Over professionaliteit

In het onderwijs is professionaliteit al een aantal jaren een buzz-woord. Docenten zijn hoog-opgeleide professionals, het Lerarenregister draagt bij aan die professionaliteit enz. Een korte wandeling door wat door Mintzberg de “professionele bureaucratie” genoemd wordt.

Professionele bureaucratie.

Voordat de haren rechtop gaan staan: Mintzberg[i] gebruikt deze naam als een neutraal label voor de manier waarop een organisatie ingericht is. Hij beschrijft nog vier mogelijkheden aan de hand van zijn organisatiestructuur-model. Kenmerk van een Professionele bureaucratie is dat er hoog opgeleide medewerkers zijn (professionals) die volgens tevoren afgesproken procedures en randvoorwaarden, behoorlijk autonoom, hun werk doen (bureaucratie). Opvallend in zijn boek is dat Mintzberg voor de illustratie van dit type organisatie juist een school neemt. Het is die autonomie die het besturen van zo’n organisatie lastig maakt en één van de grootste mopperpunten uit het onderwijs oplevert: vergaderingen. Zo’n professionele bureaucratie, veronderstelt professionals.

Een enge definitie.

Volgens mij is een eenvoudige omschrijving van een professional, iemand die het werk doet waarvoor hij/zij gekwalificeerd is. En die kwalificatie bestaat in Nederland bijna altijd uit een diploma of certificaat.

Gelet op de kwalificaties die docenten hebben, zijn zij dus professional in lesgeven en (universitair opgeleide eerstegraads) in het doen van eenvoudig onderzoek[ii].

competentiematrix

Naar mijn mening vatten de SBL competenties die taak mooi samen. Voor al het andere werk dat er in een school moet gebeuren, is een docent dus een amateur, oftewel een liefhebber. Wellicht bekwaam, maar niet gekwalificeerd.

De ruwe werkelijkheid.

Enige tijd geleden kwam ik op internet het volgende plaatje tegen:

2016-10-23-12-37-25

Hierin zijn de meeste taken die moeten plaatsvinden in een school, wel aangegeven. En wanneer ik dan het lijstje langs ga, zie ik bij elk onderdeel wel een collega die in de niet-lesgevende uren op die punten werk doet. Oftewel: een school zou een professionele bureaucratie kunnen zijn, maar is dat vaak niet of onvoldoende. De professionals doen (teveel) werk waarvoor ze niet gekwalificeerd zijn. En dat zit hem ook in kleine dingetjes. Dit schooljaar startte voor mij als mentor van een klas, met het controleren van een NAW-lijst, het uitreiken van kluissleutels, het beheren van wachtwoorden, het inrichten van een ELO, het voeren van sollicitatiegesprekken met LIO’s, schrijven van teksten voor het personeels-bulletin en het adviseren van leerlingen over vervolgonderwijs.

Het kan anders.

Professionaliteit is je werk doen op basis van behaalde kwalificaties. De consequentie hiervan is ook, dat je werk waarvoor je niet gekwalificeerd bent, dus niet of alleen onder begeleiding doet. Eén van mijn vroegere werkgevers heeft het functiebouwwerk langs deze lijn ingericht. Hierdoor werd het mogelijk om meer ondersteunend personeel aan te nemen en docenten konden zich meer concentreren op hun hoofdtaak. Dit laatste verminderde de ervaren werkdruk.

Beter en sneller.

Om docent te kunnen zijn, is een zekere eigenwijsheid noodzakelijk. Kopieerwerk, een lijstje bijhouden, een bus voor een schoolreisje regelen, LOB-gesprek met een leerling, etc etc doe je het liefst zelf, omdat je dan weet dat het goed gebeurt. Maar in een professionele bureaucratie is het ongewenst. Het is niet “des docents”. Daarnaast: als het je werk is, je je ergens echt op kan concentreren, dan kan je de beste prijs uitonderhandelen met busmaatschappijen, echt tijd nemen voor een LOB-gesprek, de administratie zonder verstoringen in één keer kloppend krijgen.

De mitsen en maren die ontstaan wanneer dit werk bij ondersteuning wordt ondergebracht zijn veelal terug te voeren op:

  • Verlies van controle, niet durven loslaten.
  • Slechte planning die maakt dat veel op het laatste moment moet.
  • Onrealistische en/of onnodig hoge verwachtingen over de kwaliteit van het werk.
  • Gebrekkig personeelsbeleid wanneer blijkt dat de ondersteuning niet de gewenste kwaliteit levert.
  • Verhullen van misstanden in de organisatie, omdat anders … er de dupe van wordt.

Professionaliteit betekent m.i. ook dat je de professionaliteit van een ander erkent en daar naar handelt en nalaat. En ja, je mag even je hart luchten over de schoolleiding, de ICT-afdeling of de afdeling Inkoop van de scholengroep. Maar daarna verdienen dat soort specialisten niet minder dan onze waardering. En wanneer die niet gegeven kan worden: iedereen heeft een leidinggevende die behoort in te grijpen. En ook een goed correctie- of exit gesprek voeren is een vak. Doe je dat fout, dan kan dat de organisatie veel geld kosten.

De volgende stap.

Dat het beroep docent aan verdere professionalisering toe is, lijkt op dit moment breed gedragen te worden (immers: dé reden voor het lerarenregister). Het is ook aan de individuele docent om zijn / haar eigen beroepsinvulling te professionaliseren.

 

 

[i] Mintzberg (1993) Structure in Fives: Designing effective organisations. Englewood Cliffs N.J.: Prentice Hall https://www.bol.com/nl/p/structure-in-fives/9200000000013468

[ii] Een gekwalificeerde onderzoeker is gepromoveerd en heeft door middel van een dissertatie laten zien onderzoek te kunnen doen. Vroeger heette het niet voor niks: drs., hij (zij) die doctor gaat worden.

About Paul Ket

Paul Ket studeerde onderwijskunde aan de universiteit Twente en is, na 10 jaar werkzaam geweest te zijn in de universitaire wereld en als teamleider in het vmbo (Wellantcollege), sinds kort weer docent wiskunde, verbonden aan Revius Lyceum Doorn.

5 Reacties to “Over professionaliteit”

  1. Mintzberg wordt ongetwijfeld te kort gedaan in ons begrip van een professionele bureaucratie, maar toch sluit mijn reactie op dit blog aan bij die voor de hand liggende kritiek. Freidson onderscheidt in zijn boek Professionalism, The third logic (2001) drie modellen om naar professionals te kijken, elk gebaseerd op andere krachten: bureaucratisch, markt en professionaliteit. Hij pleit voor dat laatste, het perspectief op professionaliteit en roept daarmee net als jij op voor het erkennen van kennis en vaardigheden van beroepsgroepen. Vanuit het Alchemieproject (een onderzoeksproject van Hogeschool Leiden waarin we mensen geïnterviewd hebben die door anderen gezien worden als gouden professional omdat ze van betekenis zijn voor kinderen, organisatie, ouders) leren we dat naast kennis en vaardigheden de eigen waarden en overtuigingen minstens zo belangrijk zijn. Om een voorbeeld te noemen: de manier waarop je leraar bent hangt samen met waar je verantwoordelijkheid voor voelt en neemt. Voor kennisoverdracht, voor de ontwikkeling van kinderen of voor een betere wereld? Waar wil jij je mee verbinden? We zien dat het handelen van deze professionals (deels leraren) gestuurd wordt door pogingen om congruentie te brengen tussen hun overtuigingen en de actuele situatie. Juist dit streven naar congruentie overtuigt en maakt dat deze professionals het verschil kunnen maken. Kennis en vaardigheden krijgen betekenis in de manier waarop ze door de professional ingezet worden! Daarmee is meer nodig dan een beroepsregister en moeten we niet te lichtvaardig tot verdeling van arbeid over gaan.

    Like

    • Dank je voor deze toevoeging. Dat de arbeidsdeling niet lichtvaardig moet, eens. Mijn ervaring is dat het secuur bekijken wat bij een docent hoort, de primaire taak ten goede komt, ontzorgt, en de ervaren werkdruk vermindert. En verstandige bedrijfsvoering is.

      Like

  2. Dag Paul, door de keuze die je maakt voor de definitie van de professional, stuur je als het ware aan op een mogelijk beperkte invulling van dit concept. Zelf ga ik liever uit van de definitie van Ruijters en Simons (2015): “iemand die ervoor kiest en zich erop toelegt om, met behulp van specialistische kennis en ervaring, klanten op een competente en integere manier steeds beter van dienst te zijn. Daarbij maakt hij gebruik van, en draagt actief bij aan, een community van medeprofessionals die het vak bij voortduring ontwikkelen.”
    Over de breedte van het vak en wat daar allemaal bijhoort, kun je dan ook verschillend denken: alles wat bijdraagt aan de ‘goede dienstverlening’ aan leerlingen, hun ouders, collega’s en de school (de community) zou dan in principe bij het werk kunnen horen.

    Belangrijk daarbij blijkt vooral de mate van autonomie die een leraar daarbij ervaart. Verschillende studies, waaronder die van Kwakman (2003) laten zien dat de variëteit in het werk en ook de taken die iemand behalve lesgeven uitvoert, bijdragen aan de professionalisering en het leren van de leraar. Het hele verhaal is dus een beetje complexer dan je het in deze blog schetst.

    Er is net een interessante nieuwe publicatie verschenen over organisatie- en taakfactoren die de professionele ontwikkeling van leraren beïnvloeden: Evers, A. T., Van der Heijden, B. I., & Kreijns, K. (2016). Organisational and task factors influencing teachers’ professional development at work. European Journal of Training and Development, 40(1), 36-55.

    Like

    • Hallo Naomi, jij focust op de professionaliteit. Ik pak daar ook het deel “bureaucratie” van Mintzberg er bij. Er zijn dan kaders waarbinnen er ruime autonomie is. Triviaal voorbeeld: wat ik doe in de les is geheel mijn zaak, maar ik mag niet veroorzaken dat leerlingen twee proefwerken op één dag hebben. En voor werkafspraken, welk hoofdstuk, welk proefwerk, welke bevorderingsnormen etc, vinden we dat heel gewoon, maar of je het kopieerwerk afgeeft aan de repro valt geen afspraak te maken. En dus staat een duurbetaalde LD docent te kopiëren, terwijl de repro-medewerker ontslagen wordt, de LIO geen begeleiding krijgt (want te druk), en de LD docent overspannen raakt van de veelheid aan taken. Want al die niet-lesgevende uren worden volgezet met van alles, behalve lesvoorbereiding, leerlingbegeleiding, eigen professionalisering en/of student-begeleiding, kerntaken. Ik overdrijf een beetje, maar dit zie ik op veel scholen gebeuren. Ik pleit daarmee dus voor een nauwe opvatting van de taak van de docent. Al die taken die niks met het docentschap te maken hebben, zouden m.i. elders ondergebracht moeten worden. Je verwijst hierbij o.a. naar Kwakman. Ik ken die studie niet (nog zo’n dingetje: toegang tot wetenschappelijke publicaties, nog steeds niet rond), maar mijn vooroordeel is dat ze niet gekeken hebben op instellingen die deze gedachtegang werkelijk geïmplementeerd hebben. Want die zijn er niet zoveel. Mijn opvatting is gebaseerd op eigen waarneming als leidinggevende, waarbij ik de positieve effecten van inperking van de variëteit zelf heb mogen zien. Ik moet nog overtuigd worden van mijn ongelijk in deze.
      Dank voor je uitgebreide reactie. Het is m.i. een belangrijke discussie.

      Like

Trackbacks/Pingbacks

  1. Over professionaliteit | Master Onderwijskunde ... - 31 oktober 2016

    […] In het onderwijs is professionaliteit al een aantal jaren een buzz-woord. Docenten zijn hoog-opgeleide professionals, het Lerarenregister draagt bij aan die professionaliteit enz. Een korte wandeling door wat door Mintzberg de “professionele bureaucratie” genoemd wordt.  […]

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: