Grotere klassen

Hier volgt de tekst van de door mij ingezonden brief die de basis vormde voor mijn gesprek met NRC:

Een woord vooraf: Ik ben faliekant tegen de bezuinigingen van de overheid in het onderwijs en ben van mening dat Nederland haar positie in Europa en in de wereld zal verliezen als gevolg van de jarenlange verkwanseling van het onderwijs; enerzijds door bezuiniging en anderzijds door het invoeren van ondoordachte en slecht onderbouwde onderwijsvernieuwingen. Als onderzoeker voor de Commissie Dijsselbloem en als getuige voor die commissie sta ik versteld van hoe de overheid ten aanzien van de dat laatste niets heeft geleerd.

Maar ik word ook moe van de stokpaarden die onbewezen zijn of waarvan juist bewezen is dat niet kloppen die ten strijde getrokken worden tegen de bezuinigingen. Simone Walvisch, voorzitter van de PO-Raad, haalt een zeer oud stokpaard van stal, namelijk het gevaar van grotere klassen. In 2012 publiceerde John Hattie een indrukwekkend boek dat de neerslag vormde van ruim 15 jaar onderzoek naar 816 meta-analyses van onderzoek naar hoe kinderen en jongeren het beste leren. In totaal analyseerde hij 62.169 studies met ruim 83 miljoen deelnemers! Hij beoordeelde in zijn boek 138 factoren die onderzocht zijn en waarvan de onderzoekers probeerde na te gaan of, hoe en in hoeverre zij het leren van de kinderen beïnvloeden. Vervolgens rangschikte hij die factoren naar de grootte van hun effect. Terwijl zaken als directe instructie en betrokkenheid van ouders vrij hoog stonden, kwam klassengrootte binnen op plaats 106! Met andere woorden, op z’n best had klassengrootte geen effect en op z’n slechtst (en volgens zijn rekenmethode) een negatief effect.

Dus, PO-Raad, VO-Raad, HBO-Raad, VSNU: Blijf vechten tegen de vernietigende bezuinigingen van de regering. Onze kinderen en hun onderwijs zijn onze toekomst. Maar scholen: Bezuinig AUB niet de op de remedial teacher of de interne begeleider (die beiden wel een bewezen positief effect hebben) omwille van het beperken van de grootte van de klas. Het effect van klassengrootte is gewoon een broodje-aap-verhaal en daarop baseert geen zinnige bestuurder school een beleid.

About Paul Kirschner

Paul A. Kirschner is Universiteishoogleraar aan de Open Universiteit. Daarvoor was hij hoogleraar Onderwijspsychologie en directeur van het Fostering Effective, Efficient and Enjoyable Learning environments (FEEEL) programma aan het Welten-instituut (OU).. Hij is ook Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University (Finland). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied en heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en is tegenwoordig lid van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF. Hij was President van de International Society for the Learning Sciences (ISLS) in de periode 2010-2011 en is tevens Fellow van de American Educational Research Association (en de eerste Europeaan die deze eer ontving). Hij is redacteur bij de hoog aangeschreven wetenschappelijke tijdschriften Journal of Computer Assisted Learning en Computers in Human Behavior, en hij is auteur van Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum). Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten) en voor Van 12-18. In maart verscheen zijn nieuwe boek Urban Myths about Learning and Education. Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), het ontwerpen van innovatieve, elektronische leeromgevingen, mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden.

34 Reacties to “Grotere klassen”

  1. Hattie heeft diverse grote onderzoeken gedaan naar het effect van o.a. klassengrootte, maar heeft in zijn onderzoeken een aantal aspecten niet meegenomen. Een van die aspecten is de sociale achtergrond van de leerling. Mijn ervaring in tegenstelling tot Hattie, is wel degelijk dat de grootte van de klas uitmaakt. De sociale en emotionele binding komt o.a. veel langzamer tot stand. Ik ben van mening dat het bezuinigen van o.a. remedial teaching helemaal niets te maken heeft met de grootte van een klas.

