Haas gaat Undercover is de titel van het boek dat Thijs Hogenhuis afgelopen zomer publiceerde. Dit verhaal gaat over de schoolloopbaan van Bobby, een jonge haas, die undercover gaat in het mensenonderwijs. Door middel van zijn verhaal wil Thijs de tekortkomingen van het huidige systeem illustreren. Via Zoom heb ik een gesprek met hem over zijn boek, zijn kritiek op het onderwijs en zijn ideeën voor verbetering.1N.B. Ik heb ervoor gekozen geen commentaar te geven op de woorden van Thijs. Ik laat dat graag aan de lezer over. Wie mij enigszins kent, kan mijn gedachten wel raden.

Thijs is 18 en zit in het examenjaar van het vwo op rsg De Borgen Lindenborg in Leek. Zijn boek geeft in de vorm van een fabel in 50 pagina’s een autobiografisch verslag van 12 jaar onderwijs. Zijn school heeft 120 exemplaren laten drukken en die verspreid onder leraren en andere belangstellenden.

Hogenhuis, T. (2021). Haas gaat undercover. Tolbert: Uitgeverij Eigenzinnig. Illustraties: Suzan van den Berg.

Onderzoek

Het was een zeer gewaagd plan van de hazen. Ze wilden undercover een soortgenoot laten kennismaken met het onderwijs van de mensen. Dit met als doel om zelf net zo slim te worden als de mensen en het eigen onderwijs te verbeteren. Een ambitieus plan dus, maar deze hazen waren ook niet zomaar hazen. Ze bezaten buitengewone mentale capaciteiten en konden minstens zo oud worden als mensen. Een geduchte concurrent voor de mensheid dus als het ging om werelddominantie.2Citaten uit het boek.

De hazen vormen een onderzoekscommissie die een jonge haas – Bobby – selecteert om 12 jaar lang in vermomming mensenonderwijs te volgen. Aanvankelijk gaat dat voorspoedig:

Er werden niet heel veel dingen geconstateerd die anders waren dan wat de hazen gewend waren en zelf praktiseerden binnen hun eigen onderwijs. Het enige wat opviel was dat kinderen uit ‘boekjes’ moeten werken en al vroeg getest worden. Iets wat zij zelf niet deden en ook nooit op gekomen waren om te doen.

Het probleem begint al in jaar twee van het experiment, als de moeder van Bobby op school moet komen omdat zijn resultaten achterblijven:

Moeder Vlekkie moet op school komen:
‘Dat kind zit in groep twee! Je gaat mij toch niet vertellen dat hij nu al dingen per se moet doen en moet kunnen? Hou toch op zeg!
’De juf reageerde heel koel, alsof zij dit soort tirades vaker te horen kreeg.
‘Dit zijn procedures mevrouw, dit wordt ons vanuit de regering opgelegd en wij kunnen hier niks aan veranderen.

Het wordt nog erger.

Groep drie was voor Bobby verschrikkelijk. De overgang van spelen, wat hij in het hazenhol ook deed met zijn vriendjes daar, naar het werken, wat andere jonge hazen in het hol pas hoefden te doen als ze wat ouder waren, viel hem zeer zwaar. Hij was opgelucht als hij weer thuis was.

In groep 3 moet Bobby met de andere (mensen)kinderen wennen aan ‘het eindeloos werken en opdrachten maken,’ waaruit de rest van zijn schoolperiode zal bestaan. ‘Verveling’ en ‘saai’ zijn begrippen die in Bobby’s avonturen in het mensenonderwijs steeds terugkeren.

Bobby’s advies voor het voortgezet onderwijs is vmbo-tl, heel anders dan zijn ouders hebben verwacht. De juf legt uit dat Bobby soms wat twijfelachtig gedrag vertoont en hij zich niet altijd kan concentreren. Maar zijn ouders hebben andere vermoedens. Bobby staat immers (als vermomde haas) als een mysterieus persoon bekend op school. Zou de juf niet daardoor beïnvloed zijn in haar schooladvies? Het is bekend waarom Bobby zich niet altijd kan concentreren. Het is voor hem enorm saai op school. Elke dag moet hij dezelfde monotone dingen doen. Men hoopt dat hij op de middelbare school beter uit de voeten kan.

In de evaluatie werd besproken hoe het toch kwam dat de cijfers zo achteruitgingen. Hiervoor werd Bobby ondervraagd. Een dergelijke achteruitgang in cijfers was op de hazenscholen nog nooit vertoond. Uit de ondervraging van de onderzoeksleden kon worden afgeleid dat er eigenlijk maar één grote reden was. Een gebrek aan motivatie. En dat kwam dan weer door een hoop andere factoren. Er was te veel huiswerk, iets dat het team zelf ook al had geconstateerd. De lessen en de leerstof waren veel te eentonig en saai en het was lastig om door de taaie stof te komen. Ook motiveerden de docenten niet genoeg en stonden ze voor de klas alsof ze er helemaal geen zin in hadden en er puur voor het geld stonden en niet voor de toekomst van de kinderen.

Is dat het kernpunt van jouw kritiek, Thijs? Dat het onderwijs saai is en je je op school verveelt?

Ja. Het voornaamste is dat ik het onderwijs heel saai vind en niet snap waarom. Dat uit zich in de monotonie van het onderwijs, omdat je altijd het zelfde doet. Dat vind ik helemaal op de middelbare school het geval. Een les bestaat uit drie kernpunten. Punt een is de uitleg van de docent. Punt twee is het boek waar je wat uit leest. En punt drie is de opdrachten die je maakt. Aan het eind van het blok is het klaar. Dan moet je een toets maken en ga je naar het volgende onderwerp. En dat doe je dan voor elk vak.

Het zorgt ervoor dat je in een soort tunnelvisie raakt. Je kunt eigenlijk niet uit die tunnel komen en naast die drie punten iets anders doen in de lessen. Zo ben ik geïnteresseerd in allerlei onderwerpen die ook wel op school worden behandeld; maar op de een of andere manier slagen ze er daar in het veel minder interessant te maken dan wanneer ik zelf op zoek ga in boeken of op Wikipedia. Het is heel erg toegespitst dat je maar dat examen kan maken. Als er iets voor het examen niet hoeft, dan zeggen ze ‘Dat is voor het examen niet interessant.’ Daar wordt je hele schoolcarrière naar toegewerkt. Dat doel wordt heel groot gemaakt, terwijl het dat eigenlijk niet zou moeten zijn.

Zo’n toetscultuur ben ik niet erg voor. Je krijgt daardoor een heel beperkte visie. Het is ook niet zo dat je daarvan nou leert leven. Dat gevoel heb ik niet.

Samen met vrienden had hij van het ouwehoeren in de klas tijdens de les een sport gemaakt. Het resulteerde erin dat hij er vaak werd uitgestuurd. Toch was iedereen op de school stomverbaasd over het feit dat Bobby goede cijfers haalde. Zo verbaasd zelfs dat het irritant begon te worden.

Kritiek

Op scholen wordt veelal geen les gegeven in het gebruik van nieuwe digitale middelen en hoe je daarmee moet werken. Ondanks dat we in de zogeheten ‘digital age’ leven.
Ook de heersende bureaucratie is een groot probleem. Het enige wat telt zijn planningen, pto’s3Programma van toetsing in onderbouw en pta’s4Programma van toetsing en afsluiting. Er is geen enkele mogelijkheid om hiervan af te wijken.
Het meest trieste en ergste van dit alles is dat al deze maatregelen en regels worden opgelegd van bovenaf en dat hierbij voorbij wordt gegaan aan de behoeften van de leerlingen en de maatschappij. Want die maatschappij heeft nieuwsgierigheid en innovatie nodig, die moet vooruit. Maar als het onderwijs blijft hangen in die al eeuwenoude bubbel van monotonie schieten we daar dus helemaal niets mee op.

School zou een plek moeten zijn om te leren leven?

Wat je nu leert is puur theoretische kennis. Dat moet je dan leren en daar moet je dan toetsen over maken, met een paar van die ingewikkelde inzichtvragen, maar je leert niet om een verzekering af te sluiten, om belasting te betalen. Er wordt nul aandacht besteed aan mentale gezondheid. Je wordt niet geleerd op een goede manier in het leven te staan, of sociale contacten te leggen.

Ik heb te weinig nuttige dingen geleerd. Te weinig dingen waarvan ik ook na mijn schoolperiode zou kunnen zeggen: ‘Dat ik dit heb geleerd, daar ben ik zo verschrikkelijk blij mee.’ Ik heb heel vaak dat ik iets leer voor een toets en dat ik denk dat het te gek voor woorden is dat ik dat moet leren. Dat ik bij literatuur moet leren over allerlei kunststromingen waarvan ik de kenmerken en een paar termen uit mijn hoofd moet leren. Die moet je dan op een gedicht toepassen en dat is het. Daar hebben we zeven weken en drie lessen per week aan besteed. 21 lessen! Ik heb een toets gemaakt en ben het nu alweer vergeten. Dat is gewoon verspilde tijd.

Nu zou iemand kunnen tegenwerpen – de makers van het curriculum, of de schoolboek makers bijvoorbeeld – dat er toch niets op tegen is om jonge mensen te laten kennismaken met elementen van onze cultuur waar ze uit zichzelf niet op zouden komen. Jij bent zelf een schrijver van boeken, en die boeken staan in een lange traditie van onze literatuur. Wat vind je daarvan?

Voorbeeld. Bij muziek, wat ik drie jaar heb gehad, leren we niets over klassieke muziek. Klassieke muziek heb ik zelf ontdekt door mijn oma. Ik luister sindsdien graag naar symfonieën van Beethoven. Of Strauss bij de Nieuwjaarsconcerten. Die muziek fleurt mij op. Zo luister ik graag naar muziek gedirigeerd door Carlos Kleiber. Het is heel erg jammer dat we dat op school niet leren kennen, want heel veel mensen weten niet wat het is. Als ik nu naar films kijk of naar reclame, weet ik waar de muziek vandaan komt. Maar dat heb ik niet op school geleerd.

Ik weet wel dat als je mensen wilt enthousiasmeren voor dit soort dingen, je het niet op de manier moet doen zoals het nu gebeurt. Want wij vervloeken literatuurgeschiedenis.

Ga in plaats daarvan bijvoorbeeld met ons naar een plek of een museum die een bepaalde tijd uit de literatuurgeschiedenis vertegenwoordigt. Er zou veel meer nadruk moeten worden gelegd op de inhoud van de literatuur. Het gaat nu heel erg om de kenmerken. Van die powerpoint slides met opsommingen en van die puntjes. Maar wat we nu precies lezen, weten we niet. We moeten de tekst doorzoeken op de kenmerken en als we die kenmerken hebben gevonden, hebben we de vraag weer afgevinkt en dan kunnen we door.

De Nederlandse onderwijspedagoog Gert Biesta heeft een aantal boeken geschreven waarin hij een zelfde soort kritiek geeft op het onderwijs als jij. Hij zegt onder andere dat het onderwijs jonge mensen zou moeten leren over waarden die hen helpen volwassen te worden. Hij zegt ook dat het niet wenselijk is ieder talent te ontwikkelen. Criminaliteit is immers ook een talent.

Vaak wordt er op school wel op een verkapte manier aandacht besteed aan dat soort dingen, maar het gebeurt altijd maar op die gestandaardiseerde manier, waardoor je de boodschap niet overbrengt. Nu wordt dat bijvoorbeeld bij maatschappijleer overgebracht op de manier van:
‘Wat zijn normen?’ Begrip. ✅
‘Wat zijn waarden?’ Begrip. ✅
Allemaal losse eindjes en dan moeten we weer verder naar een ander onderwerp. Anders zijn we niet op tijd klaar voor de toets. Tijd om er echt over na te denken, krijgen we niet.

Met Engels moeten we een boek lezen. 1984 van George Orwell, dat ik heel interessant vind. Ik herken er een heleboel in, bijvoorbeeld vanuit de geschiedenis, wat mij erg boeit. Maar dan hebben we het boek uit en moeten we een formulier invullen en allerlei vragen invullen. Waarom kunnen we het er niet met de hele klas over hebben wat we net hebben gelezen? Want ik weet heel zeker dat veel mensen het boek niet snappen en niet weten waarop het gebaseerd is.

Mijn enige motivatie is om zo snel mogelijk dat papiertje te halen.

Wat vonden ze bij jou op school van je kritiek?

Ze zeiden dat ze zich er wel in konden vinden. Ik heb gehoord dat er wel projecten zijn ondernomen om dingen te verbeteren, maar sommige daarvan zijn ondertussen alweer gestrand. Dat heeft misschien te maken met de volle programma’s.

Ik heb zelf meegedaan met Model European Parliament en daar heb ik meer geleerd dan in twee jaar middelbare school. Ik heb leren nadenken over politiek, sociale vaardigheden, leren lobbyen. Dat leer ik allemaal niet op school. Op andere scholen is daarvoor misschien meer aandacht.

Alternatieven

Wat zou anders moeten?

In het kort: meer talentontwikkeling, minder bureaucratie, minder toetsing, meer voorbeelden uit de praktijk, minder – wat ik maar noem – nutteloze of overbodige dingen leren, en meer onderwijs buiten de school om.

Er zou meer samengewerkt kunnen worden tussen de verschillende vakgroepen om de werkdruk voor leerlingen te verlagen. Maar de waarheid is dat wij nu door elke docent worden overspoeld met werk terwijl je dit met de vakgroepen onderling efficiënter kan inrichten voor de leerlingen.
Wat leuk zou zijn is als er meer mogelijkheden in de lessen komen om van de gebaande paden af te gaan. Dus minder werken uit het boek en meer verbinding met de echte maatschappij. Maar dat is nu niet mogelijk, daar- voor hebben we het simpelweg te druk.

