Deze blog is een snelle vertaling (a.u.b. de fouten mij niet te veel aanrekenen) van een blog van Blake Harvard – @effortfuleduktr – https://theeffortfuleducator.com/2019/04/28/aecwms – Ik heb ook zelf wat links toegevoegd.

Deze week hield ik een goed gesprek met mijn leerlingen. Het was een van die (te) zeldzame momenten in de klas dat je het perfecte voorbeeld hebt om te laten zien wat je het hele semester hebt gepredikt. Sta me toe om enig uitleg te geven:

Maandag – We behandelden de te leren informatie (d.w.z. de leerstof) over Freuds psychoanalytische perspectief … id, ego, superego, verdedigingsmechanismen, psychoseksuele stadia, enzovoort via directe instructie.

Dinsdag – Ik was afwezig en, dus, mijn leerlingen moesten eerst de stof van de vorige dag doornemen (retrieval practice). Vervolgens moesten zij kijken naar wat er in de les van woensdag behandeld zou worden door wat te lezen over de humanistische psychologie, aantekeningen daarover te maken en enkele toetsvraagjes te beantwoorden.

Woensdag – Aan het begin van de les kregen zij een quiz (gebruikmakend van de methode Brein – Boek – Buddy). Er waren 8 vragen over de psychoanalytische leerstof en 8 over de humanistische. Beide sets met vragen waren gelijkwaardige herinnerings- (recall-) en herkenningsvragen.

Resultaten van de quizjes? 54 van mijn 59 studenten scoorden beter op het psychoanalytische materiaal dan het humanistische … 91.5%. Dat is een behoorlijk sterke verschil. In de loop van het jaar heb ik een aantal heel belangrijke punten met mijn leerlingen besproken waarvan ik geloof (en hoop) dat ze die ook echt ter harte nemen als zij kijken naar hun schoolwerk, huiswerk, studeergedrag, en hoe zij de stof oefenen nu, op de middelbare school, en straks als zij verder studeren. Er volgde dus een gesprek waarbij ik deze factoren expliciet besprak:

  1. Bijna alle leerlingen (meer dan 90%) deden het op de quizje over het materiaal dat door mij als leraar in de klas werd behandeld. Ik instrueerde en zij luisterden. Ze maakten aantekeningen. Ik stelde vragen. Ze stelden vragen. Ik verduidelijkte dingen en gaf voorbeelden, indien van toepassing. Moraal van dit verhaal? Ga naar de les. Ik weet dat het soms moeilijk kan zijn – als HO-student – om op te komen dagen voor een 8:00 en/of 9:00 college… maar ga toch! Aanwezigheid [en dan bedoel ik – PK – fysiek maar ook mentaal] “heeft een sterke relatie (correlatie) met zowel je cijfers in de klas als je totale GPA. Deze correlaties maken het bijwonen van lessen een betere voorspeller van je cijfers dan welke andere voorspeller van academische prestaties dan ook”[1]. Het meest populaire excuus voor het niet bijwonen van je lessen is dat de docent gewoon herhaalt wat er in het boek staat. Dit kan echter een goede zaak zijn als het om leren gaat. Als je vooraf aan de les even je eigen aantekeningen bekijkt of het boek eventjes doorneemt en daarna naar de les gaat om de docent deze punten te laten herhalen, zal je waarschijnlijk merken dat je (a) ten onrechte een deel van het materiaal meent te hebben begrepen, (b) een deel van het materiaal per ongeluk zelfs niet hebt geleerd of (c) de docent wat extra informatie geeft die niet in het boek stond[2]. Deze redenen bevestigen waarom het ook geen goed idee is om te denken/zeggen dat je gewoon gaat uitslapen en het boek later leest, buiten het feit dat je je het boek vaak ook niet leest. Bovendien werkt dit gespreid leren (spaced practice) heel goed als het om het onthouden van wat je geleerd hebt.
  2. Door je oefening te verdelen (gespreid te leren) en het materiaal meerdere keren door te nemen, kan het onthouden van het materiaal toenemen. Een ander belangrijk punt is dat meer dan 90% van de leerlingen beter presteerden op het materiaal dat ze voor de derde keer zagen (na een periode van 48 uur) dan op het materiaal dat ze alleen voor de tweede keer tegenkwamen (na 24 uur). Ik probeer mijn leerlingen regelmatig te laten zien dat hoe meer ze kunnen nadenken over en werken met het materiaal in de klas, hoe groter de kans is om die te onthouden … en het hoeft geen huzarenstuk te zijn om deze oefen- en studeerkansen te creëren. Ik [Blake Harvard] heb over een aantal vrij eenvoudige manieren om dit te doen geschreven. Ik creëer, bijvoorbeeld, informele beoordelingsmogelijkheden voor mijn leerlingen die ze kunnen en moeten uitvoeren in de lessen (zowel mijn lessen en die van andere docenten) via formatieve toetsing, huiswerk, de ‘gaatjeskaas’ aanpak en meerkeuze quizjes. Ik creëer ook ruimte voor hen om te te studeren; 15 minuten hier, 10 minuten daar. Hoewel het misschien een beetje omslachtig lijkt om je dag [van de leerling] regelmatig te staken om te studeren of om je voor te bereiden op een les, kan het je eigenlijk tijd besparen in vergelijking met uren lang blokken voor een grote proefwerk of tentamen … en je zult waarschijnlijk betere cijfers krijgen als jij ook het studeren/oefenen verspreidt.

Hoewel mijn leerlingen redelijk intelligent zijn en meer dan 90% van hen na de middelbare school 2 of 4 jaar hoger onderwijs volgen, vind ik het niet vanzelfsprekend dat ze dit [hoe je het beste kan studeren en leren] allemaal gewoon kennen. Hoewel het mij vanzelfsprekend lijkt, dat is het niet voor de meeste van hen. Soms is een heel expliciet gesprek nodig om niet alleen het ‘hoe’ van leren/studeren goed uit te leggen, maar ook het ‘waarom’ van dit alles. En omdat verspreid oefenen het leren kan verbeteren, moet u het gesprek soms meerdere keren door het hele jaar met hen houden. 🙂


[1]     Credé, M., Roch, S. G., & Kieszczynska, U. M. (2010). Class attendance in college: A meta-analytic review of the relationship of class attendance with grades and student characteristics. Review of Educational Research, 80, 272–295. https://doi:10.3102/0034654310362998

[2]     Putnam, A. L., Sungkhasettee, V. W., & Roediger, H. L. (2016). Optimizing Learning in College: Tips From Cognitive Psychology. Perspectives on Psychological Science11(5), 652–660. https://doi.org/10.1177/1745691616645770

Reageer op dit artikel

avatar

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  Subscribe  
Abonneren op

About Paul Kirschner

Nederlands: Prof. dr. Paul A. Kirschner, dr.h.c. is Universiteishoogleraar en hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit. Hij is ook Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University (Finland) waar hij ook een Eredoctoraat heeft (doctor honoris causa). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied en heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en is lid van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF. Hij is Fellow of the American Educational Research Association (AERA; NB de eerste Europeaan aan wie deze eer werd toegekend), de International Society of the Learning Sciences (ISLS) en van de Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science of the Royal Dutch Academy of Sciences (NIAS-KNAW). Hij was President van de International Society for the Learning Sciences (ISLS) in de periode 2010-2011. Hij is Hoofdredacteur van de Journal of Computer Assisted Learning en Commissioning Editor van Computers in Human Behavior, en hij is auteur van Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum). Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten). Hij is ook medeauteur van het boek Jongens zijn slimmer dan meisjes XL (EN: Urban Myths about Learning and Education). Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), het ontwerpen van innovatieve, elektronische leeromgevingen, mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden. English: Paul A. Kirschner (1951) is Distinguished University Professor and professor of Educational Psychology at the Open University of the Netherlands as well as Visiting Professor of Education with a special emphasis on Learning and Interaction in Teacher Education at the University of Oulu, Finland where he was also honoured with an Honorary Doctorate (doctor honoris causa). He was previously professor of Educational Psychology and Programme Director of the Fostering Effective, Efficient and Enjoyable Learning environments (FEEEL) programme at the Welten Institute, Research Centre for Learning, Teaching and Technology at the Open University of the Netherlands. He is an internationally recognised expert in the fields of educational psychology and instructional design. He is Research Fellow of the American Educational Research Association and the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science. He was President of the International Society for the Learning Sciences (ISLS) in 2010-2011, member of both the ISLS CSCL Board and the Executive Committee of the Society and he is an AERA Research Fellow (the first European to receive this honour). He is currently a member of the Scientific Technical Council of the Foundation for University Computing Facilities (SURF WTR) in the Netherlands and was a member of the Dutch Educational Council and, as such, was advisor to the Minister of Education (2000-2004). He is chief editor of the Journal of Computer Assisted Learning, commissioning editor of Computers in Human Behavior, and has published two very successful books: Ten Steps to Complex Learning (now in its third revised edition and translated/published in Korea and China) and Urban Legends about Learning and Education (also in Dutch, Swedish, and Chinese). He also co-edited two other books (Visualizing Argumentation and What we know about CSCL). His areas of expertise include interaction in learning, collaboration for learning (computer supported collaborative learning), and regulation of learning.

Category

onderwijs

Tags

, ,