2 takken van de pedagogiek die vaak over het hoofd gezien worden

Mijn blog is in zomerslaap, zelf wel nog aan het werk al is het aan een iets rustiger tempo. Ietsje meer tijd ook om me terug te laten verzinken in wetenschappelijke literatuur voor mijn plezier (ja, dat kan). De voorbije dagen merkte ik dat er weer een hele discussie pedagogiek versus onderwijskunde opleefde op sociale media. Los van de vraag of er zoveel tegenstelling hoeft te zijn, viel me ook op dat pedagogiek herleid lijkt te worden tot een welbepaalde invulling van een welbepaald deel van het veel ruimere veld van de pedagogiek. Of nog beter herleid tot een welbepaalde invulling vaan een welbepaald deel van de onderwijspedagogiek, want bijvoorbeeld gezinspedagogiek wordt al te vaak helemaal vergeten. Het lijkt me dus een tegenstelling tussen ‘een’ onderwijspedagogiek versus onderwijskunde.

Ondertussen verdiep ik me in een ander deel van de pedagogiek die vaak over het hoofd gezien wordt, namelijk de historische pedagogiek. Bij de afscheidsviering van professor Marc Depaepe had ik verschillende boeken genoteerd én besteld om me deze zomer in te verdiepen. Even bij de KU Leuven leentjebuur gaan spelen voor een omschrijving:

In het Centrum voor Historische Pedagogiek staat de historische studie van opvoeding, onderwijs en vorming centraal. Uitgaande van de vooronderstelling dat pedagogische processen en inzichten nooit zomaar uit de lucht komen vallen, wordt de ontstaansgeschiedenis en de verspreiding van onder meer educatieve concepten, onderwijsprogramma’s en pedagogische theorieën bestudeerd. Daarbij wordt gebruik gemaakt van uiteenlopend bronnenmateriaal zoals historische afbeeldingen, archiefstukken, interviews, oude filmfragmenten, schoolboeken en handgeschreven briefwisseling. Naast het bestuderen en beschrijven van het pedagogische verleden wordt er ook expliciet aandacht besteed aan een kritische reflectie over de manier waarop dat verleden beschreven kan worden en de relevantie hiervan voor toekomstige pedagogen. Door studenten aandachtig te maken voor de geschiedenis van pedagogische concepten en praktijken en hen te laten reflecteren over de manier waarop deze geschiedenissen beschreven kunnen worden, wil het Centrum voor Historische Pedagogiek studenten en collega-onderzoekers laten stilstaan bij de taal die vandaag in de pedagogische praktijk en het pedagogische onderzoek gebruikt wordt.

Zo is de beschrijving van de trip die de Belgische Dewey, Ovide Decroly samen met zijn collega Buysse maakte naar de VS zeer leerzaam. Ik herontdekte hoe de huidige strijd zijn roots lijkt te hebben in de tegenstelling tussen Dewey en Thorndike, waarbij Lagerman stelt dat Thorndike won.

Een andere tak van pedagogiek die soms over het hoofd gezien wordt, zal minder aan bod komen in mijn komende vakantieweken, namelijk de comparatieve of vergelijkende pedagogiek. Nochtans is deze tak ook ongemeen boeiend, maar je moet nu eenmaal keuzes maken en het is iets dat ik in feite al voortdurend opvolg. Voor een duiding van het vakgebied, ga ik bij de collega’s van Universiteit Gent even te leen:

Dit opleidingsonderdeel beoogt de studenten inzicht te verschaffen in diverse internationale onderwijssystemen en internationale ontwikkelingen in onderwijs waardoor zij kritisch kunnen reflecteren over actuele pedagogische en onderwijskundige processen.

Onderwijssystemen vergelijken wordt vandaag spijtig genoeg vaak verengd tot PISA en soms PIRLS en co, maar het is veel ruimer en complexer en het hielp en helpt me om net beter die onderzoeken te begrijpen.

Ik snap dat beide takken van pedagogiek minder aantrekkelijk kunnen lijken voor de dagelijkse klaspraktijk. Toch helpen de inzichten en technieken uit beide takken me heel erg bij het nadenken over onderwijs en pedagogiek en vormen ze een grote basis voor ons werk bij de mytheboeken. Oh, en ze helpen ook relativeren. Dat ook.

Pedro's avatar

6 Reacties naar “2 takken van de pedagogiek die vaak over het hoofd gezien worden”

  1. Onbekend's avatar

    Beste Pedro,

    Dank je wel voor het aandragen van deze twee takken. Langzaamaan ontstaat hier het beeld van de rijke discipline die de pedagogiek ooit was: een discipline met meerdere poten. In elk geval meer poten dan alleen de empirisch-analytische kennispoot. Die kennispoot heeft inderdaad meer takken: een tak is die van het empirisch-analytische onderzoek. Dat is – het kan niet anders – een nogal reductionistische tak. De kennispoot eist meerdere takken, ook historische takken. Ik ben het niet met je eens dat de historische takken niet aantrekkelijk zijn voor de praktijk. Nog steeds zijn er veel leraren die zich door de ideeën van de Nieuwe schoolbeweging laten inspireren. Maar er is nog een ander punt. Veel wat in het verleden in de onderwijspraktijk ontwikkeld is, is in de dagelijkse praktijk ‘ingedaald’. Niemand weet bijna meer dat het directie instructiemodel door de herbartianen ontwikkeld is. Het idee van de democratische school vinden we al bij Dewey. De Agora-school lijkt sprekend op Humanitaire school uit de jaren 20. Ik heb net de nieuwe vertaling van Comenius Didactica Magna gelezen. Daarin doet hij allerlei voorstellen om het onderwijs te verbeteren. Ze zijn bijna allemaal in praktijk gebracht en je vindt zo nog steeds in ons onderwijs (bijvoorbeeld het klassikale onderwijs). Opmerkelijk vind ik zijn uitspraak dat een leerling pas begrijpt wat hij geleerd heeft als hij het geleerde aan anderen in eigen woorden kan vertellen. En dan niet alleen aan de leraar, maar voor ook aan zijn medeleerlingen.

    Hartelijke groeten,

    Wouter Pols

    Like

    • Onbekend's avatar

      Ik ben het met je eens dat het bruikbaar is, bedoelde dat het soms minder bruikbaar kan lijken. En dat het tegelijk soms niet als pedagogiek herkend wordt omdat men pedagogiek soms tot het fundamentele of filosofische dreigt terug te brengen.

      Like

  2. Onbekend's avatar

    Beste Pedro
    Je hebt gelijk dat de discussie bij het stuk van Rob Martens https://onderzoekonderwijs.net/2019/07/01/de-mythe-van-directe-instructie ging over de verhouding tussen onderwijspedagogiek en onderwijsonderzoek. Op Twitter leek het even of er sprake was van een tegenstelling, maar als je de reacties onder het stuk leest, zul je zien dat de deelnemers aan de discussie al snel eensgezind op zoek gingen naar wat verbindt in plaats van wat scheidt. Ik zou de dialoog dan ook in die zin willen voortzetten, waarvoor ik van harte uitnodig.
    Over een paar omissies in je stuk verwonder ik me. Onlangs verscheen het boek Dat is Pedagogiek van de, ook Leuvense, hoogleraar Jan Masschelein, vol met historische pedagogiek. Dat zal je niet ontgaan zijn.
    Misschien is het je wel ontgaan dat het NIVOZ al jaren o.a. bezighoudt met historische pedagogiek.
    En tenslotte doe je je medeblogger Wouter Pols tekort die op deze plaats geregeld oude pedagogen aanhaalt.
    Fijne vakantie
    Dick

    Like

    • Onbekend's avatar

      Beste Dick,
      mijn stuk was niet gericht ‘tegen’ iemand, maar in het algemeen merk ik dat deze twee takken vaak vergeten worden. Er zijn ook werelden buiten deze blog.
      Je zal wellicht ook bedoelen dat historische pedagogiek (veel) meer is dan ‘oude pedagogen’, zoals Wouter je ook zal bevestigen.
      Jan en ik kennen elkaar trouwens goed, al denk ik dat hij zichzelf eerder filosofisch of fundamenteel pedagoog zou noemen in vergelijking met het werk dat bijvoorbeeld Marc Depaepe of een van mijn geestelijke mentoren, Frank Simon doen.
      De vergelijkende pedagogiek is een ander paar mouwen. Behalve als er een spectaculair onderwerp is zoals schaalvergroting, kunnen de telkens zeer boeiende studiedagen van het NGVO soms op (te) weinig interesse rekenen, spijtig genoeg.
      Fijne vakantie,
      Pedro

      Like

  3. Onbekend's avatar

    Beste Pedro, ik deel je opvatting over het belang van een historisch pedagogische invalshoek bij het beschouwen van onderwijs- en opvoedingsvraagstukken. Het zou interessant zijn eens scherper voor het voetlicht te brengen hoe pedagogen in de loop van de tijd zijn gaan denken over de bedoeling van onderwijs in de zin waarin Wouter Hart die term bedoeling gebruikt, over ontwikkeling en leren van leerlingen én hun eigen rol (hun eigen participeren) daarin, en over de school als leer- en leefgemeenschap. Zie ter toelichting mijn essay over het participeren van leerlingen (http://www.st-alexander.nl/goed-onderwijs-ondenkbaar-zonder-inbreng-van-leerlingen/), waarin ik precies die invalshoeken hanteer. ‘Participeren’ dan in brede zin: in hun eigen ontwikkeling en leren, in de groep(en) waarvan ze deel uitmaken, in de school als gemeenschap en op het snijvlak van school en samenleving. Na een verkenning kon ik niet anders dan tot de conclusie komen dat leerlingen – hoe gek dat ook mag klinken – nog te veel in de blinde vlek van onderwijsprofessionals zitten. In de loop van mijn verkenning liep ik ook tegen een aantal controverses in het huidige onderwijsdiscours aan die mij verleidden tot een pleidooi voor een herijking van onze onderwijstaal. Ook daarvoor kan een historische insteek van belang zijn.

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je volledige naam en achternaam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.