Het onderwijs zou meer toegespitst moeten zijn op de behoeften van de individuele leerling. Mijn behoefte zou zijn zelf onderzoek doen, boeken schrijven over dingen die me interesseren. Op de basisschool heb ik al twee boeken mogen schrijven over onderwerpen die ik interessant vond en die ik helemaal zelf heb uitgezocht. Dat vond ik echt fantastisch om te doen.

Maar andere mensen hebben weer andere behoeften. Dat is voor mij de kern: dat je leerlingen meer invloed moet geven op wat hij of zij leert en dat je dat ook meer toespitst op je talenten. Dat is een gemiste kans, vind ik.

Stuk voor stuk zijn jouw punten niet eens zo erg radicaal. Je hoeft daarvoor niet het hele onderwijs op zijn kop te keren. Wat zou een docent moeten doen om jou te geven wat je nodig hebt?

Meer vanuit eigen ervaring dingen vertellen en op een manier de les inrichten vanuit de gedachte ‘Ik denk dat als ik het op deze manier ga doen, dat de leerlingen over een paar weken nog zeggen: “Weet je nog dat we toen en toen les hadden over dit en dit? Dat was echt fantastisch.”‘ Maar nu wordt gezegd dat daar geen tijd voor is. Het curriculum moet af.

Maar dat hoeft niet. Er is tijd genoeg. Vaak zitten we een groot deel van de les maar wat uit onze neus te eten. Als de lessen efficiënter worden, hebben we tijd om over de stof te debatteren.

Eigenlijk gaat gaat het meer om levensvaardigheden. Volwassen worden. In de Tweede Kamer zullen sommigen misschien zeggen dat dat ‘linkse indoctrinatie’ is. Dan moeten we misschien een neutrale manier vinden om dat te bereiken.


Ik kan iedereen in het onderwijs van harte aanbevelen het boek van Thijs Hogenhuis te lezen en met collega’s te bespreken.

Lezen

Biesta, G. J. J. (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Culemborg: Phronese.

Biesta, G. J. J. (2018). De terugkeer van het lesgeven. Culemborg: Phronese.

Van der Wateren, D. (2016). Verwondering. Leren creatief en kritisch denken door vragen te stellen. Meppel: Ten Brink.

Van der Wateren, D. (2020). De denkende klas. Motiveer je leerlingen door samen met hen vragen te stellen en na te denken. Tielt: LannooCampus.

0 0 votes
Article Rating

Voetnoten

  • 1
    N.B. Ik heb ervoor gekozen geen commentaar te geven op de woorden van Thijs. Ik laat dat graag aan de lezer over. Wie mij enigszins kent, kan mijn gedachten wel raden.
  • 2
    Citaten uit het boek.
  • 3
    Programma van toetsing in onderbouw
  • 4
    Programma van toetsing en afsluiting

Als blogger en onderwijsauteur denk ik na over onderwijs en pedagogiek. In 2016 verscheen bij Uitgeverij Ten Brink mijn boek 'Verwondering' waarin ik een lans breek voor onderwijs op basis van vragen die leerlingen zelf bedenken. In 2020 verscheen mijn boek De Denkende Klas bij LannooCampus met praktische aanwijzingen om met leerlingen dieper te denken. Als vo-docent heb ik talentvolle en begaafde leerlingen begeleid die meer uitdaging nodig hebben, en leerlingen gecoacht met diverse problemen - onderpresteren, perfectionisme, levensvragen. Na een lang leven in het onderwijs en de wetenschap ben ik in 2017 een filosofische praktijk begonnen, De Verwondering, in Amsterdam. Daar heb ik gesprekken met volwassenen zowel als jongeren over levensvragen, zingeving, werk, studie, relaties.

Abonneren
Abonneren op
guest

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

2 Reacties
nieuwste
oudste meest gestemd
Inline Feedbacks
View all comments

About Dick van der Wateren

Als blogger en onderwijsauteur denk ik na over onderwijs en pedagogiek. In 2016 verscheen bij Uitgeverij Ten Brink mijn boek 'Verwondering' waarin ik een lans breek voor onderwijs op basis van vragen die leerlingen zelf bedenken. In 2020 verscheen mijn boek De Denkende Klas bij LannooCampus met praktische aanwijzingen om met leerlingen dieper te denken. Als vo-docent heb ik talentvolle en begaafde leerlingen begeleid die meer uitdaging nodig hebben, en leerlingen gecoacht met diverse problemen - onderpresteren, perfectionisme, levensvragen. Na een lang leven in het onderwijs en de wetenschap ben ik in 2017 een filosofische praktijk begonnen, De Verwondering, in Amsterdam. Daar heb ik gesprekken met volwassenen zowel als jongeren over levensvragen, zingeving, werk, studie, relaties.

Category

gedrag, onderwijs, opvoeding, pedagogiek, praktijk, primair onderwjs, toetsen, vernieuwing, voortgezet onderwijs

Tags