Tijdens het voorbereiden van het nieuwe schooljaar stuitte ik nogmaals op verschillende oude en nieuwe methodes én hun teksten voor de wereldoriënterende vakken. Eerder schreef ik mijn zorgen al op over het gebrek aan betekenisvolle en contextrijke teksten. De aanleiding was toen een andere. Nu heb ik de oudere en nieuwere teksten eens naast elkaar gelegd en dat was wederom schrikken.

Bladspiegel

Het eerste dat opvalt bij veel moderne bronnenboeken is de bladspiegel. Dat wil zeggen als er een bronnen- of tekstboek is, want dat schijnt volgens sommige uitgevers niet per se noodzakelijk te zijn om kennis op te bouwen gezien het ontbreken ervan. Omdat de teksten (zeg maar gerust tekstjes) kort en hip vormgegeven worden, staan ze vaak verspreid over een dubbele pagina met een (dubbel) pagina vullende foto als achtergrond. Het geheel wordt verder aangevuld met kleinere foto’s die bij de verschillende tekstjes staan die op hun beurt weer in een gekleurd kader staan. Door deze onrustige bladspiegel verdwijnt direct de samenhang. De volgorde van lezen is namelijk niet altijd duidelijk. Wel oogt het als een gezellige glossy, compleet met leuke vlotte weetjes die ook in een willekeurige volgorde gelezen kunnen worden. Dat dergelijke gefragmenteerde teksten minder bijdragen aan het begrip en dus aan de kennisopbouw over een onderwerp is al veel langer bekend.

Tijdschrift

Bij het openslaan van het nieuwere boek deed de lay-out en opmaak me denken aan een gezellig tijdschrift. Daarom heb ik de National Geographic Junior er ook eens naast gelegd. Dit tijdschrift is geliefd bij nieuwsgierige kinderen die graag wat meer lezen over de wereld om hen heen, dus ik vond de vergelijking wel gepast. De tekstboeken van de nieuwere methode lijken niet alleen qua bladspiegel op een tijdschrift, maar ik kwam tot de ontstellende ontdekking dat het aantal bladzijden met informatieve teksten van dit jeugdmaandblad nauwelijks onderdoet voor het aantal bladzijden met informatieve teksten van het complete bronnenboek voor een heel schooljaar van een enkel wereldoriënterend vak. Dit is natuurlijk een globale vergelijking, maar desondanks één met een schokkende uitkomst. Kinderen die op dit maandblad geabonneerd zijn, ontvangen tien nummers per jaar en lezen dus tien keer meer informatieve teksten dan bijvoorbeeld bij de lessen geschiedenis in heel schooljaar.

Lengte van de teksten

Naast bovenstaande vergelijking heb ik ingezoomd op de lengte van teksten van de verschillende methodes. De oudere methodes bevatten per les langere samenhangende teksten met een rustige bladspiegel. De tekst heeft een witte achtergrond en de afbeeldingen zijn functioneel. Dat wil zeggen: zij voegen informatie toe of verduidelijken de teksten. Dat kan dus een grafiek, een foto, een tekening of een schema zijn, waar in de lopende tekst naar verwezen wordt. De afbeeldingen lopen niet door de tekst heen of fungeren niet als (onrustige) achtergrond. Heel af en toe wordt er in een apart kadertje bovenaan een bladzijde een ‘weetje’ toegevoegd, maar zeker niet op elke bladzijde.

De gemiddelde lengte van de tekst van een enkele les heb ik bepaald door de woorden te tellen. Ik heb daarbij enkele willekeurige lessen gebruikt. Eén les van de hippe, nieuwere methode geschiedenis bevatte zelden meer dan 400 woorden en het gemiddelde ligt dan ook onder de 400. Ik vond toevallig een aardrijkskundeles met iets meer dan 500 woorden. De geschiedenislessen van de oudere methodes telden iedere keer meer dan 1100 woorden, bijna drie keer zo veel. Natuurlijk heb ik een selectie gemaakt en niet alle teksten tellend onder handen genomen, maar de trend is duidelijk. Deze verkorting van de teksten in het basisonderwijs leidt ertoe dat leerlingen in het voortgezet onderwijs worden geconfronteerd met informatieve teksten die zij zelfstandig moeten kunnen lezen en verwerken, maar die zij qua lengte, zelfs mét behulp van een leraar, in het basisonderwijs nog nooit zijn tegen gekomen. Dit is niet mijn idee van een goede aansluiting tussen po en vo.