    Like

    • Je zult lang moeten zoeken voor je een docent vindt die, als hij mag kiezen tussen een klas van 20 en een klas van 30 leerlingen, de grootste klas neemt. Niet omdat hij lui is, maar omdat het evident is dat je in een grotere klas minder aandacht kunt geven aan individuele leerlingen. Als je alleen maar hoorcolleges geeft, maakt het misschien weinig uit, maar als je kinderen moet helpen met sommen of andere opdrachten, kun je er in een lesuur maar een beperkt aantal bedienen.
      Ik heb geen idee hoe het effect van grote en kleine klassen is gemeten bij die meta-onderzoeken. Ik zal Hattie er nog eens op nalezen.

      Like

  2. Ingrid,

    Een paar punten. In zijn meta-meta-analyse is er – voor zo ver ik het kan zien – wel rekening gehouden met een reeks van achtergrond variabelen; in totaal 138. Over jouw ervaringen, kan ik alleen zeggen dat casuïstiek is geen onderzoek en is bijna nooit generaliseerbaar, Tot slot, wat betreft remedial teaching: De voorzitter van de PO-Raad zei in het artikel in de NRC van 12 augustus dat omwille van het niet laten toenemen van klassengrootte zijn remedial teachers en interne begeleiders ontslagen. Dat zijn haar woorden en niet de mijne.

    Like

    • Je blog zou een completer beeld geven als je de effectscore van remedial ook zou meenemen. Feedback scoort hoog maar dan met name leerling naar leerling. Summerschool scoort zeer laag of mag ik dat niet onder de noemer remedial zien?

      Like

  3. Paul,
    Je kunt niet de ervaringen van docenten simpelweg afdoen met argumenten als ‘broodje-aap-verhalen’ of stokpaarden. Los van het feit dat het nogal respectloos is, gooi je daarmee een belangrijke informatiebron overboord. Niet alles dat niet in statistieken of metastudies is samen te vatten is waardeloos. Ook losse waarnemingen, mits goed beschreven, hebben wetenschappelijke waarde. Ik denk daarbij aan bv. de medische wetenschap, astronomie, of mijn eigen vak, de geologie.
    Zoals ik hierboven al schreef, grotere klassen betekent simpelweg minder zorg en aandacht voor individuele leerlingen. Ik daag je uit dat te weerleggen. Dat heeft zonder meer effect op de kwaliteit van het onderwijs. Misschien verschillen jij en ik over de definitie van die kwaliteit. Voor mij is het in elk geval meer dan alleen de testscores en examenresultaten, al ben ik ervan overtuigd dat ook die gebaat zijn bij kleinere klassen.
    Ik weet niet hoe Hattie de kwaliteit van het onderwijs in die 62.169 studies gemeten heeft. Zijn al die studies met elkaar te vergelijken, m.a.w. meten die onderwijskwaliteit op de zelfde manier? Ik ga er Hattie weer op nalezen.
    En ja, natuurlijk zijn er andere factoren die meer effect hebben. So what?
    Ik vrees dat we hier toch echt op een kloof tussen academisch onderzoek en onderwijspraktijk stuiten, waar we (o.a. In deze blog) iets aan moeten doen. Leerlingen en docenten als studieobjecten beschouwen doet weinig recht aan de werkelijkheid van schoolklassen. Veel beter is het m.i. als onderzoekers en docenten samenwerken in onderzoeken naar wat werkt in de schoolpraktijk, waarbij ook docenten met een wetenschappelijke blik naar hun werk kijken. Maar daarover gaat mijn volgende post.

    Like

    • De vraag waar het hier eigenlijk om draait is: wat is nu eigenlijk “goed” onderwijs? Hattie kijkt daarvoor naar kwantitatieve onderzoeken die het effect op leerprestaties van leerlingen hebben gemeten. “Goed” onderwijs is in die termen dus onderwijs waarbij hoge scores op tests worden behaald. Hattie kijkt niet naar subjectievere zaken, zoals de sfeer in de klas, of naar persoonlijke aandacht die een leerling al dan niet krijgt. Hij probeert ook geen antwoord te geven op de vraag of een leerling daadwerkelijk wordt voorbereid op zijn of haar rol in de maatschappij van de toekomst. Ook met betrekking tot de ervaren werkdruk en -beleving van docenten doet hij geen uitspraken. Ik neem voor het gemak aan dat Hattie zijn onderzoek zorgvuldig heeft opgezet en uitgevoerd dat zijn bevindingen voor de leerprestaties dan ook wel kloppen. Maar ik denk dat er bij dit vraagstuk veel meer, misschien zelfs wel belangrijkere, zaken zijn om naar te kijken.

      Like

      • Ik vind het interessant dat Hattie in zijn boek ‘Visible Learning for Teachers’, waarin het woord ‘achievement’ 175 keer voorkomt, schrijft:
        “… one of the more profound findings that has driven me as a father is the claim of Levin, Belfield, Muennig, and Rouse (2006) that the best predictor of health, wealth, and happiness in later life is not school achievement, but the number of years in schooling. Retaining students in learning is a highly desirable outcome of schooling, and because many students make decisions about staying in schooling between the ages of 11 and 15, this means that the school and learning experience at these ages must be productive, challenging, and engaging to ensure the best chance possible that students wil stay in school.”
        Met andere woorden, waar het in het onderwijs echt om gaat (zou moeten gaan) heeft minder te maken met ‘academic achievement’ dan met zaken als motivatie, uitdaging, creativiteit, zorg en aandacht, allemaal zaken die lastiger te meten zijn dan testuitslagen en examenresultaten.

        Like

  4. Overigens werd ik vandaag door medeblogger Michel Couzijn (@hminkema) gewezen op enkele studies die precies het tegenovergestelde effect suggereren: kleinere klassen hebben op de langere termijn wel degelijk positieve gevolgen voor onderwijsprestaties en zelfs arbeidsloon. Zie: http://t.co/xmh1jKcG3E en http://t.co/RQESx5K1xT. En Pedro De Bruyckere vond deze http://t.co/Zb9AZrLr5N

    Like

  5. ik meen me te herinneren dat Hattie zei dat “klasgrootte heeft geen effect als je op dezelfde manier blijft lesgeven.” Hij gaf een voorbeeld waarbij in een klas van 50 lln. met een megafoon lesgegeven werd en toen de klassen kleiner werden, dat op dezelfde manier bleef gebeuren. Het lijkt logisch dat je dan weinig positief effect hebt. Wanneer je echter de mogelijkheid aangrijpt om in een kleinere klas dingen in te zetten die in een grote klas niet of moeilijk gaan (en daarbij juist die dingen in het oog houdt die groot effect hebben) dit wel een positief resultaat kan hebben. Ik denk dat niet niet alleen het effect speelt van grote of kleine klassen, maar het juist de kunst is om kleine klassen te combineren met andere factoren.

    Like

  6. Als ik het goed begrijp is datgene wat wel effect heeft op kwaliteit van onderwijs Feedback aan de docent. (effect size 1.13)
    In Amerika is een groot project, gefinancierd door de Bill en Melinda Gates foundation: MET project. Measures of Effective Teaching. http://www.metproject.org.
    D.m.v. verschillende wetenschappelijk gefundeerde instrumenten (video, observaties, studentsurveys) krijgen docenten feedback op hun lesgeven. De scores op de testen zijn een voorspeller voor learning outcomes van de leerlingen.
    Is dit project in Nederland al bekend?

    Als feedback aan docenten zo’n duidelijke voorspeller is voor onderwijskwaliteit, dan zou het toch mooi zijn als de discussie verschuift van klassengrootte naar het geven van docentfeedback.

    Is het MET project in Nederland bekend ?

    Like

    • Bedenk wel dat Gates en zijn rijke vrienden met name bezig zijn het openbare onderwijs in de VS onderuit te halen en de charter schools, die gerund worden door investeerders, te bevorderen. Lees wat Diane Ravitch daarover schrijft http://dianeravitch.net/category/gates-foundation/ en bv ook hier http://dianeravitch.net/2013/06/21/linda-darling-hammond-responds-to-nctq/
      MET wordt met name gebruikt om leraren te beoordelen aan de hand van de testscores van hun leerlingen (high stakes tests). Die beoordeling kan tot hun ontslag leiden, wat inmiddels duizenden amerikaanse docenten is overkomen.
      Of we in Nederland dus een voorbeeld moeten nemen aan het MET project is voor mij geen vraag. Maar ik vrees het ergste als ik naar Sander Dekkers luister.

      Like

    • Re: feedback
      Je hebt volkomen gelijk dat feedback een heel effectieve interventie is, naast veel andere die het onderwijs kunnen verbeteren. Voordeel: ze kosten niets (of hoogstens wat bijscholing).
      Lees daarover Dylan Wiliams boek ‘Embedded Formative Assessment’, of Alfie Kohns ‘Beyond Discipline’.
      Niettemin ben ik zo vrij om de discussie over klassengrootte nog even voort te zetten en niet over te laten aan experts of beleidsmakers die zelf niet voor de klas staan.

      Like

  7. Mijn indruk na herlezing van Hattie (2012, Visible Learning for Teachers) en Blatchford (2012, in Bad Education: Debunking Myths in Education) is dat de meeste onderzoeken over het effect van klassenverkleining gedaan zijn in het primair onderwijs. Daar blijkt het positieve effect van kleinere klassen het grootst voor de jongste kinderen. De paar experimentele onderzoeken die er gedaan zijn geven indicaties voor lange-termijn effecten. De onderzoeken, die ik in mijn vorige reactie noemde, zetten overigens vraagtekens bij de stelligheid van de bewering dat klassengrootte geen effect heeft.
    Verder valt me op dat eigenlijk nauwelijks wordt gekeken naar echt grote klassen, van 30 of meer leerlingen. Ik heb zelf meer dan eens lesgegeven in klassen van 32 leerlingen en kan je verzekeren dat de lessen daar niet optimaal waren. Ik vrees dat bij een beleid van bezuiniging op onderwijs dit vaker zal voorkomen.
    Paul heeft natuurlijk gelijk dat we met een beperkt budget moeten kijken welke interventies het meeste effect hebben, klassenverkleining, of remedial teachers en onderwijsbegeleiders. Bedenk wel dat die laatste bij kleinere klassen minder noodzakelijk zijn, omdat de docent dan zelf voldoende gelegenheid heeft voor individuele begeleiding.
    Tenslotte zou ik erg graag zien dat beslissingen over de keuze tussen die alternatieven werd overgelaten aan de scholen. Die kunnen in hun situatie, met hun type leerlingen en hun docentencorps beoordelen wat het beste is. Beleid baseren op de conclusies van meta-onderzoeken (hoe indrukwekkend en statistisch betrouwbaar ook), zonder de docenten te raadplegen die het moeten uitvoeren, is op zijn zachtst gezegd contraproductief.

    Like

  8. Graag zou ik van de auteur en onderzoeker willen weten wat hij vindt van het feit dat er een enorme discrepantie bestaat tussen het systeem van de basisschool en die van de universiteit.
    Op de universiteit kun je zonder problemen 6 jaar doen over een studie van in principe 4 jaar en dat gaat niet zoals bij de basisschool gepaard met een doublure voor de studenten die het normale tempo niet kunnen of willen volgen.
    De universitaire student mag de totale leerstof simpelweg UITSMEREN over 5 of 6 jaar. Ik vond het erg jammer dat de langstudeerdersboete niet doorging!
    Hoe is het mogelijk dat weldenkende mensen die zich op hoog niveau met het onderwijs in Nederland bezig houden DOOR BLIJVEN GAAN met een leerstofjaarklassensysteem op de basisschool met vele duizenden doublures per jaar.
    Hoe kan men denken dat je iedereen, want àlle leerlingen moeten eerst door deze school heen, wel hetzelfde kunt leren in dezelfde tijd?
    Mijn alternatieve systeem voor de basisschool werkt met 2 of 3 subgroepen, die verschillen in gerealiseerde leersnelheid en dus in een verschillend tempo door de totale leerstof heen gaan.
    Waarom niet altijd 3 subgroepen?
    Vele scholen hebben helemaal geen echt begaafde leerlingen en dus alleen “zwakke” en “gemiddelde” leerlingen. En in goede wijken kwam ik scholen tegen die helemaal geen “risico-leerlingen” hadden, dus D- en E-scoorders op het Cito-lvs.
    In mijn blog staan vele artikelen over dat alternatieve systeem, naast enkele boeken.

    Like

  9. Uit veel onderzoek blijkt dat het opleidingsniveau van de leraar na het opleidingsniveau van de ouders de belangrijkste factor is in het leersucces van leerlingen. Daar waar het leraarsberoep veel hogeropgeleiden aantrekt, zul je dus het beste onderwijs vinden. Ik vermoed dat kleinere klassen ervoor zullen zorgen dat meer hogeropgeleiden leraar willen worden (ik ken iig uit mijn studietijd meerdere mensen die best les wilden geven, “maar niet aan dertig pubers tegelijk”. Eentje ging lesgeven in het particulier onderwijs aan groepjes van acht leerlingen, een ander op de volksuniversiteit.)
    Ik denk dus dat kleinere klassen wel degelijk voor beter onderwijs zorgt, niet zozeer door de kleinere klassen an sich, maar doordat je hoger opgeleide leraren voor de klas krijgt. Is die variabele in het onderzoek meegenomen?

    Like

  10. In Finland – beste onderwijs van Europa – zijn klassen science-vakken niet groter dan 18 leerlingen.

    Like

    • En in Finland hebben docenten in het basisonderwijs minimaal een masterdiploma en hebben kleuterleid(st)ers minimaal een bachelorate! Om Pasi Sahlberg te citeren (http://edpolicy.stanford.edu/sites/default/files/publications/secret-finland%E2%80%99s-success-educating-teachers.pdf): “As a general rule, primary school teacher education includes 60 ECTS credits of pedagogical studies and at least 60 more ECTS credits for other courses in the educational sciences. The master’s thesis requires independent research, participation in research seminars, and presentation of a final educational study. The common credit weighting associated with this research work in all universities is 40 ECTS credits. The renewed teacher education curriculum in Finland expects primary school teacher candidates to complete a major in educational sciences and a total of 60 ECTS credit in minor studies of subjects included in the National Framework Curriculum for basic schools.”

      Trouwens, de gemiddelde klassengrootte in Finland is 19,8 en in NL 22,4 (http://www.theguardian.com/news/datablog/2011/sep/14/education-spending-class-sizes-school-funding).

      Like

      • Paul, Ik wil heel graag lesgeven aan een klas van 22,4 leerlingen. 23 mag ook. Feit is dat al mijn klassen groter zijn, tot zelfs 33 leerlingen, dankzij de onderwijsbezuinigingen.
        Mijn punt, en dat van heel veel docenten, is dat een grote klas om heel veel redenen (zie alle reacties en twee posts van Flip) minder goed werkt dan een kleine. Dat effect kom je in de statistiek niet tegen, maar is voor ons simpele juffen en meesters heel reëel.
        En nogmaals, remedial teaching en extra begeleiding zijn niet meer nodig als ik mijn werk behoorlijk kan doen.

