Deze blog schreef ik oorspronkelijk voor het decembernummer van het blad Didactief waar ik iedere maand iets schrijf over m.i. spraakmakend wetenschappelijk onderzoek en wat de betekenis daarvan is in/voor het onderwijs. Hier een iets uitgebreider versie dan wat in het blad en op hun website staat.

In het Engels hoor je vaak de uitdrukking ‘you get what you pay for’ ofwel ‘goedkoop is duurkoop’. Deze waarheid als een koe wordt vaak gebruikt als rechtvaardiging voor een hoge prijs. Ja, een Rolls Royce of een Rolex is duur maar de kwaliteit… Een voorbeeld dat dichter bij u staat, zijn de hoge kosten van schoolboeken. Uitgevers gebruiken als rechtvaardiging  dat hun waren van hoge kwaliteit zijn. Zij hebben, tenslotte, veel tijd en geld gestoken in het aantrekken van topauteurs en deze ondersteund met redacteuren, vormgevers en soms onderwijskundigen. Wat zij willen zeggen is: Koop uw boeken bij ons, want ‘Kwaliteit is Onze Reclame!’. In mijn jongere jaren werkte ik bij een educatieve uitgeverij en wat ik daarvan vooral overhield, was dat hun slagzin eerder ’Reclame is Onze Kwaliteit’ is.

De vraag is: Klopt het in een wereld waar gratis en vrij te verkrijgen informatie alledaags is geworden, dat je veel moet betalen voor kwaliteit als het om leermiddelen gaat? En waar er steeds meer open educational resources (OER) is? Deze ‘open leermaterialen’ zijn vrij verkrijgbaar en met een open licentie voor (her)gebruik en bewerking door docenten en lerenden (op school of thuis), soms helemaal vrij en soms met voorwaarden. Één voorwaarde is vaak dat je het materiaal mag bewerken als je toekomstige gebruikers toestemming geeft jouw materiaal te bewerken (het principe van gelijk delen oftewel copyleft in plaats van copyright). Een andere voorwaarde kan zijn dat je het materiaal niet voor commerciële doeleinden mag gebruiken.

In twee grootschalige studies waar docenten volledige OER-leerboeken maakten uit vrij verkrijgbare materialen hebben onderzoekers bekeken of goedkoop werkelijk duurkoop is. In één onderzoek onder Amerikaanse mbo-scholen is onder meer gekeken hoe de leerresultaten met OER-leermaterialen zich verhielden tot die met leerboeken van onderwijsuitgevers. In totaal namen 16.727 lerenden deel, waarvan 4.909 OER-leermaterialen en 11.818 uitgeversmaterialen gebruikten in onder meer wiskunde, Engels, psychologie, biologie, scheikunde, bedrijfskunde en geschiedenis. In een tweede studie, nu op een reguliere middelbare school, keken de onderzoekers of leerlingen die OER-leerboeken gebruikten (die vijf dollar per gedrukt boek kostten en elektronisch gratis waren) anders presteerden dan leerlingen die gebruik maakten van ‘normale’ leerboeken. Aan deze studie deden 4.183 leerlingen en 43 docenten mee in de vakken aardwetenschappen, biologie en scheikunde. Beide onderzoeken lieten zien dat de resultaten met OER-materialen minstens gelijk en vaak significant beter waren dan die met leermaterialen van de uitgevers. Met andere woorden, de OER-materialen (goedkoop) waren minstens zo goed – zo niet beter – dan die van de uitgeverijen (duurkoop).

En wat vonden docenten? Bliss et al. (2013) onderzochten de acceptatie van open leermaterialen door leerlingen en docenten. De helft van de leerlingen beoordeelde de OER-leerboeken als gelijk aan de leerboeken van uitgeverijen en 40% vond ze zelfs van hogere kwaliteit. Bij de docenten waren deze percentages respectievelijk 55% en 35%. In een vragenlijstonderzoek constateerde Pitt (2015) dat – volgens docenten – OER-leermaterialen leidt tot meer tevreden studenten, laat hen als docenten beter reageren op studentbehoeften, het doceren makkelijker maken en zelfs soms leidt tot het veranderen van hun eigen – ingesleten doceeraanpakken.

Nu we weten dat OER-materialen even goed, zo niet beter zijn dan materialen van traditionele uitgevers, kunnen wij even kijken naar wat dit financieel zou kunnen betekenen in deze tijd van geldgebrek bij de meeste scholen. Neem een veel gebruikte methode als Rekenrijk: deze komt volgens Noordhoff Uitgeverij op circa € 41.000 (gebaseerd op gemiddelde schoolgrootte van 200 leerlingen (8 groepen van 25 leerlingen) en een gebruiksduur van 8 jaar) inclusief leerling- en digibordsoftware. In vergelijking, de OER-materialen zoals boven onderzocht zouden maximaal $1000 ofwel € 900 kosten!

En denk niet dat e-boeken in de toekomst goedkoper (zullen) zijn. Je koopt geen e-boek, maar je huurt het (jij krijgt een persoonlijke gebruikslicentie; na afloop van de licentieperiode is het e-leerboek niet meer bruikbaar). Op de pagina van Malmberg – bijvoorbeeld – staat “De licentie van een eBook Pack wordt beschikbaar gesteld voor de duur van één schooljaar. De licentie loopt automatisch af.” Daarnaast, vaak is het zo dat e-boeken vaak een kopieerbeveiliging hebben (Digital Rights Management heet dat) wat redelijk onhandig kan zijn als je niet van het scherm wil lezen maar het e-boek wil printen. Time Magazine keek hiernaar en kwam met de volgende rekensom: Een nieuw leerboek dat circa $100 bij Amazon te koop was kostte circa $34 om het voor een leerjaar te huren. Dus, een e-boek spaart geld als de school een boeken maar 3 jaar gebruikt. Helaas zoals boven staat is het gebruiksduur 8 jaar!

Mij lijkt het duidelijk dat gegeven de snelgroeiende hoeveelheid onderzoek naar OER-leermaterialen beleidsmakers, politici, scholen en docenten heel goed zouden moeten nadenken of het ethisch c.q. financieel verantwoord is om traditionele leerboeken te kopen, terwijl er minstens even goede gratis alternatieven zijn.

Naschrift:

De University of Georgia heeft geschat dat sinds 2013 hun studenten circa $2 miljoen hebben gespaard door adoptie van OER. Volgens Edward Watson, de directeur van hun Center for Teaching and Learning, ” Our approach has been to pursue large enrollment courses using expensive textbooks. This has enabled us to maximize savings for students.”

 

Bliss, TJ., Hilton, J., Wiley, D., & Thanos, K. (2013).: Perceptions of Community College Faculty and Students. First Monday, 18(1).

Fischer, L., Hilton, J., Robinson, J., & Wiley, D. (2015). A multi-institutional study of the impact of open textbook adoption on the learning outcomes of post-secondary students. Journal of Computing in Higher Education, 27(3), 159-172.

Pitt, R. (2015. Mainstreaming open textbooks: Educator perspectives on the impact of OpenStax college open textbooks. International Review of Research in Open and Distributed Learning, 16(4), np.

Robinson, J., Fischer, L., Wiley, D., & Hilton, J. (2014). The Impact of Open Textbooks on Secondary Science Learning Outcomes. Educational Researcher, 43, 341-351.

 

Je kan mij ook op Twitter vogen @P_A_Kirschner

Join the conversation! 4 Comments

  1. […] Deze blog schreef ik oorspronkelijk voor het decembernummer van het blad Didactief waar ik iedere maand iets schrijf over m.i. spraakmakend wetenschappelijk onderzoek en wat de betekenis daarvan is…  […]

    Reply
  2. De rekensom klopt volgens mij niet. De tijd die docenten zouden moeten steken in het ontwikkelen of arrangeren van de open leermaterialen wordt niet meegenomen.

    Uitgevers zijn daarnaast bezig om de licenties voor leermaterialen flexibeler te maken.

    Scholen zouden verstandig moeten kiezen, maar de tegenstelling die hier geschetst wordt, lijkt me in het basisonderwijs een beetje te ver gezocht.

    Reply
    • Ook de afschrijving van hun computers en de elektriciteitskosten en…. Waar het op neerkomt is dat de leermaterialen voor een hele sector gratis of nagenoeg gratis is. En blijkbaar hebben de docenten het voor over en krijgen zelfs een gevoel van voldoening. Ik heb weggelaten alle onderzoek naar percepties, emoties, enzovoorts die er niet om liggen. Ook niet bij de docenten die er niet aan werken.
      Trouwens, de tijd die docenten besteden aan het aanpassen van materialen van uitgevers wordt ook niet meegenomen.

      Reply
  3. Dat zeg ik: de rekensom klopt niet. Ben blij dat je het met me eens bent.

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

About Paul Kirschner

Nederlands: Prof. dr. Paul A. Kirschner, dr.h.c. is Universiteishoogleraar en hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit. Hij is ook Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University (Finland) waar hij ook een Eredoctoraat heeft (doctor honoris causa). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied en heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en is lid van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF. Hij is Fellow of the American Educational Research Association (AERA; NB de eerste Europeaan aan wie deze eer werd toegekend), de International Society of the Learning Sciences (ISLS) en van de Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science of the Royal Dutch Academy of Sciences (NIAS-KNAW). Hij was President van de International Society for the Learning Sciences (ISLS) in de periode 2010-2011. Hij is Hoofdredacteur van de Journal of Computer Assisted Learning en Commissioning Editor van Computers in Human Behavior, en hij is auteur van Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum). Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten). Hij is ook medeauteur van het boek Jongens zijn slimmer dan meisjes XL (EN: Urban Myths about Learning and Education). Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), het ontwerpen van innovatieve, elektronische leeromgevingen, mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden. English: Paul A. Kirschner (1951) is Distinguished University Professor and professor of Educational Psychology at the Open University of the Netherlands as well as Visiting Professor of Education with a special emphasis on Learning and Interaction in Teacher Education at the University of Oulu, Finland where he was also honoured with an Honorary Doctorate (doctor honoris causa). He was previously professor of Educational Psychology and Programme Director of the Fostering Effective, Efficient and Enjoyable Learning environments (FEEEL) programme at the Welten Institute, Research Centre for Learning, Teaching and Technology at the Open University of the Netherlands. He is an internationally recognised expert in the fields of educational psychology and instructional design. He is Research Fellow of the American Educational Research Association and the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science. He was President of the International Society for the Learning Sciences (ISLS) in 2010-2011, member of both the ISLS CSCL Board and the Executive Committee of the Society and he is an AERA Research Fellow (the first European to receive this honour). He is currently a member of the Scientific Technical Council of the Foundation for University Computing Facilities (SURF WTR) in the Netherlands and was a member of the Dutch Educational Council and, as such, was advisor to the Minister of Education (2000-2004). He is chief editor of the Journal of Computer Assisted Learning, commissioning editor of Computers in Human Behavior, and has published two very successful books: Ten Steps to Complex Learning (now in its third revised edition and translated/published in Korea and China) and Urban Legends about Learning and Education (also in Dutch, Swedish, and Chinese). He also co-edited two other books (Visualizing Argumentation and What we know about CSCL). His areas of expertise include interaction in learning, collaboration for learning (computer supported collaborative learning), and regulation of learning.

Category

onderzoek

Tags

, , ,