Net een week geleden, maandag 13 september in de late namiddag, kwam de Vlaamse minister van onderwijs Ben Weyts (N-VA) samen met de leiders van alle onderwijsvakbonden en drie van de vijf onderwijsverstrekkers naar buiten met ‘CAO XII’. Deze collectieve arbeidsovereenkomst  – een engagementsverklaring die de komende maanden wordt geconcretiseerd in de nodige wetgeving – werd voorgesteld als een maatregelenpakket om het beroep van leraar aantrekkelijker te maken. De Nederlandse situatie verschilt ongetwijfeld van de Vlaamse maar we delen alvast het probleem van een nijpend lerarentekort. Misschien kan de aanpak in Vlaanderen inspirerend zijn voor Nederland. We stellen het u graag voor, geven er een kritische duiding bij en willen u bovenal zelf laten oordelen of Nederland hier inspiratie in kan vinden.

Wat staat erin? Wat lezen we erin?

Niets beter dan te vertrekken van de tekst en het budget zelf. Vanaf nu wordt er de volgende jaren 120 à 140 miljoen extra in onderwijs geïnvesteerd. De vier belangrijkste extra uitgavenposten zijn in volgorde:

  1. ondersteuning van de kerntaak van de leraar (51 miljoen)
  2. een internetvergoeding voor leraren (44 miljoen)
  3. vrijstelling van leraren voor vakbondswerk (15 miljoen)
  4. aanvangsbegeleiding voor startende leraren (10 miljoen)

Wat niet in de CAO staat maar ook afgesproken werd is dat leraren een laptop ontvangen, wat de totale extra jaarlijkse investering op 188 miljoen euro brengt.

De tekst is één ding, de duiding iets anders. De VRT benadrukt dat de CAO het lerarenberoep aantrekkelijker wil maken door leraren een laptop en een fietsvergoeding te geven. De openbare omroep en andere media geven in hun berichtgeving ook aan dat de directeurs extra ondersteund en beter betaald zullen worden, dat extra kinderverzorgers worden aangeworven in het kleuteronderwijs, en dat het vrijstellen van leraren voor vakbondswerk controversieel is.

Ons vallen enkele bijkomende zaken op. De grootste extra uitgavenpost, de ondersteuning van de kerntaak van de leraar, leest in de CAO zelf als een contradictie. Men wil dat de leraar zich kan focussen op zijn kerntaak, namelijk het lesgeven. Tegelijkertijd valt te lezen dat men met de extra middelen de leraren één uur per week werk wil laten uitvoeren dat niet tot de kerntaak behoort en dat ze nu de facto al doen. Met andere woorden, de leraren moeten een uur minder lesgeven, … waardoor het lerarentekort nog zal toenemen.   

De vrijstelling van leraren voor vakbondswerking, een maatregel die onder het kopje ‘samen school maken’ terug te vinden is en waar de budgetlijn ‘participatie versterking schoolbeleid’ op gekleefd wordt, heeft hetzelfde effect. Vakbondsleden zullen vrijgesteld worden voor overleg waardoor ze dus vervangen zullen moeten worden door leraren die we nu al zoeken. Directeurs die wat meer ondersteuning krijgen, zullen een deel van hun vrijgekomen tijd aan formeel overleg met de vakbondsafgevaardigden besteden. Los daarvan valt de vraag te stellen in welke mate meer overleg werkelijk bijdraagt aan ‘samen school maken’ en ‘versterking van het schoolbeleid’ gezien daarvoor een sterk inhoudelijke focus vereist is alsook de betrokkenheid van het voltallige team.

Lees deze vier maatregelen en zeg ons wat het overkoepelende doel is.

Het vaagst is men over de aanvangsbegeleiding. Op basis van de resultaten van een Europese studie waar we toevallig ook beiden bij betrokken zijn, zullen er nog richtlijnen komen. We zijn benieuwd, temeer daar er voor 2021 al middelen voorzien zijn maar de resultaten van de studie op zich laten wachten.

Draagt dit bij tot een oplossing?

We hadden de volgende test met u kunnen doen: lees deze vier maatregelen en zeg ons wat het overkoepelende doel is. Zou u het verhogen van de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep hebben geantwoord? Misschien wel. Het neemt niet weg dat u wellicht andere maatregelen zou verwachten. Wij ook.

