Meisjes en jongens verschillen in prestaties bij wiskunde en lezen.

Door Frans Droog

Deze blogpost is eerder verschenen op Droog’s leren delen.

De resultaten van een grootschalig onderzoek dat recent is gepubliceerd in het online tijdschrift PLOS ONE laten overduidelijk zien dat er een verschil is tussen de prestaties van jongens en meisjes wanneer er wordt gekeken naar wiskunde en lezen.

Sex Differences in Mathematics and Reading Achievement Are Inversely Related: Within- and Across-Nation Assessment of 10 Years of PISA Data

De naar het Nederlands vertaalde samenvatting:

Wij hebben een decennium aan data verzameld door het ‘Program for International Student Assessment” (PISA) geanalyseerd, hierbij inbegrepen de wiskundige en leesvaardigheden van bijna 1,5 miljoen 15 jarigen in 75 landen. Over alle landen gemiddeld scoorden jongens hoger dan meisjes in wiskunde maar lager dan meisjes in lezen. Het verschil tussen de seksen was drie keer zo hoog bij lezen dan bij wiskunde.

Er was aanzienlijke variatie in het verschil tussen de seksen tussen verschillende landen. Er zijn landen waar er geen sekseverschil is bij wiskunde en in sommige landen scoren meisjes hoger. Jongens scoorden lager in alle landen in alle vier de PISA onderzoeken bij lezen (2000, 2003, 2006, 2009).

Paradoxaal genoeg waren verschillen tussen de jongens en meisjes bij wiskunde consistent en sterk invers gerelateerd aan de verschillen tussen jongens en meisjes bij lezen. Landen met een kleiner verschil tussen de seksen bij wiskunde hadden een groter verschil tussen de seksen bij lezen, en vice versa. Dit effect trad niet alleen bij het vergelijken van landen maar ook bij het vergelijken binnen landen. Dit effect is gerelateerd aan de relatieve veranderingen van de sekseverschillen binnen het spectrum aan resultaten. Wij vonden geen sekseverschillen bij wiskunde tussen de minst presterende leerlingen maar hier was het sekseverschil bij lezen het grootst. In tegenstelling hiermee waren de verschillen tussen jongens en meisjes bij wiskunde het grootst bij de best presterende leerlingen en waren hier de sekseverschillen bij lezen het kleinst.

De implicatie is, dat als beleidsmakers beslissen dat veranderingen in de bestaande verschillen tussen jongens en meisjes gewenst zijn, verschillende aanpakken nodig zijn om dit aan te pakken voor wiskunde en lezen. Ingrepen die gericht zijn op hoog presterende meisjes bij wiskunde en op laag presterende jongens bij lezen zullen waarschijnlijk de grootste educatieve winst opleveren.

Jongens en meisjes verschillen in prestaties bij wiskunde en lezen.

En nu niet meer zeggen dat het niet zo is!🙂

Maar, ook niet meer zeggen dat dit ook maar iets zegt over Ă©Ă©n individuele vrouwelijke of Ă©Ă©n individuele mannelijke leerling!

3 Reacties to “Meisjes en jongens verschillen in prestaties bij wiskunde en lezen.”

  1. Het lijkt me zinnig om dit onderzoek te vergelijken met bijv. http://www.apa.org/pubs/journals/releases/bul-136-1-103.pdf
    waarvan de resultaten gemakshalve werden gepopulariseerd als “meisjes zijn even goed in wiskunde” . Deze laatste studie legt meer de nadruk op de verschillen tussen de landen en de relatie met de positie van vrouwen.
    De vraag is niet zozeer of er verschillen zijn (zeker als we ons tot NL beperken), maar in hoeverre die verschillen beĂŻnvloedbaar zijn met beleid/aanpak. In dit verband wordt o.a. genoemd de invloed die wiskundig onzekere leraressen (vooral op bao) hebben op meisjes, en meer in het algemeen de beĂŻnvloedbaarheid van meisjes Ook de rol van de peeromgeving wordt vaak genoemd, en er is in dit verband zelfs gepleit voor aparte meisjesklassen bij exacte vakken. Kortom het lijkt me goed om de uitkomsten een ‘nieuwe’ publicatie een plaats te geven tussen eerdere.

    Like

  2. inderdaad @ Gerard, we zien uitkomsten en ik zou graag willen lezen wat het onderzoek naar de samenhangende externe factoren laat zien. worden de uitkomsten dan anders? en zo ja welk beleid ter verbetering? of ligt het aan de individuele prestatie gemeten in groepsaantallen? welke maatregelen zijn er genomen en wat zijn de uitkomsten. maar ook op welke wijze valt er van te leren opdat efficiency toeneemt en er tijdig preventief actie kan worden ondernomen.

    Like

  3. En dit dan? (Voor diegenen die Engels kunnen lezen😉
    Frank Veroustraete
    Universiteit Antwerpen
    ——————————–
    American Psychological Association (http://www.apa.org/news/press/releases/2010/01/gender-math.aspx)
    5th of January 2010

    Worldwide Study Finds Few Gender Differences in Math Abilities. Gender Gaps Linked to Status of Women, According to New Analysis.

    WASHINGTON – Girls around the world are not worse at math than boys, even though boys are more confident in their math abilities, and girls from countries where gender equity is more prevalent are more likely to perform better on mathematics assessment tests, according to a new analysis of international research.

    “Stereotypes about female inferiority in mathematics are a distinct contrast to the actual scientific data,” said Nicole Else-Quest, PhD, a psychology professor at Villanova University, and lead author of the meta-analysis. “These results show that girls will perform at the same level as the boys when they are given the right educational tools and have visible female role models excelling in mathematics.”

    The results are reported in the latest issue of Psychological Bulletin, published by the American Psychological Association. The finding that girls around the world appear to have less confidence in their mathematical abilities could help explain why young girls are less likely than boys to pursue careers in science, technology, engineering and mathematics.

    Else-Quest and her fellow researchers examined data from the Trends in International Mathematics and Science Study and the Programme for International Student Assessment, representing 493,495 students ages 14-16 from 69 countries. Both studies’ results were released in 2003, and not all countries participated in both assessments. The TIMSS focuses on basic math knowledge, while the PISA test assesses students’ ability to use their math skills in the real world. The r esearchers felt these two tests offered a good sampling of students’ math abilities.
    Read the journal article

    Cross-National Patterns of Gender Differences in Mathematics (PDF, 162KB)

    While these measures tested different math abilities, there were only small gender differences for each, on average. However, from nation to nation, the size of the gender differences varied a great deal.

    The two studies also assessed students’ level of confidence in their math abilities and how important they felt it was to do well in math in order to have a successful career. Despite overall similarities in math skills, boys felt significantly more confident in their abilities than girls did and were more motivated to do well.

    The researchers also looked at different measures of women’s education, political involvement, welfare and income in each country. There was some variability among countries when it came to gender differences in math and how it related to the status and welfare of women. For example, if certain countries had more women in research-related positions, the girls in that country were more likely to do better in math and feel more confident of those skills.

    ‘This meta-analysis shows us that while the quality of instruction and curriculum affects children’s learning, so do the value that schools, teachers and families place on girls’ learning math. Girls are likely to perform as well as boys when they are encouraged to succeed,” said Else-Quest.

    Article: “Cross-National Patterns of Gender Differences in Mathematics: A Meta-Analysis,” Nicole M. Else-Quest, PhD, Villanova University; Janet Shibley Hyde, PhD, University of Wisconsin-Madison; Marcia C. Linn, PhD, University of California, Berkeley. Psychological Bulletin, Vol. 136, No. 1.

    Contact Dr. Nicole Else-Quest by e-mail or at (610) 519-4758.

    The American Psychological Association, in Washington, D.C., is the largest scientific and professional organization representing psychology in the United States and is the world’s largest association of psychologists. APA’s membership includes more than 150,000 researchers, educators, clinicians, consultants and students. Through its divisions in 54 subfields of psychology and affiliations with 60 state, territorial and Canadian provincial associations, APA works to advance psychology as a science, as a profession and as a means of promoting health, education and human welfare.

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: