minister of Education (2000-2004). He is chief editor of the Journal of Computer Assisted Learning, commissioning editor of Computers in Human Behavior, and has published two very successful books: Ten Steps to Complex Learning (now in its third revised edition and translated/published in Korea and China) and Urban Legends about Learning and Education (also in Dutch, Swedish, and Chinese). He also co-edited two other books (Visualizing Argumentation and What we know about CSCL). His areas of expertise include interaction in learning, collaboration for learning (computer supported collaborative learning), and regulation of learning.

Category

klasgrootte, onderzoek

Tags