Inhoud van ons onderwijs

Waarom bevat ons onderwijs de thema’s die het nu kent? Waarom onderwijzen we wel Nederlands, wiskunde en geen bushcraft, schaken of bier brouwen? Legitieme vraag die in de sociale media nogal eens gesteld wordt, daar nogal eens negatieve reacties oproept en uiteindelijk zonder heldere conclusie opdroogt. Een poging om die vraag eens gedegen te benaderen.

Wat te onderwijzen?

Wat onderwezen moet worden is sinds de invoering van wat wij zien als onderwijs, onderwerp van discussie. Pratt (Pratt, 1980) verwijst naar de Griekse en Romeinse culturen waarin over dit onderwerp al geschreven wordt. Degene die volgens Pratt daar als eerste wat systematisch naar kijkt is Spencer (Spencer, 1890). Spencer introduceert een lijstje met criteria waarmee het mogelijk wordt om onderwijsinhoud op volgorde van belangrijkheid te zetten:

Our first stop must obviously be to classify, in the order of their importance, the leading kinds of activity which constitute human life. They may be naturally arranged into:—1. Those activities which directly minister to self-preservation; 2. Those activities which, by securing the necessaries of life, indirectly minister to self-preservation; 3. Those activities which have for their end the rearing and disciplinie of offspring; 4. Those activities which are involved in the maintenance of proper social and political relations; 5. Those miscellaneous activities which make up the leisure part of life, devoted to the gratification of the tastes and feelings.

Het spreekt voor zich, dat hoewel het lijstje universeel is, de uitwerking tijd en plaats gebonden is. Het stelt ieder in staat om het “te onderwijzen” te scheiden van het “niet te onderwijzen”.

Spencer noemt naar mijn mening een vrij technisch lijstje. Dewey (Wikipedia, John Dewey) kiest een andere invalshoek en heeft rond 1900 in de USA hierover veel gepubliceerd en geldt nog steeds als een invloedrijk denker op dit gebied. Hij vult het lijstje van Spencer verder in (en vult volgens mij dus niet aan) door ook expliciet naar de samenleving te kijken. Dewey noemt in zijn boek Democracy and Education (Dewey, 1916) o.a.

  • Onderwijs is er op gericht om de samenleving in stand te houden. Kennis, ervaring, normen en waarden worden daarom van generatie op generatie doorgegeven.
  • Onderwijs leert opgroeiende mensen wat hoort en wat niet hoort. Kinderen, jongeren, willen zaken die ze als volwassenen later niet meer willen. Het is de taak van onderwijs om hen dat duidelijk te maken. Op een schommel zitten is voor een kind van 10 prima, voor een puber van 15 een lolletje en voor een volwassene uitzonderlijk gedrag. Resultaat (mede) van onderwijs. Hiermee wordt de maatschappelijke orde en ordening in stand gehouden: van gewoontes, normen en waarden tot wetten.
  • Onderwijs moet opgroeiende mensen voorbereiden op het leven als volwassene: relatievorming, stichten van een gezin etc. Daartoe moet talent ontwikkeld worden zodat later in het eigen onderhoud voorzien kan worden. Deze ontwikkeling, in het Duits mooi “Ausbildung” genoemd, gaat over het ten volle benutten van de talenten van ieder mens. Of het nu gaat om loodgieter, balletdanser, docent of journalist.
  • Onderwijs neemt kennis samen, selecteert en actualiseert die kennis. Het onderwijs brengt hiermee de samenleving verder, innoveert en maakt het onderwijs een toekomstgerichte kracht in de samenleving. Zo is uiteindelijk de theorie dat de aarde plat is vervangen door de theorie (en later het bewijs), dat de aarde min of meer rond is.

Deze punten, uiteindelijk meer filosofisch van aard, geven invulling aan het antwoord op de vraag waarom we onderwijs hebben en daarmee een begin aan een antwoord op de vraag wat er onderwezen moet worden.

Progressief / conservatief

De hier van Dewey geparafraseerde punten illustreren een wankel evenwicht: onderwijs is enerzijds diep conservatief: normen en waarden van de ouders en de bestaande maatschappij worden vastgehouden en doorgegeven. Anderzijds dient onderwijs de samenleving te innoveren en het individu voor te breiden op de veranderde samenleving, zelfs zonder harde kennis over hoe de samenleving er uit zal zien.

