Neal Whitman en Jonathan Fife (1988) schreven ooit een mooi rapport over peer teaching, een onderwijsaanpak waarbij leerlingen de lesstof aan elkaar uitleggen. Zij behandelden onder meer de voordelen, de psychologische onderbouwing en de implementatie daarvan.

Ze signaleerden dat we sinds de jaren zestig van de vorige eeuw weten dat het elkaar iets doceren een positief leereffect heeft voor zowel de vertellers als de luisteraars. Het voordeel voor de vertellers ligt in het herhalen en organiseren van wat zij gaan vertellen. Hierdoor begrijpen zij de stof beter. De luisteraars profiteren, omdat zij iets horen dat dichter bij hun eigen niveau ligt dan wat er in het boek staat of wat de docent vertelt (denk aan Vygotski’sZone van de naaste ontwikkeling).

Onthouden
Tot zover de geschiedenis. Onlangs verscheen een artikel met twee opmerkelijke onderzoeken over peer teaching (Nestelojko et al., 2014). Deelnemers aan de onderzoeken werd verteld dat zij na bestudering van een leertekst óf getoetst zouden worden óf de inhoud aan een ander moesten ‘doceren’. In werkelijkheid moesten de deelnemers in het ene onderzoek een vrije tekst schrijven over wat ze zich van de inhoud herinnerden en in het andere een toets maken.

Deelnemers die dachten dat zij de stof moesten doceren, schreven teksten die vollediger en beter georganiseerd waren. Ook scoorden zij hoger op de toets dan de mensen die dachten een toets te krijgen. Met andere woorden, de deelnemers hoefden de stof niet eens echt te doceren – alleen maar te dénken dat zij dat zouden moeten doen, was voldoende om beter te leren.

Dieper leren
Zijn er kanttekeningen? Ja. Een eerste is te vinden in twee onderzoeken van Fiorella en Mayer (2013). Hun aanpak was vergelijkbaar als hierboven beschreven, maar met een paar verschillen. Zo lieten ze een deel van de deelnemers daadwerkelijk de stof aan medeleerlingen doceren. Hun eerste onderzoek liet zien dat direct na het bestuderen van de stof beide ‘doceergroepen’ beter leerden dan een controlegroep die verteld was dat zij een toets over de stof zouden krijgen. In hun tweede onderzoek maakten deelnemers de toets een week na het bestuderen van de stof. Toen bleek alleen nog de groep die daadwerkelijk doceerde, beter te leren. Hun conclusie was dat door werkelijk over de stof te doceren dieper en duurzamer geleerd wordt.

Een tweede kanttekening is de vraag wie het meeste profiteert van deze aanpak. Gottlieb en collega’s (2014) deden onderzoek waarbij lerenden afwisselend de rol van verteller en luisteraar hadden. Ze wilden nagaan of peer teaching verschillend zou uitpakken voor leerlingen met een verschillend kennisniveau. De eerste resultaten lieten zien dat de minder goede leerlingen (qua niveau de onderste 25% van de deelnemers) het dankzij peer teaching beter deden. Er was daarentegen geen verschil in leren voor de overige 75%. Voorzichtig stellen de onderzoekers dat peer teaching misschien beter werkt voor leerlingen die onderaan de ladder staan.

Maar ook met deze kanttekeningen is duidelijk dat peer teaching werkt, zelfs als het alleen gaat om de gedachte dat je iets aan een ander moet uitleggen. Ik zeg: doen!

FYI: Ik ben Paul Kirschner, hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit, en ik kiest tweemaandelijks de krenten uit recent internationaal onderzoek. Dit artikel is verschenen in het novembernummer van Didactief. 

Volg mij op Twitter @P_A_Kirschner

Kijk op http://www.didactiefonline.nl voor bronnen en  achtergrondinformatie en ook voor het oorspronkelijke artikel: 

http://www.didactiefonline.nl/component/content/article/47-uncategorised/12164-de-kunst-van-elkaar-doceren

Bronnen:

Expecting to teach enhances learning and organization of knowledge in free recall of text passages (John F. Nestojko & Dung C. Bui & Nate Kornell & Elizabeth Ligon Bjork)

The relative benefits of learning by teaching and teaching expectancy (Logan Fiorella & Richard E. Mayer)

Peer Teaching. To Teach is To Learn Twice (Neal A. Whitman)

Join the conversation! 4 Comments

  1. Dit is op X, Y of Einstein? herblogden reageerde:

    Zeer interessant stuk van Paul Kirschner (zoals steeds).

    Reply
  2. […] De Kunst van Elkaar Doceren. […]

    Reply
  3. […] De Kunst van Elkaar Doceren. […]

    Reply
  4. […] kritische kanttekeningen bij deze vorm van leren vind je op de blog van Paul Kirschner: dat het beter werkt voor jongeren die onderaan de ladder staan. Toch besluit hij met: […]

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

About Paul Kirschner

Nederlands: Prof. dr. Paul A. Kirschner, dr.h.c. is Universiteishoogleraar en hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit. Hij is ook Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University (Finland) waar hij ook een Eredoctoraat heeft (doctor honoris causa). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied en heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en is lid van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF. Hij is Fellow of the American Educational Research Association (AERA; NB de eerste Europeaan aan wie deze eer werd toegekend), de International Society of the Learning Sciences (ISLS) en van de Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science of the Royal Dutch Academy of Sciences (NIAS-KNAW). Hij was President van de International Society for the Learning Sciences (ISLS) in de periode 2010-2011. Hij is Hoofdredacteur van de Journal of Computer Assisted Learning en Commissioning Editor van Computers in Human Behavior, en hij is auteur van Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum). Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten). Hij is ook medeauteur van het boek Jongens zijn slimmer dan meisjes XL (EN: Urban Myths about Learning and Education). Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), het ontwerpen van innovatieve, elektronische leeromgevingen, mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden. English: Paul A. Kirschner (1951) is Distinguished University Professor and professor of Educational Psychology at the Open University of the Netherlands as well as Visiting Professor of Education with a special emphasis on Learning and Interaction in Teacher Education at the University of Oulu, Finland where he was also honoured with an Honorary Doctorate (doctor honoris causa). He was previously professor of Educational Psychology and Programme Director of the Fostering Effective, Efficient and Enjoyable Learning environments (FEEEL) programme at the Welten Institute, Research Centre for Learning, Teaching and Technology at the Open University of the Netherlands. He is an internationally recognised expert in the fields of educational psychology and instructional design. He is Research Fellow of the American Educational Research Association and the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science. He was President of the International Society for the Learning Sciences (ISLS) in 2010-2011, member of both the ISLS CSCL Board and the Executive Committee of the Society and he is an AERA Research Fellow (the first European to receive this honour). He is currently a member of the Scientific Technical Council of the Foundation for University Computing Facilities (SURF WTR) in the Netherlands and was a member of the Dutch Educational Council and, as such, was advisor to the Minister of Education (2000-2004). He is chief editor of the Journal of Computer Assisted Learning, commissioning editor of Computers in Human Behavior, and has published two very successful books: Ten Steps to Complex Learning (now in its third revised edition and translated/published in Korea and China) and Urban Legends about Learning and Education (also in Dutch, Swedish, and Chinese). He also co-edited two other books (Visualizing Argumentation and What we know about CSCL). His areas of expertise include interaction in learning, collaboration for learning (computer supported collaborative learning), and regulation of learning.

Category

onderzoek