‘Het is de auteurs gelukt om een aantal tamelijk abstracte begrippen meer handen en voeten te geven,’ schrijft Joop Berding n.a.v. het boek Wereldgericht onderwijzen. Biesta in de praktijk. ‘Ze hebben daartoe terecht het enige gedaan wat je in zo’n geval kunt doen: de praktijk ingaan en met leraren praten. Dat zou nog veel meer mogen gebeuren, om van de pedagogiek weer een echte praktijk-betrokken handelingswetenschap te maken die in een voortdurend en levendig gesprek is met de onderwijspraktijk – en die praktijk zo nu en dan onderbreekt, die de rat race van het onderwijssysteem een beetje weet te vertragen en last but not least ook werkelijk de praktijk kan ondersteunen.’

Deze boekbespreking verscheen eerder op de site van het NIVOZ.

Het boek Wereldgericht onderwijzen – Biesta in de praktijk is een uitgave van NIVOZ. Er een speciale link – www.biesta-in-de-praktijk.nl – waarop onder meer een symposium wordt aangekondigd.

Eidhof, B., Janssens, M., & Ris, J. (2021). Wereldgericht onderwijzen. Biesta in de praktijk. NIVOZ.


Dit boek is volgens de auteurs (Bram Eidhof, Maartje Janssens en Jelle Ris) bedoeld om handen en voeten te geven aan de inmiddels bekende ‘drieslag’ van Gert Biesta: kwalificatie, socialisatie en subjectificatie (hier en daar ook wel ‘persoonsvorming’ genoemd). In de inleiding geven ze  een beeld van de relatie tussen Biesta’s werk, de onderwijspraktijk en dit boek. Dit doen ze aan de hand van zes thema’s. Hiermee wordt de structuur en de inzet van het boek goed zichtbaar.

Hoofdstuk 0 legt goed uit waar het onderwijspedagoog Biesta om te doen is: een kritiek op leergericht en kindgericht onderwijs, en op onderwijs waarin het alleen om ‘opbrengsten’ zou gaan. Biesta wil de dimensie van de wereld in het onderwijs meenemen. De nadruk in de rest van het boek ligt op subjectificatie, de derde in de rij van de inmiddels ingeburgerde drieslag. Via verschillende praktijkvoorbeelden in verschillende onderwijsvormen (po, vo en lerarenopleidingen) wordt in de volgende hoofdstukken ingegaan op wat subjectificatie in de praktijk zou kunnen betekenen.

Dit wordt voorafgegaan door een beschouwing over de vraag ‘wat is goed onderwijs?’, een vraag waarvan wel mag worden gezegd dat die, inmiddels alweer een decennium geleden, door Gert Biesta (weer) op de (Nederlandse) pedagogische agenda is gezet. Uit het nadenken over deze vraag kwam de drieslag ook voort. De onderdelen hiervan worden helder toegelicht en van voorbeelden voorzien, waardoor het onderscheid ertussen goed naar voren komt. De auteurs geven ook telkens enkele wat zij noemen ‘misverstanden’ over de drie begrippen, maar de vraag is of dat altijd verhelderend is. Wellicht hadden ze deze beter als ‘discussievragen’ of zoiets kunnen verwoorden.

Bij socialisatie maken de auteurs terecht duidelijk dat wat je als leraar of school ook doet je altijd op de een of andere manier socialiseert. En net als bij kwalificatie stellen ze bij socialisatie dat er ook ongewenste of onwenselijke vormen van kunnen zijn (je kunt heel goed gekwalificeerd zijn in het gebruik van geweld). Het interessante, maar dat komt iets te weinig uit de verf naar mijn smaak, is dat je om te kunnen beoordelen wat je wel of niet (on)wenselijk vindt, een moreel kader nodig hebt, anders gezegd: uitspraken over wat je pedagogisch gezien wil met de nieuwe generatie. Hiermee staat of valt elke discussie over wat we uiteindelijk doen of nalaten in scholen.

Om te kunnen beoordelen wat je wel of niet (on)wenselijk vindt, heb je een moreel kader nodig. Anders gezegd: uitspraken over wat je pedagogisch gezien wil met de nieuwe generatie. Hiermee staat of valt elke discussie over wat we uiteindelijk doen of nalaten in scholen.”

Subjectificatie

Bij de kern van het boek, subjectificatie, laten de auteurs aan de hand van een complexe casus zien waar het bij dit aspect om gaat: vrijheid en volwassenheid en, volgens Biesta, ook om ‘grenzen’. Zij stellen: ‘Subjectificatie gaat om leerlingen in staat stellen zelf die grenzen te verkennen en te beoordelen.’ Daarmee staat volwassenheid, niet zozeer als ‘fase’ maar als wat ik maar even een bepaalde vorm van ‘existentie’ noem, tegenover een andere vorm, namelijk infantiliteit die meent dat de wereld om ‘mij’ draait. De auteurs kozen voor een vrij heftige casus en zetten daarmee, denk ik, toch slechts één aspect van subjectificatie in de schijnwerpers. Om even een heel andere invalshoek te kiezen: de leerling die tegen haar leraar zegt: wat hebben we lekker gerekend vandaag! laat zich evenzeer zien en horen als ‘subject’ – want daar draait dit hele begrip om, dit komt in het volgende hoofdstuk aan de orde – als de leerling die na vijf minuten in de rekenles zijn I-pad neergooit (wat een vorm van wat Biesta  ‘wereldvernietiging’ noemt, zou kunnen zijn) en zegt: ik snap er geen donder van, ik kap ermee! (mogelijk een vorm van ‘zelfvernietiging’) Ik vermoed dat leraren heel veel met juist dit soort situaties te maken hebben, misschien wel dagelijks.

In hoofdstuk 2 wordt rondom subjectificatie de verbinding gezocht tussen verschillende concepten – vrijheid, handelen, verantwoordelijkheid en uniciteit – en de onderwijspraktijk. Een kernpunt hierbij is wat nu precies de status van het begrip ‘persoon’ is; terecht dat de auteurs hierop ingaan, want dit begrip heeft vanaf de introductie door Biesta voor de nodige misverstanden gezorgd (reden dat hij zelf er een aantal keren op terug is gekomen).

Bij subjectificatie gaat het om persoon-willen-zijn, vanuit de vraag (en overigens niet zozeer het antwoord): wat heb ik hier (en nu) te doen? Biesta gebruikt de term ‘reality check’, om aan te geven dat je wat je wilt, als het ware ‘toetst’ aan de wereld: is wat ik wil ook wenselijk? In ander verband heb ik betoogd dat ik deze vraag graag zou aanvullen met: en is het nu ook wenselijk, of kan het eventueel wachten? Met andere woorden: kan ik geduld oefenen? (Berding, 2019). 

Bij subjectificatie gaat het om persoon-willen-zijn, vanuit de vraag (en overigens niet zozeer het antwoord): wat heb ik hier (en nu) te doen?”

Wereldgericht

Ondertussen is de vraag waar het onderwijs zich op richt en dat is wat Biesta betreft: de wereld. En het is in het curriculum dat kind en wereld elkaar ‘ontmoeten’ (een gedachte die we al rond 1900 bij Dewey vinden). De auteurs leggen uit vanuit welke verschillende pedagogische perspectieven dit gebeurt: onderbreking, vertraging en ondersteuning. Aansluitend wordt ingegaan op de verhouding tussen pedagogiek en didactiek en laten de auteurs zien hoe je ook didactisch oog kunt hebben voor subjectificatie. Ten slotte is een korte beschouwing gewijd aan Aristoteles’ begrip van de ‘praktische wijsheid’, iets waar in de constant veranderende praktijk veel behoefte aan is.

De hiernavolgende hoofdstukken zijn gewijd aan het po (3), het vo (4) en als vijfde de lerarenopleidingen. Deze hoofdstukken zijn gebaseerd op gesprekken met leraren en bieden aan de hand van citaten en situatiebeschrijvingen mooie inkijkjes in levende praktijken, vooral van de noties van onderbreken, vertragen en ondersteunen, afzonderlijk en in combinatie. Ook de pedagogische didactiek en praktische wijsheid komen aan de orde. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met het voorstel, of de oproep, om te gaan ‘oefenen’.

Mij viel op dat het bij het po steeds om ‘conceptscholen’ gaat, zoals OGO en vrijeschool en de vraag is in hoeverre het gegeven dat men vanuit een ‘concept’ werkt, van invloed is op de genoemde activiteiten. In het hoofdstuk over het vo komen een openbare brede SG en een stedelijk gymnasium aan bod, volgens dezelfde structuur, met gesprekken met onder andere leraren natuurkunde en filosofie. Je ziet hoe leraren steeds praktische en werkbare oplossingen proberen te bedenken, dat is toch wel een kernaspect van het vak. Bij de lerarenopleidingen gaat het vooral om het onderbreken en ter discussie stellen van overtuigingen van studenten om uit de eigen ‘bubbel’ te kunnen stappen. Het aangaan van vrijheid, met andere woorden een volwassen rol, blijkt nog heel wat voeten in de aarde te hebben.

Het aangaan van vrijheid, met andere woorden een volwassen rol, blijkt in de praktijk nog heel wat voeten in de aarde te hebben.”

Het nawoord is van Gert Biesta zelf. Hij benadrukt, terecht, het belang van de taal waarin we over onderwijs (en laten we niet vergeten: opvoeding) denken. Het is inderdaad zo dat de taal ons niet alleen het perspectief geeft van hoe we naar onderwijs kijken, maar ook de waarde bepaalt die we eraan hechten. Wie denkt in de taal van de ‘opbrengsten’ ziet niet alleen ‘opbrengsten’, maar zal ook proberen deze tot stand te brengen en voor je het weet heb je dan zoiets als ‘opbrengstgericht werken’. Wat dat betreft, is het inderdaad zaak om te gaan oefenen om de te onderscheiden aspecten niet alleen te zien – dat is een kwestie van bewustwording, observatie en reflectie – maar er ook naar te gaan handelen.

Ik heb dit boek met veel plezier gelezen. Het is overeenkomstig de bedoelingen van de auteurs gelukt om een aantal tamelijk abstracte begrippen (die overigens een respectabele traditie in de pedagogiek kennen) meer handen en voeten te geven.

Joop Berding (1954) is schrijver en auteur van een groot aantal pedagogische boeken over denkers en/of rondom thema’s als geduld en ongeduld. Hij werkte tot oktober 2017 – het moment van vervroegde pensioenering – als hogeschooldocent, opleidingsmanager en praktijkonderzoeker op Hogeschool Rotterdam.

Leraren en schoolleiders zeiden over dit boek:

‘Ik was op zoek naar de verbinding van Biesta’s werk met mijn eigen onderwijspraktijk. Ik ben blij verrast met deze ‘vertaling’ en het is de beste die ik tot nu toe gezien heb.’ Antoinette Crawfurd-Smit is schoolleider bij Obs Het Zand in Utrecht.

‘De praktijkvoorbeelden in het boek gaven abstracte begrippen uit het werk van Biesta veel meer betekenis. ‘Hanna Kuijs is leerkracht bij Amsteltaal, een centrale nieuwkomersopvang in Amstelveen.

‘Soms kan ik een beetje terugdeinzen van praktijkboeken, omdat theorie soms heel erg platgeslagen wordt in oefeningen en simpele voorbeelden. Dat vond ik hier duidelijk niet.‘ Inge Spaander is docente op het Thorbecke VO.

Wereldgericht onderwijzen. Biesta in de praktijk –  B. Eidhof, M. Janssens en J. Ris (2021). Driebergen. NIVOZ. Vorngeving Mark Schalken

Literatuur

  • Berding, J. (2019). Opvoeding en onderwijs tussen geduld en ongeduld. Antwerpen/Apeldoorn: Cyclus.
0 0 votes
Article Rating

Gastbloggers publiceren op uitnodiging en op persoonlijke titel. Hun visie is niet noodzakelijkerwijs de visie van het Blogcollectief. Commerciële uitingen worden niet geplaatst.

Abonneren
Abonneren op
guest

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments

About Gastblogger

Gastbloggers publiceren op uitnodiging en op persoonlijke titel. Hun visie is niet noodzakelijkerwijs de visie van het Blogcollectief. Commerciële uitingen worden niet geplaatst.

Category

onderwijs, onderzoek, pedagogiek

Tags

,