Vanuit het conserverende zal de oudere generatie vaak zeggen “leren ze dit niet meer op school”, een bericht dat regelmatig in de maatschappelijke discussie naar boven komt. Daartegenover staan bijvoorbeeld de oproepen van werkgevers om het onderwijs te laten aansluiten bij de technologie (in de breedste zin), van morgen.

Levert relatief neutrale vakinhoud al discussie op, zodra discussie over normen en waarden gaat, komt het maatschappelijk debat over “hoe het hoort” in alle hevigheid naar boven. Vooral wanneer de normen en waarden van subgroepen niet overeen komen met die van de rest van de samenleving. Denk bv. aan de discussie over het onderwijs over de evolutietheorie en het confessioneel onderwijs.

Tijdsduur

Hoewel Dewey in zijn werk juist regelmatig het accent legt op persoonlijke ontwikkeling, voegt hij daar ook de eis van efficiency aan toe. Pratt citeert Dewey:

The subject announced for today was “Waste in Education.”… It deals with the question of organization, because all waste is the result of the lack of it, the motive lying behind organization being promotion of economy and efficiency. These matters count; but the primary waste is that of a human life, the life of the children while they are at school, and afterward because of inadequate and perverted preparation.

Tijdens mijn studie Toegepaste Onderwijskunde heb ik college gehad van prof. Wim Nijhof. Hij kon zeer eloquent duidelijk maken dat onderwijs gehouden is om zuinig om te gaan met de tijd van leerlingen. Het is immers het enige en het meest kostbare wat telt in een mensenleven, de tijd die jouw leven duurt. Geen ander heeft zonder bijzonder goede reden, de tijd die je hebt op aarde, van een ander af te nemen en voor die ander in te vullen (Nijhof, 1983). Dit argument wordt aangevuld met maatschappelijke en economische argumenten over de meest wenselijke duur van het verplichte onderwijs. Elk jaar dat een kind onderwijs volgt kost de samenleving geld waar opbrengsten voor verlangd worden. Opbrengsten die niet altijd direct zichtbaar of kwantificeerbaar zijn.

Samengenomen moet onderwijs dus zorgen voor de ontwikkeling van jonge mensen naar volwassenheid door hen in de breedte te ontwikkelen in een zo kort mogelijke tijd met de meest actuele kennis die relevant is voor het nu en het straks.

In Nederland

In Nederland is er beperkte vrijheid van onderwijs, die richt zich vooral op de vrijheid van (geloofs-) richting (Wikipedia, Vrijheid van onderwijs). De inhoud van het onderwijs wordt door de regering bepaald. Aangezien de regering door het parlement gecontroleerd wordt, bepalen uiteindelijk alle burgers van Nederland (indirect) de inhoud van het onderwijs. Wanneer scholen hiervan afwijken wordt duidelijk welke middelen ingezet worden om de rijen weer gesloten te krijgen: leerlingen voldoen niet aan de leerplicht, ouders krijgen een boete; scholen worden negatief beoordeeld en uiteindelijk wordt de financiering ingetrokken (Wikipedia, De Kampanje) waarna de school gemarginaliseerd wordt en op den duur verdwijnt.

Dergelijke sturing door de overheid dient enerzijds om de maatschappelijke coherentie in stand te houden, anderzijds om de individuele kinderen te “beschermen” tegen onderwijs waarvan niet inzichtelijk is of dit leidt tot het resultaat dat door de samenleving als nastrevenswaardig gezien wordt. Het belang van de samenleving ontstijgt dat van het individu.

Bibliografie

Dewey, J. (1916). Democracy and Education: An Introduction to the Philosophy of Education. New York: Macmillan.

Nijhof, W. (1983). College Onderwijsfilosofie. Enschede.

Pratt, D. (1980). Curriculum: Design and Development. London: Harcourt Brace Jovanovich.

Spencer, H. (1890). Education: Intellectual, Moral, And Physical (1891 ed.). New York: D. Appleton And Company.

Wikipedia. (n.d.). De Kampanje. Retrieved 05 09, 2013, from Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Kampanje

Wikipedia. (n.d.). John Dewey. Retrieved 05 07, 2013, from Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/John_Dewey

Wikipedia. (n.d.). Vrijheid van onderwijs. Retrieved 05 09, 2013, from Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/Vrijheid_van_onderwijs

About Paul Ket

Paul Ket studeerde onderwijskunde aan de universiteit Twente en is, na 10 jaar werkzaam geweest te zijn in de universitaire wereld en als teamleider in het vmbo (Wellantcollege), sinds kort weer docent wiskunde, verbonden aan Revius Lyceum Doorn.

6 Reacties to “Inhoud van ons onderwijs”

  1. Hallo Paul,
    Helder verhaal. Maar wat is nu jouw antwoord op de vraag: “Waarom onderwijzen we wel Nederlands, wiskunde en geen bushcraft, schaken of bier brouwen?” Of is dat de behoudende kant van het onderwijs?
    Die vraag is met name relevant waar het gaat om de strenge eisen die gesteld worden aan schoolexamens en centraalexamens, die bv. van de inspectie niet meer dan 0,5 punt mogen verschillen. Wanneer het onderwijs niet alleen aan de conservatieve eisen moet voldoen, maar ook aan de eis dat leerlingen leren innoveren, zullen scholen meer ruimte nodig hebben bij het invullen van het SE-curriculum.

    Like

  2. Ik ben al vele jaren bezig om te trachten het meer dan 100 jaar oude leerstofjaarklassensysteem af te schaffen en te vervangen door mijn alternatief, veelvuldig beschreven in beken en mijn onderwijsblog.
    Omdat we in feite nog steeds hetzelfde willen leren aan alle leerlingen van de basisschool en in dezelfde tijd, ben ik juist heel erg blij dat bijvoorbeeld schaken, muziek, verschillende sporten enzovoort niet tot het curriculum behoren.
    Waarom niet?
    Omdat de begaafdere leerlingen dan bijvoorbeeld in hun muzikale ontwikkeling zouden worden geremd in dat jaarklassensysteem, waarin de begaafde leerling immers niet verder mag gaan, maar tevreden moet zijn met wat verrijkingsstof.
    Dus: geweldig dat er muziekscholen, voetbalclubs e.d. zijn, want DIE weten wél hoe ze met talent om moeten gaan!

    Het basisonderwijs loopt vèr achter.

    Like

  3. In haar boek “seven myths about education” besteedt Daisy Christodoulou uitgebreid aandacht aan de selectie van de leerstof. Zij verwijst naar het werk Willingham, die de vraag opwerpt: welke kennis levert de grootste cognitieve voordelen op? Als je naar begrijpend lezen kijkt, dan leveren krantenartikelen informatie op: er wordt een bepaalde mate van voorkennis verwacht van de lezer. Je kunt concluderen, dat die voorkennis noodzakelijk is om een krant met succes te kunnen lezen. Hirsch heeft op basis van een dergelijke analyse de “Core Knowledge Curriculum” opgesteld, die de basis vormde voor een onderwijshervorming in Massachusetts in 1993.

    Like

Trackbacks/Pingbacks

  1. onderwijsethiek.nl » Blog Archive » Aanvaardbaarheid van onderwijsdoelen - 17 juni 2013

    […] de website van het Blogcollectief Onderzoek Onderwijs (7/6/2013) inventariseert Paul Ket de argumenten waarmee onderwijsdoelen gerechtvaardigd kunnen worden. In de […]

    Like

  2. Lectuur op zaterdag: wat leren we best op school en meer. | X, Y of Einstein? - 22 maart 2014

    […] Misschien eens dieper ingaan op wat je op school moeten leren? […]

    Like

  3. Waarover moet ons onderwijs gaan? | Onderwijsin... - 24 maart 2014

    […] Waarom bevat ons onderwijs de thema’s die het nu kent? Waarom onderwijzen we wel Nederlands, wiskunde en geen bushcraft, schaken of bier brouwen? Legitieme vraag die in de sociale media nogal eens …  […]

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: