Voorstel voor een nieuwe aanpak van het eindexamen. Vervolg

Jelmer Evers en Dick van der Wateren

Na ons eerste stuk over een nieuwe aanpak van het eindexamen is er veel gebeurd. We hebben veel (voornamelijk instemmende) reacties gekregen. We hebben met Kamerleden gepraat en inmiddels zijn de herexamens geweest. Hoe nu verder?

Voorafgaand aan de vergadering van de Vaste Commissie OC&W op 23 juni hebben we gepraat met onderwijswoordvoerders Karin Straus (VVD) en Joyce Vermuë (PvdA). Tijdens het commissieoverleg met staatssecretaris Dekker diende Karin Straus samen met de Kamerleden Rog, Bruins, Vermuë en van Meenen een motie in waarin de regering wordt gevraagd “het CvTE op te dragen om actief te werken aan een nieuwe werkwijze […] met meer transparantie en grotere betrokkenheid van individuele vakdocenten”. Deze motie wordt aanstaande dinsdag in de Kamer behandeld.

Ons verhaal bleek goed aan te sluiten bij ideeën die al langer leefden bij de verschillende onderwijswoordvoerders en we hebben dan ook goede hoop dat de aanpak van de examens gaat veranderen. Wat ons betreft gaat de motie nog niet ver genoeg. We zouden graag zien dat de Kamer zich uitspreekt over ons voorstel om de curriculumontwikkeling en toetsing/examinering onder te brengen in één overkoepeld instituut.

Integratie curriculum en toetsing

Behalve de soms belabberde kwaliteit van de examenvragen is een jaarlijks terugkerend probleem dat de examens slecht zijn afgestemd op het curriculum. In ons vorige stuk hebben we daarvan voorbeelden genoemd (zie ook de bijlage met bijdragen van docenten). Dit leidt tot grote twijfels aan de validiteit van het Centraal Examen, met andere woorden, toetst het examen wat het zou moeten toetsen, namelijk de bekwaamheid van leerlingen in de verschillende examenvakken.

Het blijkt dat de Centraal Examens vaak maar een beperkt deel van de syllabus toetsen. Daardoor zijn leerlingen in het nadeel die wat zwakker zijn in dat onderdeel, maar sterker in andere onderdelen.

Daarnaast komen er vragen in de examens over onderwerpen die niet in de syllabus staan. Een heel treffend voorbeeld is een vraag in het vwo-examen scheikunde over snijbranders. Afgezien van de opmerking dat andere gassen dan ethyn (acetyleen) onbruikbaar zijn om ijzer door te branden – wie wel eens op een scheepswerf is geweest weet dat daar meestal het goedkopere propaan voor de snijbranders wordt gebruikt – moet in vraag 6 hierbij formules van de verbrandingswarmte en soortelijke warmte worden toegepast. Dit is geen onderdeel van de scheikundesyllabus en ook geen onderdeel van de stof bij het Centraal Examen natuurkunde. Met andere woorden, zelfs scheikundeleerlingen die natuurkunde in hun pakket hebben kunnen deze vraag niet beantwoorden.

Tenslotte, veel docenten zien als bezwaar dat de examenvragen geen betrekking hebben op wat door leraren wordt gezien als de essentie van hun vak. De voorbereiding op de Centraal Examens verwordt dan tot het aanleren van kunstjes en trucs, terwijl leerlingen niet worden ondergedompeld in de rijkdom, de manier van denken en problemen oplossen die de verschillende vakgebieden kenmerken. Ook is er volgens veel docenten die wij spraken te weinig aandacht voor vakoverstijgende kennis en vaardigheden.

Nu wordt gewerkt aan curriculumvernieuwing (Onderwijs2032) is dit bij uitstek de gelegenheid om die onder te brengen in een instituut dat tegelijkertijd verantwoordelijk is voor de toetsing en examinering. Dat biedt de beste garantie dat de syllabi van de verschillende vakken beter op elkaar zijn afgestemd, dat geen onderdelen worden getoetst die daarvan geen onderdeel uitmaken en dat juist wel de kernvaardigheden en -kennis van de vakken wordt getoetst.

In ons voorstel schreven wij: “In dat instituut krijgen leraren, lerarenorganisaties (inclusief schoolleiders), lerarenopleiders en onderwijsonderzoekers een grote stem en verantwoordelijkheid.” Voor ons is dat een absolute voorwaarde. Op dit moment is er te weinig transparantie over de manier waarop de examens worden samengesteld, over de deskundigheid van de examenmakers en over de totstandkoming van de N-termen.

Wij eindigen dit stuk zoals we het vorige eindigden:

In plaats een systeem waarin iedereen los van elkaar opereert en niemand zijn verantwoordelijkheid neemt, creëren we samenhang, eigenaarschap en verantwoordelijk voor de kwaliteit van ons onderwijs.

About Dick van der Wateren

Ik sta voor de klas op het Eerste Christelijk Lyceum in Haarlem en begeleid dagelijks talentvolle en begaafde leerlingen die meer uitdaging nodig hebben, of coach leerlingen die een probleem hebben waar we samen een oplossing voor vinden. Daarnaast ontwikkel ik digitaal lesmateriaal en video's voor Flip de Klas. Buiten het onderwijs heb ik een jarenlange ervaring als aardwetenschapper (o.a. in Antarctica en Afrika) en wetenschapsvoorlichter. Werken met jongeren is mijn passie. Voor mij zijn pubers zo'n beetje de leukste mensen. Ze hebben een enorme levenslust, zijn creatief, hebben originele ideeën - soms op het bizarre af - en kunnen zich nog alle kanten op ontwikkelen. Ik beschouw het als een voorrecht aan die ontwikkeling te kunnen bijdragen.

6 Reacties to “Voorstel voor een nieuwe aanpak van het eindexamen. Vervolg”

  1. Straks in augustus komt weer een cohort van 200 leerlingen naar mijn school. Die leerlingen gaan mijn collega’s en ik vijf à zes jaar lang onderwijzen & toetsen. Helemaal aan het einde van de rit wachten hen de schoolexamens (van eigen makelij) en de centrale eindexamens (van OCW-makelij).

    Tussen de start & finish van deze 200 kinderen zijn alle beslissingen over de inrichting van het curriculum – het leerplan – en de toetsing de verantwoordelijkheid van mijn school; in concreto van mijn collega’s en mij. Wij leiden hun op in wat wij zien als ‘de essentie van ons vak’, en nog veel meer, en stellen daartoe jaarprogramma’s op met inhouden, onderwijsleeractiviteiten & toetsen. Daarbij ondervinden wij vrijwel geen externe bemoeienis. Nederland heeft immers geen ‘nationaal curriculum’ en er bestaat geen ‘programma’ waarnaar leraren zich te voegen hebben, anders dan wat zij zelf (in samenspraak) bedenken. We hebben vijf à zes jaar lang de ruimte. Ik vind dat een groot goed.

    Ook schoolboeken en andere leermiddelen slaan niet de maat in ons curriculum: leraren hebben een grote, gekoesterde vrijheid om de leermiddelen te kiezen en in te zetten haar hun dat goeddunkt. Of zelf te maken. Of te combineren. Tien docenten met op papier ‘hetzelfde schoolboek’ geven op tien verschillende scholen tienmaal verschillend onderwijs. En het is goed dat dit ‘mag’. Want wie zou moeten uitmaken wie er ‘gelijk’ heeft?

    De bemoeienis van de Onderwijsinspectie en schoolleiding met onze keuzes t.a.v. inhoud & didactiek is dan ook – goddank – zeer beperkt. Zolang de resultaten goed zijn en de tevredenheid voldoende, hebben zij ook weinig reden tot zulke bemoeienis. De bekende metafoor: aan gras dat groeit, moet je niet trekken. Het gras gaat er stuk van.

    De enige externe, formele criteria die gelden bij de inrichting van curriculum & toetsing zijn de kerndoelen voor de onderbouw en de examenprogramma’s voor de bovenbouw. Door het nogal ‘globale’ karakter van deze criteria heeft mijn school een grote ruimte voor eigen invulling voor het onderwijsprogramma aan onze aanstaande 200 leerlingen; zowel inhoudelijk als didactisch en planmatig. Dat blijkt ook uit de grote variatie tussen scholen in de manier waarop zij hun curriculum verkiezen in te vullen. Daarbij zijn ook vreemde eenden in de bijt; en dat feit is op zich waardevol. al is het maar om deze keuzeruimte aan het licht te brengen. Zouden onze aanstaande 200 naar een andere school gaan, dan is de kans groot dat zij er op ander onderwijs en op andere toetsen worden onthaald dan bij ons.

    Is dat laatste erg? Nee. Juist omdat we niet weten wat evident ‘het beste curriculum’ is voor alle scholen in Nederland, en omdat ‘het beste curriculum’ mogelijk ook een functie is van wie er de leerlingen, ouders en leraren zijn, en van een reeks nogal subjectieve, aan mode onderhevige premissen, is het volstrekt rationeel om NIET een verhoopt ‘beste curriculum’ centraal vast te stellen. Dat moeten we aan de scholen over (blijven) laten. Als scholen en/of leraren daarbij willen samenwerken, of zich willen laten adviseren: prachtig. Maar dat blijft hun eigen keuze, en verantwoordelijkheid.

    Hetzelfde geldt voor de toetsing & examinering (en normering, en bevordering, en kwalificatie, en differentiatie, en doorstroombeslissingen). Met het nodige respect voor de rechtsgelijkheid van leerlingen is het op zich een goede zaak dat de beslissingen over toetsing & een deel van de examinering (het schoolexamen) op het bordje van de scholen liggen, dus tussen scholen kunnen variëren. Elke school en elke vaksectie of afdeling bouwt & beheert daartoe zijn eigen toetsprogramma, dat past bij het feitelijk gegeven onderwijs, ergo bij het curriculum zoals dat op de betreffende school wordt aangehouden.

    Het is volslagen onduidelijk wat scholen te winnen zouden hebben bij centralisatie van (een deel van) de beslissingen over wat-wanneer-hoe-door wie wordt getoetst & genormeerd. Is er kritiek op de centrale examens (onder regie van OCW)? Prima, die heb ik ook. Maar zulke kritiek moet men aan OCW adresseren; en geen toevlucht nemen tot meer centralisatie van toetsing & examinering op schoolniveau; onder medeneming van ‘het curriculum’. Kind, badwater.

    Elk onderwijssysteem moet balanceren tussen de nodige ‘centralisatie’ en ruimte voor ‘variatie’ in de schoolpraktijk. Ik vind bovenstaande analyse van gevoelde problemen in de inrichting van het onderwijs (curriculum, toetsing & examinering) echt te dun om direct de oplossing van de grotere centralisatie uit de hoek te trekken. En hoe we het hierboven voorgestelde ‘overkoepelend instituut’ ook zouden invullen, verpakken & vermommem en volstoppen met ‘leraren, schoolleiders en onderzoekers’; het doel is te komen tot modellen (curricula, examens) die voor alle scholen en alle leerlingen moeten gelden. Dat beperkt dus principieel de keuzeruimte van leraren en scholen – en ik zie niet in welk belang van onze aanstaande 200 brugklassers daarmee *evident* zou zijn gediend.

    Tot slot: centralisatie leidt noodzakelijk ook tot verstarring. Didactische en programmatische variatie & innovatie, zoals we die in de Nederlandse schoolpraktijk aantreffen, zijn de vrucht van de grote keuzeruimte die scholen & leraren gelaten wordt om hun onderwijsprogramma naar eigen zin in te richten. Zouden de vermeende voordelen van een meer gecentraliseerd curriculum en toetsprogramma echt opwegen tegen de beperking van de mogelijkheid voor scholen om buiten de gebaande paden te treden? Ik betwijfel het.

    Liked by 5 people

    • Bedankt voor deze mooie reactie, goed dat iemand het zo direct formuleert. Juist werken aan die verscheidenheid en eigenheid maakt ons onderwijs mooi en boeiend. Waar we voor moeten ijveren is gelegenheid om de ruimte te nemen die er is, daar ligt de autonomie en kracht van de professional. Het voorstel om minder lessen te geven zal dan hopelijk gekoppeld worden aan werk- en ontwikkel-middagen op scholen: dinsdag- en donderdag-middag leerlingen vrij, docenten werken samen aan beter onderwijs. Gaan we ons daar hard voor maken?

      Like

  2. Bedankt voor je reactie Michel, ik ben het eens met wat je schrijft en ik zou het ook niet anders willen. Deze voorstellen zijn ook niet bedoeld om meer centralisering van het curriculum en toetsing af te dwingen. Ze zijn bedoeld om bestaande praktijken rondom het curriculum en het examen meer op elkaar af te stemmen, en leraren daarin een grotere rol te geven. Wat leraren op scholen in teamverband doen blijft wat mij betreft de norm. Alleen zou ik willen dat dat gezamenlijk ontwerpen van een traditioneel tot progressief schoolcurriculum, wat ons systeem inderdaad kenmerkt, breder gebeurt dan alleen op school. Dat levert vooral heel veel en breed gedeelde kennis onder leraren en voorbeelden die iedereen weer kan gebruiken op school. Deze processen kunnen het curriculum (alle syllabi) weer voeden. En voorop staat dat curriculum net zo open als het nu is.

    Like

Trackbacks/Pingbacks

  1. Voorstel voor een nieuwe aanpak voor het eindexamen | Blogcollectief Onderzoek Onderwijs - 26 juni 2016

    […] Lees het tweede deel van dit voorstel hier. […]

    Like

  2. Onderwijsbelangen | Natuurlijk - 29 juni 2016

    […] regie nemen en inzetten op de randvoorwaarden. Dat lijkt me de verstandige route. Ook het langzaam afschaffen en laten fuseren van instanties als het SLO, CVTE en het CITO lijkt me verstandig mits we daar als onderwijzers de […]

    Like

  3. Onderwijs2032. De broodnodige nuance | Dick van der Wateren's Blog - 2 juli 2016

    […] niet ten goede kwam. Aanleiding was mijn stukje Geklaag over Onderwijs2032 en daarna het vervolg op het stuk van Jelmer Evers en mij over de examens. Anderhalve etmaal werd er getweet door voor- […]

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: