Basiscurriculum voor leraren

Acht evidence-informed standaarden voor pabo’s en lerarenopleidingen

Recentelijk verscheen er in Engeland een landelijk kader voor lerarenopleidingen. De Nederlandse en Vlaamse overheden zouden m.i. dit goede voorbeeld moeten volgen.

De kwaliteit van de leraar is op school de belangrijkste factor die het leren beïnvloedt. Dat hebben ze in Engelandië goed begrepen. Op 1 november publiceerde de Britse overheid een zeer interessant document: het ITT (Initial Teacher Training) Core Content Framework[1]. Dit kader definieert de ‘bagage’ die iedere leraar minimaal moet meekrijgen in de opleiding. Ik citeer (in vertaling, de cursivering/onderstreping is van mij):

De initial teacher training (ITT) core content framework definieert in detail de minimale basisrechten [minimum entitlement] van alle leraren in opleiding. Op basis van het best beschikbare bewijs, wordt de inhoud uiteengezet waarop ITT-providers en hun partners moeten putten bij het ontwerpen en leveren van hun ITT-programma’s.

Het ITT Core Content Framework legt een verplichting op aan aanbieders van initiële lerarenopleiding – en hun partnerscholen – om aan dit recht te voldoen. In de rekruterings- en retentiestrategie van leraren [Teachers’ Recruitment and Retention Strategy] hebben we duidelijk gemaakt dat leraren ondersteuning van hoge kwaliteit verdienen gedurende hun hele loopbaan, vooral in de eerste jaren van lesgeven wanneer de leercurve het steilst is. Dit is in lijn met andere gewaardeerde beroepen zoals geneeskunde en rechten. We weten dat het beroep onze overtuiging deelt, daarom beschrijft het ITT Core Content Framework een gedetailleerde beschrijving van deze gedeelde ambitie, inclusief hoe stagiairs moeten worden ondersteund om hun eigen werklast en welzijn te beheren terwijl ze trainen en hun carrière beginnen in school.

Het ITT Core Content Framework is ontworpen om de ontwikkeling van leraren-in-opleiding op vijf kerngebieden te ondersteunen, te weten: gedragsbeheer, pedagogiek, leerplan, beoordeling en professioneel gedrag. Het uitgangspunt is dat hoe beter de leraar, hoe beter het leren gaat en dus hoe beter het is voor de leerlingen. Dat geldt voor alle leerlingen en in het bijzonder voor leerlingen uit gezinnen met een lage sociaal-economische status, met laagopgeleide ouders, en bij wie Nederlands (voor ouders of kind) niet de moedertaal is.

Een kenmerk van topleraren is – zoals John Hattie heeft onderzocht – een diep, conceptueel begrip van de inhoud van hun vak, van didactiek en van hoe kinderen leren. Dit maakt hun kennis meer georganiseerd en daarmee zijn ze beter in staat verbanden te leggen tussen (nieuwe) inhouden en de voorkennis van leerlingen, deze te verklaren en over te brengen. Ze weten leerinhoud beter te verbinden aan andere onderwerpen in het curriculum, (leer)problemen van hun leerlingen te monitoren en hun relevante en nuttige feedback te geven.

Niemand wordt als topleraar geboren: dat word je dankzij een goede vooropleiding (oftewel een gestructureerde introductie tot de kern van kennis, gedrag en vaardigheden die goed onderwijs definiëren), dankzij je ervaring en de coaching van deskundige collega’s, en door voortdurend bij te leren. Het Britse ITT-kader bestaat uit acht standaarden:

1. Hoge verwachtingen hebben van leerlingen.

Voorbeeld van een deel van de eerste standaard

2. Leerlingen vooruit helpen (weten hoe leerlingen leren en daarnaar kunnen handelen).

3. Beschikken over gedegen kennis van vak, domein en curriculum.

4. Gestructureerde lessen plannen en verzorgen.

5. Adaptief lesgeven.

6. Nauwgezet en productief toetsen.

7. Gedrag van leerlingen (bij)sturen.

8. De eigen professionalisering vormgeven (coaching en terugkoppeling van collega’s, openstaan voor terugkoppeling van de eigen praktijk, kritisch omgaan met onderzoeksresultaten, bouwen aan een netwerk binnen en buiten de school).

Elk van deze standaarden is onderbouwd met onderzoek (evidence-informed). Bij elke standaard horen doelen (een lijstje ‘leer te …’), die zijn gebaseerd op het best beschikbare onderwijsonderzoek. Bij de eerste – hoge verwachtingen – luidt bijvoorbeeld het bovenste doel: leraren kunnen het welzijn, de motivatie en het gedrag van hun leerlingen beïnvloeden en verbeteren. Er staat ook bij hoe je dit als leraar bereikt en in de praktijk brengt, gebaseerd op kennis uit onderzoek en gesprekken met deskundigen, zoals onderzoekers, pedagogische centra en leraren zelf. Zo wordt er bij de eerste standaard onder andere vermeld: draag uit dat je gelooft in het potentieel van alle leerlingen, door duidelijke, consistente en effectieve begeleiding bij uitdagende maar haalbare taken, binnen een even uitdagend curriculum. En creëer een positieve leeromgeving, waar fouten maken en ervan leren tot de dagelijkse routine behoren, zodat leerlingen zich willen inzetten en doorzettingsvermogen tonen. Per standaard leiden verwijzingen naar het onderliggende onderzoek en verder leesmateriaal.

Voorbeeld van de referenties voor de eerste standaard

Zelf deed ik recent met collega’s Tim Surma, Kristel van Hoyweghen en Gino Camp onderzoek naar de twee meest effectieve leerstrategieën en in hoeverre zijn deze opgenomen in leerboeken en syllabi van Nederlandse en Vlaamse lerarenopleidingen. Dat laat, op z’n zachtst gezegd, te wensen over blijkt uit onze analyse ([MM1] [AL2] zie ook mijn blogs: Toetsen als leer- en studiestrategie, en Verandering van Spijs doet Leren). Zo is er uiteraard nog veel meer kennis uit onderzoek beschikbaar. Het zou de Nederlandse overheid sieren als ook zij de stap zette naar een basiscurriculum voor alle lerarenopleidingen. Het ITT Core Content Framework ligt al klaar: het zou weinig moeite kosten om het document te vertalen voor ons kikkerlandje.

Referenties

Department for Education (2019). ITT Core Content Framework. https://assets.publishing.service.gov.uk/government/uploads/system/uploads/attachment_data/file/843676/Initial_teacher_training_core_content_framework.pdf

Hattie, J. (2003, October). Teachers make a difference: What is the research evidence? Paper gepresenteerd tijdens de Australian Council for Educational Research Annual Conference on Building Teacher Quality, Melbourne. https://research.acer.edu.au/cgi/viewcontent.cgi?article=1003&context=research_conference_2003

Surma, T., Vanhoyweghen, K, Camp, G., & Kirschner, P. A. (2018). Distributed practice and retrieval practice: The coverage of learning strategies in Flemish and Dutch teacher education textbooks. Teaching and Teacher Education, 74, 229-237.


[1] Het ITT Core Content Framework en de onderliggende bronnen waarop het is gebaseerd, zijn beoordeeld en goedgekeurd door de onafhankelijke Education Endowment Foundation.


Paul A. Kirschner's avatar

Over Paul A. Kirschner

Nederlands: Paul A. Kirschner (1951) is Emeritus hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit (Nederland), eredoctor (doctor honoris causa) aan Oulu University (Finland), Gastprofessor aan de Thomas More Hogeschool (België) en eigenaar van kirschner-ED. Hij was eerder Universiteitshoogleraar en hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit, Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University, hoogleraar Onderwijswetenschappen aan de Universiteit Utrecht, hoogleraar Contact- en Afstandsonderwijs aan de Universiteit Maastricht en Visiting Professor aan de Open University of Catalonia (Spain). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied met meer dan 350 wetenschappelijke publicaties. Hij heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF van 2009-2019. Hij is Fellow van de American Educational Research Association (NB de eerste Europeaan aan wie deze eer werd toegekend), de International Society of the Learning Sciences en de Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science of the Royal Dutch Academy of Sciences (NIAS-KNAW). Hij was president van de International Society of the Learning Sciences in de periode 2010-2011. Hij is hoofdredacteur van de Journal of Computer Assisted Learning en commissioning editor van Computers in Human Behavior. Hij heeft veel boeken (mede)geschreven, o.a. Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum), Op de Schouders van Reuzen en Wijze Lessen: Twaalf Bouwstenen voor Effectieve Didactiek (beiden gratis verkrijgbaar op het web), twee boeken over mythes in het onderwijs Jongens zijn Slimmer dan Meisjes XL en Juffen zijn Toffer dan Meesters (beiden ook in het Engels verschenen), Evidence Informed Learning Design, and How Learning Happens: Seminal Works in Educational Psychology and What They Mean in Practice. Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten). Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral het ontwerpen van effectief, efficiënt en bevredigend onderwijs, computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden. English: Paul A. Kirschner, dr.h.c. (1951) is Emeritus Professor Educational Psychology at the Open University of the Netherlands, Guest Professor at the Thomas More University of Applied Science in Mechelen, Belgium, Honorary Doctor (Doctor Honoris Causa) at the University of Oulu, Finland, and owner of kirschner-ED which carries out educational consultancy, masterclasses for teachers, school heads and educational policy makers, and keynotes/presentations at conferences and other educational get-togethers. He is a Research Fellow of the American Educational Research Association, the International Society of the Learning Sciences, and the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science. He is a past President (2010-2011) of the International Society of the Learning Sciences and former member of the Dutch Educational Council and the Scientific Technical Council of the Foundation for University Computing Facilities (SURF WTR). He is chief editor of Journal of Computer Assisted Learning and commissioning editor of Computers in Human Behavior. He has also published more than 350 scientific articles as well as many popular articles for teacher journals. As for books, he is co-author of How Learning Happens: Seminal Works in Educational Psychology, Evidence Informed Learning Design, Urban Myths about Learning and Education and More Urban Myths about Learning and Education as well as of the highly successful book Ten Steps to Complex Learning, and editor of two other books (Visualizing Argumentation and What we know about CSCL). He is seen as an expert in many areas and in particular the design of effective, efficient and enjoyable education, computer-supported collaborative learning (CSCL), media use in education, and the acquisition of complex cognitive skills.

2 Reacties naar “Basiscurriculum voor leraren”

  1. Onbekend's avatar

    Ik denk dat elke lerarenopleider zich wel in deze standaards kan vinden. Al heel lang worden ze benadrukt, voor een deel vind je ze al terug bij de grondlegger van de onderwijspedagogiek: Johann Friedrich Herbart en zijn volgelingen (de herbartianenen). De laatsten introduceerden een voorvorm van het directe instructiemodel (de formele leertrappen), aan het eind van de 19e eeuw. Geluk en De Raaf waren er de grote voorvechters van en hebben er prachtige uitgewerkte lesvoorbeelden van gegeven. Wat is het toch dat de standaarden maar beperkt en onvolkomen in praktijk worden gebracht? En soms zelfs weerstand oproepen (toen bij Ligthart, maar ook bij Thijssen)?

    Van de Franse psychoanalyticus Octave Mannoni is de uitspraak:’Ik weet het wel maar desalniettemin…’ Ik denk dat voor veel leraren die uitspraak geldt; men weet het wel maar het gaat gewoon niet. Zo wel in- als extern werkt alles tegen. Er komt te veel op leraren af; er is tegelijkertijd te veel aan de hand; er moet tegelijkertijd te veel gedaan worden.

    Het zou interessant zijn de onderzoeksfocus eens te richten op hoe de leraar in de praktijk staat, wat haar ervaringen met niet alleen het lesgeven, maar ook het runnen van een klas zijn, wat ze in de praktijk niet alleen bewust, maar ook halfbewust dagelijks mee maakt. Misschien brengen leraren wel heel andere andere standaards in praktijk. Wie weet. Misschien kunnen we dan ook begrijpen waarom de bovengenoemde standaards nog steeds niet ‘goed’ in praktijk worden gebracht. Wellicht kunnen we leraren daarna ook beter bijstaan de genoemde standaards in praktijk te brengen. Wie weet. Dat ze van belang zijn, staat buiten kijf.

    Like

Trackbacks/Pingbacks

  1. Engeland Gidsland? | Blogcollectief Onderzoek Onderwijs - 3 maart 2020

    […] Het is een vervolg op het Initial Teacher Training Core Content Framework[1] (zie mijn eerdere blog Basiscurriculum voor leraren?). Volgens de samenstellers vormen leraren “de basis van het onderwijssysteem – er zijn geen […]

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je volledige naam en achternaam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.