De ochtend dat het akkoord publiek gemaakt werd publiceerden wij een stuk op de blog van het Vlaamse zusje van VELON, de Nederlandse vereniging voor lerarenopleiders. Daarin argumenteren we dat goede oplossingen voor het lerarentekort duurzaam moeten zijn en zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het lerarenkorps moeten verhogen. We hebben geen glazen bol om de toekomstige effecten van alle maatregelen of voorstellen in te schatten maar we stellen wel dat het beleid coherent moet zijn en dat beleidsmakers zich bij elk voorstel de vraag moeten stellen hoe het begrepen wordt bij vier doelpublieken:

  1. de leraren die vandaag al in het onderwijs werken
  2. mensen die het potentieel hebben om een goede leraar te worden
  3. mensen die dat potentieel niet hebben
  4. zij die nu aan de lerarenopleiding bezig zijn

U kan onze redenering nalezen. Het komt erop neer dat het onderwijs de juiste mensen moet proberen vasthouden of nieuw aantrekken en  mensen die niet het juiste profiel hebben beter buitenhoudt of ontraadt. De juiste mensen op de juiste motivatie aanspreken is belangrijk. Nagaan hoe boodschappen de facto begrepen worden door verschillende doelgroepen lijkt ons alleszins zeer leerzaam.

Centen en comfort

Als we door de motivatiebril naar de nieuwe CAO kijken dan spreekt deze (toekomstige) leraren in de eerste plaats aan op extrinsieke en minder duurzame motivatoren, namelijk centen en comfort. Het dient wel gezegd dat het Vlaamse onderwijs op vlak van ondersteunend materiaal achteroploopt. De meeste leraren beschikken vandaag niet over basismateriaal zoals een werklaptop en internet voor hun thuiswerk. Waar dat toch het geval is, is dat het gevolg van een persoonlijk initiatief van de directie en dankzij een doordacht beleid en/of een enthousiaste vriendenkring een spaarpot waar andere scholen van dromen. Waar leraren en leraren in spe niet of veel minder op aangesproken worden is bijvoorbeeld hun motivatie om zich verder te professionaliseren en ruimere kansen daartoe krijgen.

Wat de kans op een leven lang leren betreft kan u opmerken dat het gaat over extra middelen bovenop de bestaande. Mooi, toch? Maar als u weet dat het bedrag dat er op dit moment in Vlaanderen per leraar naar professionalisering gaat – bekostigd door de Vlaamse overheid want veel leraren betalen allerhande professionaliseringsacties uit eigen zak – ongeveer 10% bedraagt van de investeringen in Nederland, dan verrast de verdeling van de extra middelen misschien toch iets meer. En met dat extra budget komen we nog niet eens tot aan de kuiten van Nederland.

Wat ook heel ver weg is in het akkoord is het beeld van de gemotiveerde leraar die in coronatijden een tandje (en zelfs een heel gebit) bijstak en het beroep aantrekkelijk maakte voor sociaal geëngageerde burgers. We konden een tijd moeilijk naast de leraren kijken die zich dubbel plooiden voor moeilijk te bereiken kinderen. Vlak voor de zomervakantie werd nog publiekelijk de leraar van het jaar geroemd omdat hij zo begaan was met de psychische gezondheid van de jongeren in zijn klas dat hij hen ook na de les een luisterend oor bood via zijn webcam. Extra centen krijgen hoeft niemands engagement te drukken natuurlijk. Wij zijn de laatsten om te zeggen dat leraren en directies geen competitief en arbeidsmarktconform loon mogen ontvangen, maar we betwijfelen sterk of dit voordelenpakket het lerarenberoep aantrekkelijker maakt. We delen de bezorgdheid van GO! en OVSG, de twee onderwijsverstrekkers die het akkoord niet ondertekenden, en vragen ons af of dit akkoord het lerarentekort niet eerder acuter maakt dan dat het werkelijk bijdraagt tot de oplossing.

Hoe valt dit te verklaren?

Andere deskundigen die het akkoord analyseren zullen wellicht met ons concluderen dat het geen oplossing voor het lerarentekort in het vooruitzicht stelt. Het is wat het is, een politiek akkoord en dat moet politiek en niet onderwijskundig verklaard worden. Degenen die duidelijk het gelukkigst zijn, zijn de vakbonden (of toch hun vertegenwoordigers). Hun eisenpakket lijkt ingewilligd en hun denkkaders worden in officiële teksten overgenomen.

Meer verwonderlijk is dat ook de centrumrechtse minister en met hem ook de partners in de Vlaamse regering -er blij mee zijn. Beter een slecht akkoord dan geen akkoord, zijn ze mogelijk van mening. Jammer genoeg is dat vanuit hun politieke logica niet eens zo’n foute inschatting. Een onderwijsstaking zal er in elk geval niet komen. Bovendien wordt het beleid over dit akkoord heel zacht aangepakt door de media: in de duidingsprogramma’s ’s avonds werd er niet over gesproken en de journalisten die er de ochtend nadien over berichtten in de kranten hebben wellicht niet de tijd gehad om meer te lezen dan de perstekst. Kortom, wij hebben eigenlijk geen kritische berichten gezien of gehoord. De 24 uur na het akkoord ging er alvast meer media-aandacht naar de vele schoolkinderen in quarantaine.

Resten ons de verdeelde onderwijsvertrekkers. Uit hun reacties in de bijlage bij het akkoord valt af te leiden dat zowel de ondertekenaars als zij die dat niet deden er allemaal voor- en nadelen in zagen. Wellicht verklaart de verbetering van de verloning van bepaalde groepen, waaronder de directeurs, en de beloofde ondersteuning voor die leidinggevenden dat het akkoord niet in zijn geheel is afgeschoten.

Is een dergelijk sociaal overleg nog van deze tijd?

Hoewel de positie van de politieke macht in dit sociale overleg in het ene land wat prominenter is dan in het andere wordt dit model als klassiek beschouwd in veel West-Europese landen (Binderkrantz, Christiansen & Pedersen, 2015). Het grote verschil tussen de onderwijssector en veel andere is dat de werkgevers geen winstmaximalisatie beogen en de verdeling van de koek tussen werkgever en werknemer niet echt centraal staat. In de onderwijscontext hoor je de sociale partners het beleid ook niet beïnvloeden over de hoogte van de belastingvoeten op werk of vermogen. Als de loonspanning tussen leidinggevenden en anderen al een kwestie is, dan is het er een waar vakbonden en onderwijsverstrekkers hooguit minimaal van mening over verschillen. De regering is hier degene die in eerste instantie betaalt. Zij vertegenwoordigt de burger die de finale rekening betaalt via zijn belastingen en die in principe ook de directe of indirecte begunstigde van het onderwijs is. Dat mag ons niet blind maken voor het feit dat de sociale partners aan de onderhandelingstafel wel degelijk, zoals bij eender welke andere organisatie, een institutioneel belang hebben. Dat brengt ons tot de volgende vraag: vertegenwoordigen deze drie instanties alle belanghebbenden en dekken ze samen het algemeen belang af?

Is dit met andere woorden ook een goed akkoord voor de leerlingen, de ouders en de bedrijfsleiders die toekomstige afgestudeerden zullen aannemen? Hadden (niet-gesyndiceerde) leraren, starters en leraren in opleiding, academici en lerarenopleiders niet beter een stem in het debat verdiend omdat ook zij hierin belangen te verdedigen hebben?

Insiders en outsiders

Heel wat politicologen waaronder de bovenstaande hebben aangegeven dat de klassieke overlegstructuren tussen politiek en samenleving verouderd zijn. De groep van insiders is te klein en weegt te zwaar door op de besluitvorming en de groep van outsiders is te groot en krijgt amper tot geen toegang tot het beleid. Die laatste grote groep moet proberen zijn stem te laten horen in de publieke opinie (Beyers, Eising & Maloney, 2008) en moet om daar gehoord te worden zijn mening scherp formuleren, wat haar voor de insiders dan weer minder aantrekkelijk maakt om hen uit te nodigen aan de overlegtafel. Deze stemmingmakers worden nogal snel weggezet als té kritisch. Dit is een democratisch probleem waar zelfs de vierde macht, de media, zich wellicht niet ten volle van bewust is.

Beter een slecht akkoord dan geen akkoord

Outsiders, zoals wij, kunnen dus enkel aan agendasetting doen en hopen dat ze ‘de insiders’ van hun visie kunnen overtuigen of op zijn minst tot enige reflectie aanzetten. Voor insiders vergt dat ongetwijfeld moeilijke afwegingen. Outsiders volgen of mee uitnodigen vermindert de eigen relatieve invloed. Dit niet doen maakt hen echter kwetsbaar voor vragen over de legitimiteit van hun eigen positie. Hoewel niet noodzakelijk iedereen die door de onderwijsverstrekkers of de onderwijsvakbonden vertegenwoordigd wordt zich daar bewust van is, vormt dit een ernstig probleem voor de samenleving én voor henzelf. Hierboven stelden we al dat de vakbonden tevreden zijn met de CAO. Op korte termijn kan het effect inderdaad positief zijn voor hen, maar diep nadenken is zelfs niet nodig om te beseffen dat de gevolgen op lange(re) termijn nefast kunnen zijn. Meer overlegcomfort – dat hopelijk werkelijk bijdraagt aan het versterken van het schoolbeleid – is fijn als de leraar die ook vakbondsafgevaardigde in zijn school is taken kan overdragen aan een gekwalificeerde en gemotiveerde collega. Als die vacature niet is ingevuld en als potentiële profielen niet eens overwegen om als leraar te starten en de set zogenaamd opwaarderende maatregelen hen nog minder kunnen overtuigen om hun collega te worden, dan draait de hele schoolorganisatie in de soep en zal het akkoord ook voor hen een pyrrusoverwinning blijken die bovendien het imago schaadt. Die projectie is in wezen niet minder erg dan het veelgehoorde verwijt dat politici niet verder kijken dan de volgende verkiezingen.

Wat herkennen jullie en wat denken jullie van onze CAO XII?

Ervaren jullie in Nederland een discrepantie tussen de doelen (het lerarentekort aanpakken en het beroep van leraar aantrekkelijker maken) en het concrete gevoerde beleid?

Wie wordt in het beslissingsproces gehoord en hoe gedragen is het beleid bij de verschillende actoren?

Welke rol spelen de media in het debat? Waarop focussen zij zich?

Johan De Wilde (lerarenopleider Odisee) en Els Tanghe (lerarenopleider Universiteit Antwerpen)

Bronnen

Beyers, J., Eising, R. and Maloney, W. A. (2008) Researching Interest Group Politics in Europe and Elsewhere: Much we Study, Little we Know? West European Politics 31(6): 1103-28.

Binderkrantz, A. S., Christiansen, P. M., & Pedersen, H. H. (2015). Interest group access to the bureaucracy, parliament, and the media. Governance, 28(1), 95-112.

(CAO XII) https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/collectieve-arbeidsovereenkomsten-caos

https://www.velov.be/wie-mag-leraar-worden/

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2021/09/13/nieuwe-onderwijs-cao-voorgesteld/

Foto Pexels https://pixabay.com/nl/photos/vrouw-laptop-bureau-werkruimte-1851464/

5 1 vote
Article Rating

Docent in de professionele Bacheloropleiding Kleuteronderwijs Odisee, staflid van de Dienst Onderwijs en Kwaliteit van de hele hogeschool en coördinator van www.MyCompass.be breed geïnteresseerd in onderwijskundige thema's, maar bijzonder in startende leraren en informeel leren. werkte voorheen in binnen- en buitenland als leraar, vormingswerker, projectcoördinator en onderwijsadviseur.

Abonneren
Abonneren op
guest

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments

About johandewilde

Docent in de professionele Bacheloropleiding Kleuteronderwijs Odisee, staflid van de Dienst Onderwijs en Kwaliteit van de hele hogeschool en coördinator van www.MyCompass.be breed geïnteresseerd in onderwijskundige thema's, maar bijzonder in startende leraren en informeel leren. werkte voorheen in binnen- en buitenland als leraar, vormingswerker, projectcoördinator en onderwijsadviseur.

Category

onderwijs