Tekstniveau

De lengte van de tekst zegt nog niets over het niveau. Natuurlijk moet een informatieve tekst toegankelijk zijn en niet té moeilijk, maar in tegenstelling tot een leesboek wordt de tekst niet geheel zelfstandig gelezen. Het is onderdeel van een les, waarbij de leraar een actieve rol heeft. Deze rol van de leraar, die de inhoud duidt en de leerlingen meeneemt in het begrip, maakt het mogelijk om teksten te gebruiken die op een hoger niveau liggen. Alleen op die manier komen kinderen in aanraking met het taalgebruik, de woordenschat en de informatie die nodig is om verdere kennis op te bouwen en zich taalkundig verder te ontwikkelen. Dit is niet onbelangrijk om de kansenongelijkheid terug te dringen. Natuurlijk zijn er kinderen die thuis in aanraking komen met deze rijke taal, maar andere kinderen zijn aangewezen op de school voor dit rijke taalgebruik. Kinderen altijd maar teksten van een eenvoudig niveau geven vergroot de ongelijkheid en het mattheuseffect is een feit.

Uit het eerder aangehaalde onderzoek naar geschiedenisteksten onder vmbo-leerlingen blijkt zelfs dat de stijl van een tekst van invloed is op het begrip. Hoewel leerlingen teksten met een persoonlijke stijl meer waarderen, worden de teksten met een zakelijke stijl beter begrepen.

Begrijpend lezen als apart vak?

Nog steeds staat begrijpend lezen en soms zelfs woordenschat op veel Nederlandse scholen (te) prominent en apart op het rooster, terwijl bij andere vakken het lezen op dieet wordt gezet. Meer aandacht voor begrijpend lezen en woordenschat kan dus op een eenvoudige manier bereikt worden: werp een kritische blik in de boeken van andere vakken! Meer lessen begrijpend lezen inroosteren ten koste van deze andere vakken is het paard achter de wagen spannen. Aandacht voor begrijpend lezen moet gecombineerd worden met veel leestijd buiten deze aparte lessen, maar dan wel met betekenisvolle samenhangende teksten die bijdragen aan de kennisopbouw over een bepaald onderwerp. Bij de lessen begrijpend lezen staat de vaardigheid (het toepassen van een leesstrategie) vaak centraal, maar bij andere vakken staat de tekst (inhoud) centraal. Nu worden op veel scholen elke week lessen begrijpend lezen gegeven waarbij deze leesstrategieën worden geoefend met teksten die steeds een ander onderwerp hebben. Wanneer de transfer van het toepassen van leesstrategieën naar andere vakken niet wordt gemaakt, wordt een begrijpend leesles een bijna zinloze exercitie. 

Om dit te illustreren het volgende voorbeeld:

Bij het noteren van overeenkomsten en verschillen van een bepaald onderwerp kan een Venn-diagram gebruikt worden. Zo kan deze strategie worden toegepast op een aardrijkskundetekst over verschillende landschappen. De verschillen en overeenkomsten tussen een woestijnlandschap en de toendra worden gezocht in de tekst en in het diagram genoteerd. De inhoud van de tekst staat dan centraal en de werkvorm structureert de nieuwe informatie en draagt zo bij aan de verdere kennis over het onderwerp. Bij het oefenen van de vaardigheid als strategie kunnen dit net zo goed de verschillen en overeenkomsten tussen appels en peren, voetbal en handbal of pennen en potloden zijn.

Als alle leesstrategieën voldoende worden beheerst, onderhoud je deze tijdens andere lessen. Indien nodig kunnen ze jaarlijks weer centraal staan in aparte lessen, maar je kunt je afvragen of begrijpend lezen op deze manier het hele jaar wekelijks ingeroosterd moet worden. Zeker als er in elke les een ander onderwerp centraal staat en dit niet bijdraagt aan kennisopbouw. Voorkennis over een onderwerp is een voorwaarde voor begrip. Een thematische aanpak heeft dan ook de voorkeur. Wereldoriëntatie leent zich hier uitstekend voor. Maar dan moeten deze lessen wel tekst bevatten!

Werk je op school met een methode dan doe je er als leraar dus goed aan de methodes voor wereldoriëntatie kritisch te bekijken en eventueel aan te vullen met rijke en betekenisvolle teksten, die steeds langer en complexer worden. Zoals menig rekenmethode wordt aangevuld met extra sommen om tot voldoende automatisering te komen, moeten deze methodes dus aangevuld worden met betekenisvolle teksten. Jammer, als je aan de andere kant veel (onderwijs)geld besteedt aan een methode.

4.1 7 votes
Article Rating
Abonneren
Abonneren op
guest

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

8 Reacties
nieuwste
oudste meest gestemd
Inline Feedbacks
View all comments

About Marjolein Zwik

Leerkracht basisonderwijs, Master SEN Specialist leren, Bachelor fysiotherapie

Category

onderwijs