        Like

  11. Natuurlijk is het voor een leerkracht prettiger om een groep van 20-25 lln te hebben i.p.v. een groep van 30-35 lln. Maar ik ben ook van mening dat de opbrengsten niet in eerste instantie bepaald worden door de groepsgrootte.
    Ik ben wel van mening dat er in groepen altijd kinderen zijn die beter af zijn met extra hulp buiten de groep. De inzet van de RT-er is daarom bij mij op school ook een essentieel onderdeel van het hele onderwijsaanbod. Heel bewust kiezen we ook nog steeds voor ondersteuning buiten de groep omdat ik van mening ben dat het juist voor de doelgroep die vaak hulp nodig heeft van belang is om dit in een rustige omgeving te doen.
    Natuurlijk ben ik ook van mening dat de verregaande bezuinigingen zorgen voor een uitholling van ons onderwijs en dat het huidige kabinet de verkeerde keuzes maakt. Het wordt daardoor ook steeds lastiger om de ruimte te vinden voor de RT-er binnen de reguliere formatie.

    Like

    • Berend, het is geen kwestie van prettiger of niet, alsof we het over een soort luxe hebben, maar van je leerlingen optimaal lesgeven of niet. En niet uitgeput thuis komen en weten dat je nog een avond lang moet nakijken en voorbereiden. en daar dan niet aan toekomen.
      Als je praat over opbrengsten, wat bedoel je dan? Is dat alleen hogere Citoscores, of is het nog wat meer? Is dat bijvoorbeeld ook zorg en aandacht voor kinderen die dat nodig hebben? In een klas met 30 of meer pubers heb ik mijn handen vol om ze aan het werk te houden. Ik kan in een uur maar een paar individueel helpen. Als ik in één klas adhd-ers, een autist, hoogbegaafden, onderpresteerders, chronisch zieke kinderen, een mishandeld kind, kinderen met leerproblemen, kinderen met gescheiden ouders en nog zo wat heb, kan ik je verzekeren dat het helpt als de klas niet al te groot is. En zeg niet dat ik overdrijf, want zulke klassen heb ik gehad.
      Dat is waar ik en andere ervaren docenten het over hebben, als we zeggen dat klasgrootte wel degelijk invloed heeft op de kwaliteit van het onderwijs.
      Iedereen, die zelf meerdere jaren voor de klas heeft gestaan, zal dat beamen.
      Het gaat mij er niet om gelijk te krijgen in een discussie tussen docenten aan de ene kant en onderzoekers, beleidsmakers, bestuurders en schoolleiders, die zelf geen of nauwelijks ervaring hebben voor de klas, aan de andere kant. Jeroen Goes schrijft op zijn blog (http://hetkind.org/2013/08/18/grote-of-kleine-klassen-de-onderwijsdiscussie-zou-er-niet-over-moeten-gaan/) terecht dat we niet in welles-nietes-spelletjes moeten vervallen. De ene klas is de andere niet.
      “Ik zag de leerkracht met 36 leerlingen een puike prestatie leveren. Ouders, kinderen tevreden, de leerkracht vermoeid maar tevreden het jaar afsluitend. Ik zag de leerkracht met 23 leerlingen afgebrand rond de herfstvakantie. Onvoldoende toegerust, ontevreden ouders, de klassesfeer niet in het gareel te krijgen.”
      En precies daarom moet deze discussie gevoerd worden met de mensen die het beleid uitvoeren en niet zonder hen.
      Voor de ene school, met zijn specifieke mogelijkheden, leerlingpopulatie en docentencorps, kan het verstandig zijn te kiezen voor iets kleinere klassen en op wat anders te besparen, terwijl op een andere school iets grotere klassen geen probleem hoeven te zijn. Dat kan niemand van buitenaf voor eens school beslissen. In laatste instantie zijn het de docenten en leerkrachten die kunnen bepalen wat werkt en wat niet werkt.

      Like

      • Misschien zijn leraren net mensen. De een kan het makkelijk aan, lesgeven aan een grote groep, de ander lukt dat minder goed. Heeft ook veel te maken met structuren, overwicht, efficiency, voorbereiding en vooral boeiend lesgeven met bezieling. Onderwijzen is een vak.! Leer de technieken dan kun je zowel aan 1 als aan 50 leerlingen lesgeven!

        Like

      • Met alle respect, Lonneke, heb jij vaak voor een klas van 50 gestaan?

        Like

      • 38 Dick. Dagelijkse praktijk

        Like

      • Jij zelf of je medewerkers? Ik begrijp dat je interimmanager bent.

        Like

      • Ikzelf ook🙂 Het gaat hier in de discussie over het leren van kinderen. Niet over of je het als leraar dan nog leuk vindt of op je oude vertrouwde manier je werk kunt blijven doen. Je zult je werkwijze moeten aanpassen aan de omstandigheden. Dat ook ik liever kleinere groepen zie is geen geheim, juist omdat ik weet dat het niet iedere leerkracht gegeven is om met een hele grote groep te werken. Moraal van mijn verhaal: de kwaliteit en vaardigheid van de leerkracht is vele malen belangrijker dan de groepsgrootte.

        Like

      • Ben ik volkomen met je eens. Dat blijkt ook uit o.a. Hatties onderzoek. Al zijn er inmiddels ook, bv Zweedse, studies die tot andere conclusies komen. Mijn punt is dan ook niet zozeer wie gelijk heeft in deze discussie. Jeroen Goes schrijft op de site van hetkind (http://hetkind.org/2013/08/18/grote-of-kleine-klassen-de-onderwijsdiscussie-zou-er-niet-over-moeten-gaan/) terecht dat we in een welles-nietes-discussie belanden en dat we ons beter druk kunnen maken over belangrijker zaken, zoals weer nieuwe bezuinigingen op onderwijs.
        Waar ik me druk over maak – en dat is o.a. waarom we deze blog startten – is dat wat werkt en wat niet werkt bepaald wordt door mensen die niet zelf voor de klas staan. Beleidsmakers kunnen zonder probleem beslissen dat de klassen wel wat groter kunnen, want de wetenschap zegt dat het niets uitmaakt. Fijn, want alle andere factoren die wel wat uitmaken kosten geen geld en klassen verkleinen is peperduur.
        Ik stel voor dat docenten zelf bepalen wanneer een grotere klas (desnoods jouw klas van 38) geen probleem is. Niet politici, niet wetenschappers, niet bestuurders of managers, maar de man of vrouw voor de klas, die de ervaring heeft om te beoordelen of dit met deze groep kinderen, onder deze omstandigheden gaat werken of niet. En soms moet een heel goede docent, die heel veel met kinderen bereikt, gewoon niet voor een grote groep staan. Of een docent een groep van 50 aankan is geen criterium voor zijn kwaliteit.

        Like

      • En apropos, is arbeidsvreugde van je medewerkers echt zo’n slecht argument?

        Like

      • Ik snap je punten, en nee, arbeidsvreugde is een groot goed. En ja, onderzoeksgegevens passen altijd wel in iemands straatje. Jouw laatste opmerking heeft alles te maken met welke kwaliteiten er op dat moment in die groep nodig zijn. Of onze beleidmakers de juiste keuzes maken met beperkte middelen is een politiek verhaal. Daar heb je met enige regelmaat een kleine invloed op en wellicht via discussies als deze. Laat andermans besluiten echter niet je eigen arbeidsvreugde vergallen, want dan wordt het tijd voor wat anders🙂

        Like

      • Mijn arbeidsvreugde staat niet ter discussie. Ik vind dat docenten meer invloed moeten hebben op het beleid dat de kwaliteit van hun werk bepaalt. Het is te gek voor woorden dat in geen van de adviesorganen van onderwijs ook maar een leraar zitting heeft. Zie ook de blog van Jelmer Evers, lid van dit collectief.
        En wat betreft de wetenschappelijke argumenten, zie het motto boven deze groepsblog: “Wij willen onderwijskundig onderzoek toetsen aan onze dagelijkse onderwijspraktijk en ervaringen uitwisselen over wat werkt en niet werkt in de klas. Daarbij laten we ons informeren door onderzoek, niet leiden.”
        Dat staat daar niet voor niets.

        Like

  12. Simpel voorbeeld: op dit moment ligt in mijn zes vwo groep Frans de nadruk op schrijfvaardigheid. Leerlingen schrijven dan allemaal een artikel dat ik volgens de B1 criteria beoordeel. Vervolgens worden drie producten geanonimiseerd klassikaal besproken. Hoewel pubers niet graag in het middelpunt van de belangstelling staan (zelfs niet anoniem), willen ze, zo in het examenjaar, toch wel allemaal graag dat hun product zo uitgebreid wordt toegelicht. Simpelweg omdat je nog meer leert van je eigen fouten dan van die van je klasgenoten.
    Mijn groep heeft dit jaar geluk: ze zijn met 22, dus ze komen relatief vaak aan bod voor persoonlijke feedback. Want natuurlijk geldt dit niet alleen voor schrijfvaardigheid maar voor alle onderdelen van mijn vak.
    En zeg nu niet dat ik ze allemaal schriftelijk die feedback moet geven. Ik heb 35 minuten per lesuur voor voorbereiding en correctie en kom daar uiteraard al niet mee uit.

    Like

    • Tja, de reactie zal je niet leuk vinden maar… Jij vervalt in wat Finn rapporteerde in 2002, namelijk dat docenten – onafhanelijk van klassengrootte – dezelfde lesaanpak lijken toe te passen. Jij bent docent en het gaat om jouw didactiek. Je zou kunnen denken aan andere aanpakken zoals het werken met peer-teaching (reciprocal teaching) waar tweetallen elkaar leren en ondersteunen (volgens Barak Rosenshine zeer effectief) of het werken met de leerlingen in kleine groepen. Kinderen in een examenjaar moeten toch in staat zijn om commentaar en feedback te leveren waar medeleerlingen van kunnen leren. En van het leveren van feedback leer je meer en andere dingen dan enkel het krijgen van feedback van een docent.
      Een topkok gebruikt een mes als het om 1 komkommer gaat en een mandoline als het om 35 gaat. Hetzelfde doel, andere techniek en tool.

      Like

      • ach, wat weet ik er van, ik ben tenslotte maar een zij-intreder of hoe dat heet.
        Misschien is het waarde vol om eens na te denken dat het belangrijker is hoe de komkommer wordt gesneden dan dat er veel plakjes komen… maarja, wat weet ik er tenslotte van.

        http://mbonzinnig.wordpress.com voor wat loze, onwetenschappelijke maar ervaring rijke commentaren

        Like

  13. Tja……. het is heel raar, maar mijn leerlingen hecht nu eenmaal meer waarde aan mijn feedback dan aan die van hun klasgenoten. Ook als ze wel in koppels werken (met name bij spreekvaardigheid) wordt regelmatig mijn hulp ingeroepen. Geeft niets: daar word ik voor betaald.
    En ik? Ik ben net eender: bij problemen met de afvoer vraag ik het een loodgieter, bij medische klachten ga ik naar een arts en niet naar de buurvrouw.

    Like

Trackbacks/Pingbacks

  1. Blogcollectief Onderzoek Onderwijs bestaat 1 jaar | Dick van der Wateren's Blog - 23 augustus 2013

    […] Geen wonder dat onderwijsonderzoekers, zoals Paul Kirschner concluderen: […]

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: