Deze blog is geschreven door
Hannah J.E. Bijlsma, Msc. (eerste auteur) en mijn persoon.

Er zijn steeds meer academische leerkrachten werkzaam op de basisschool, opgeleid aan universiteiten en hogescholen of via de zij-instroom- en/of deeltijdtrajecten van de pabo. Samen met hun collega’s werken zij elke dag aan zo goed mogelijk onderwijs voor alle leerlingen in het basisonderwijs. Maar er is meer. Vanuit de opleiding hebben academisch opgeleide leerkrachten andere vaardigheden verworven dan reguliere leerkrachten. Hoe kunnen deze vaardigheden optimaal bijdragen aan onderwijs(ontwikkeling) binnen een school/schoolteam en aan de ontwikkeling van kinderen?

De academische leerkracht

Academische leerkrachten hebben een universitair bachelor- of masterdiploma. De opleiding vraagt van ze dat zij analytisch zijn, kritische vragen stellen en een onderzoekende houding aannemen (Van Amsterdam, 2018). Ze kunnen (wetenschappelijk) onderzoek zoeken, lezen en soms ook uitvoeren en kunnen daardoor input geven vanuit de theorie voor onderwijsonderzoek. Met hun kennis, vaardigheden en attitude kunnen ze een bijdrage leveren aan de ontwikkeling en verbetering van het basisonderwijs (Katern PO-Raad, 2019), bijvoorbeeld door onderwijsinnovaties verantwoord te implementeren en evalueren, onderwijskwaliteit beter te volgen, analyseren en rapporteren, curricula op een evidence-informed manier te ontwikkelen en kennis van leer- en gedragsproblemen in de praktijk toe te passen. De meerwaarde van academische leerkrachten is dat zij ook opgeleid zijn tot volwaardige leerkrachten voor de klas en met liefde lesgeven aan leerlingen. Ze zijn pedagogisch, didactisch en organisatorisch goed onderlegd en kunnen de link tussen praktijk en theorie goed leggen.

Onbenut

Hoewel het aantal academische leerkrachten in het basisonderwijs groeit, worden hun vaardigheden en expertise nog weinig benut op scholen, zo blijkt uit onderzoek van Broeks et al. (2018), uitgevoerd in opdracht van het ministerie van OCW en de Beroepsvereniging Academici Basisonderwijs (BAB). Ook Snoek (2014) geeft aan dat schoolorganisaties academische leerkrachten vaak niet erkennen en dat hun (nieuwverworven) capaciteiten onbenut blijven. Daarom verlaten deze leerkrachten vaak voortijdig het onderwijs. Buiten de school vinden zij meer cognitieve uitdaging en betere arbeidsvoorwaarden. De doelstellingen die bij de start van de universitaire pabo’s gesteld zijn, worden niet behaald en het onderwijs mist daarmee de competenties die deze leerkrachten meebrengen.

Zijn we ze liever kwijt dan rijk?

De vraag is of de huidige school eigenlijk wel behoefte heeft aan deze hoger-opgeleide leerkrachten. Juist omdat zij kritisch en analytisch zijn, en omdat zij soms buiten de gebaande wegen denken en handelen, kunnen ze een bedreiging vormen voor de gevestigde cultuur op een basisschool (zowel voor de leiding als voor hun niet-academische collega’s). Academische leerkrachten kunnen de neiging hebben zich bezig te houden met school-overstijgende onderwerpen die een ‘gewone’ leerkracht niets aan gaan. ‘Ga maar gewoon lesgeven’, hoor je dan vaak, of ‘Stel niet zo veel vragen, dat kost zoveel tijd’. Daar komt bij dat schoolleiders en -bestuurders vaak geen idee hebben hoe deze leerkrachten ingezet kunnen worden en hoe zij van meerwaarde kunnen zijn voor het onderwijs (Snoek, 2014; Van Amsterdam, 2018). Is er misschien een reden dat academische leerkrachten weinig ruimte krijgen om hun vaardigheden en expertise in te zetten? Zijn ze misschien ‘te lastig’?

Verscheidenheid in schoolteams als meerwaarde

Leerkrachten in een schoolteam nemen allemaal andere vaardigheden mee en dat is juist de kracht van zo’n team. Als we streven naar erkende ongelijkheid in een team, dan kan een cultuur ontstaan waarin iedereen vanuit zijn of haar eigen kennis en kwaliteiten een bijdrage levert en dus ook de academisch geschoolde leerkracht zijn of haar positie kan innemen. Door vaardigheden en capaciteiten van alle leerkrachten in te zetten binnen het team, ontstaat er verscheidenheid in schoolteams. Taken en verantwoordelijkheden worden dan verdeeld naar waar leerkrachten goed in zijn. Er ontstaan dan misschien ‘hybride leraren’: leraren die meerdere werelden combineren in hun werk, waarvan lesgeven er in ieder geval één is. Academische leerkrachten kunnen hun kwaliteiten hierdoor ontplooien en inzetten en erkenning van collega’s (leerkrachten en leidinggevenden) krijgen. Voor zowel het individu als voor de schoolorganisatie is dat een unieke kans op het onderwijs op een basisschool op een hoger plan te tillen en academische leerkrachten voor het onderwijs te behouden. In het onderwijs zijn namelijk meer leerkrachten nodig die de onderwijspraktijk goed kennen en ook wetenschappelijk goed onderlegd zijn, om beide werelden met elkaar te verbinden en te werken aan beter onderwijs.

Strategisch HR-beleid

De hier geschetste koppeling tussen leerkrachten en taken heeft invloed op de organisatie van een school. Het vraagt om strategisch personeelsbeleid, waarin samen met teamleden wordt nagedacht over wiens kwaliteiten waar ingezet worden. Leerkrachten zijn het belangrijkste kapitaal van een school(bestuur). In hen investeren heeft een grote meerwaarde. Academische leerkrachten zelf zouden hun (algemeen) profiel moeten beschrijven, dat zou helpen bij het inzetten op doorontwikkeling van academische vaardigheden naast het lesgeven. Ook hier is de rol van de directie cruciaal in ondersteuning en begeleiding.

Actieplan Beroepsvereniging Academici Basisonderwijs

Er is werk aan de winkel om te zorgen dat academische leerkrachten in het onderwijs werkzaam blijven. De Beroepsvereniging Academici Basisonderwijs (BAB) verbindt en verenigt de academische basisschoolleerkrachten met als doel elkaar te inspireren, wetenschappelijke kennis en werkervaring zowel met elkaar als met behulp van externe experts te delen en om een belangrijke gesprekspartner te zijn voor belanghebbende partijen. Al geruime tijd is de BAB in samenwerking met onderwijsorganisaties bezig met het formuleren van oplossingen voor het geschetste probleem en het maken van een actieplan. Dit actieplan is bedoeld om de positionering van academische leerkrachten in het PO te verbeteren. Gezamenlijk hebben ze input verzameld door het voeren van gesprekken met schoolbesturen, schoolleiders, lerarenopleidingen en andere belanghebbende partijen. Ze hebben workshops georganiseerd op congressen, gesprekken met elkaar (BAB-leden) gevoerd en onderzoek in het werkveld verricht. Met alle partijen samen, is een actieplan tot stand gekomen met als doel: dat academische leerkrachten zo worden ingezet, dat hun vaardigheden en kennis optimaal kunnen bijdragen aan (de ontwikkeling van) het onderwijs aan leerlingen in de eigen klas, op de school, binnen het bestuur of in de onderwijssector.

BAB Academy

Eén van de actiepunten is de BAB Academy: een professionaliseringsprogramma voor academici in het PO in de vorm van kwartetten (vierdelige lessenseries). Zowel het eerste als een deel van het tweede studiejaar zijn geprogrammeerd. Het eerste kwartet dat nu in september 2019 begint wordt verzorgd door emeritus hoogleraar Paul A. Kirschner van de Open Universiteit en zijn collega’s Gino Camp en Tim Surma. Titel van de serie is ‘TOPLESSEN. Hoe cognitieve psychologie kan leiden tot beter leren’. De BAB Academy is jong, maar is zo ver dat die adhesiebetuigingen – en dus het vertrouwen – heeft van diverse onderwijsorganisaties, zoals het de PO-Raad, de AVS, de AOb en CNV. Ook PO-besturen, zoals Meer Primair, stimuleren hun academische leerkrachten deel te nemen aan het programma. Het Nationaal Regieorgaan voor Onderwijsonderzoek (NRO) heeft voorzien in een kleine opstartsubsidie, zodat de start van het eerste kwartet gegarandeerd is. Voor meer informatie kijk op de website van de BAB (bab.nl). 

Tot Slot

Op vrijdag 13 september a.s. wordt het actieplan gepresenteerd. De bestuurders van de deelnemende partijen (VSNU, AVS, PO-Raad, BAB, Netwerk UniPa, AOB en CNV) zullen tijdens een bijeenkomst aanwezig zijn en een inspanningsintentie voor het plan ondertekenen. Ook vertegenwoordigers van diverse politieke partijen, het NRO en het ministerie van OCW zullen aanwezig zijn bij de ondertekening. 
Aanmelden voor de bijeenkomst kan via DEZE LINK.
Ongeveer een week van tevoren wordt de volledige tekst van het Actieplan Academici PO en meer informatie over het programma en de locatie gestuurd naar de personen die zich aangemeld hebben.

Graag tot 13 september!

Referenties

Broeks, L., Bakker, W., Hertogh, E., Van Meeuwen-Kok, J., Gondwe, M. (2018). Loopbaanpaden in het primair onderwijs, Utrecht: Adviesbureau Berenschot.

Functieprofiel academische leerkracht Netwerk Universitaire Pabo’s Nederland.

PO-Raad (2019). Katern Academische Leraren. Utrecht: Platform Samen Opleiden en Professionaliseren.

Sinclair, C. (2008). Initial and changing student teacher motivation and commitment to teaching. Asia-Pacific Journal of Teacher Education, 36(2), 79-104. 


Van Amsterdam, P. (2018). Verkenning Academische Lerarenopleiding PO/Academische Pabo’s. Onderzoek uitgevoerd in opdracht van de Vereniging Hogescholen (VH).

Snoek, M. (2014). Developing teacher leadership and its impact in schools. Academisch proefschrift, Universiteit van Amsterdam.

1
Reageer op dit artikel

avatar
1 Comment threads
0 Thread replies
1 Volgers
 
Most reacted comment
Hottest comment thread
1 Comment authors
Raf Feys Recent comment authors

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  Subscribe  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Raf Feys
Gast

Toch wel merkwaardig dat in Frankrijk de sterke niveaudaling – zie PISA e.d.- veelal in verband wordt gebracht met de invoering van een universitaire opleiding voor onderwijzers en leraren lagere cyclus voortgezet onderwijs in 1989. Voor wiskunde hebben Franse 15-jarigen een jaar achterstand op de Vlaamse die opgeleid zijn door leraren die een 3-jarige opleiding volgden. Tot 1986 duurde de lerarenopleiding amper 2 jaar en dat leverde – ook in TIMSS en PISA vanaf 1995 – wereldtopscores op.

About Paul Kirschner

Nederlands: Prof. dr. Paul A. Kirschner, dr.h.c. is Universiteishoogleraar en hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit. Hij is ook Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University (Finland) waar hij ook een Eredoctoraat heeft (doctor honoris causa). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied en heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en is lid van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF. Hij is Fellow of the American Educational Research Association (AERA; NB de eerste Europeaan aan wie deze eer werd toegekend), de International Society of the Learning Sciences (ISLS) en van de Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science of the Royal Dutch Academy of Sciences (NIAS-KNAW). Hij was President van de International Society for the Learning Sciences (ISLS) in de periode 2010-2011. Hij is Hoofdredacteur van de Journal of Computer Assisted Learning en Commissioning Editor van Computers in Human Behavior, en hij is auteur van Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum). Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten). Hij is ook medeauteur van het boek Jongens zijn slimmer dan meisjes XL (EN: Urban Myths about Learning and Education). Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), het ontwerpen van innovatieve, elektronische leeromgevingen, mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden. English: Paul A. Kirschner (1951) is Distinguished University Professor and professor of Educational Psychology at the Open University of the Netherlands as well as Visiting Professor of Education with a special emphasis on Learning and Interaction in Teacher Education at the University of Oulu, Finland where he was also honoured with an Honorary Doctorate (doctor honoris causa). He was previously professor of Educational Psychology and Programme Director of the Fostering Effective, Efficient and Enjoyable Learning environments (FEEEL) programme at the Welten Institute, Research Centre for Learning, Teaching and Technology at the Open University of the Netherlands. He is an internationally recognised expert in the fields of educational psychology and instructional design. He is Research Fellow of the American Educational Research Association and the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science. He was President of the International Society for the Learning Sciences (ISLS) in 2010-2011, member of both the ISLS CSCL Board and the Executive Committee of the Society and he is an AERA Research Fellow (the first European to receive this honour). He is currently a member of the Scientific Technical Council of the Foundation for University Computing Facilities (SURF WTR) in the Netherlands and was a member of the Dutch Educational Council and, as such, was advisor to the Minister of Education (2000-2004). He is chief editor of the Journal of Computer Assisted Learning, commissioning editor of Computers in Human Behavior, and has published two very successful books: Ten Steps to Complex Learning (now in its third revised edition and translated/published in Korea and China) and Urban Legends about Learning and Education (also in Dutch, Swedish, and Chinese). He also co-edited two other books (Visualizing Argumentation and What we know about CSCL). His areas of expertise include interaction in learning, collaboration for learning (computer supported collaborative learning), and regulation of learning.

Category

onderwijs

Tags

, , ,