Dit stuk van Jan Bransen verscheen eerder op zijn eigen blog. Hij verwees ernaar in zijn dialoog met Jan Tishauser bij Didactief. Net als in zijn boek Gevormd of Vervormd? spreekt hij zich krachtig uit tegen de heersende instrumentele visie op onderwijs. Die boodschap vind je ook in mijn boek De Denkende Klas. Jan Bransen bestrijdt ook het idee dat er sprake is van een leerachterstand door Covid die met ‘effectieve interventies’ en de bak geld van het NPO moet worden weggewerkt. Dat geld kan veel beter worden besteed.

Het onderwijs gaat gebukt onder de enorme ingreep die de overheid mogelijk heeft gemaakt door via het Nationaal Programma Onderwijs 8.500.000.000 euro beschikbaar te stellen voor effectieve interventies om zogenaamd opgelopen leerachterstanden weg te werken. Het is een enorme hoeveelheid geld die jammer genoeg niet structureel ingezet mag worden, waardoor er in feite geen duurzame oplossingen mee bekostigd kunnen worden.

Dit programma maakt diepe systeemfouten zichtbaar die het onderwijs, het denken over onderwijs en het niet denken over de aard en de kwaliteit van onderwijs domineren.
Zullen we nu alsjeblieft eens lessen proberen te trekken uit het besef dat onderwijs geen kwestie van interventies is.

Jaren geleden hoorde ik iemand smalend klagen over de enorme inefficiëntie die hem tijdens een vakantie in Spanje was opgevallen. In een kleine supermarkt in Madrid rekende hij zijn boodschappen af. Het verbaasde hem – en eerlijk gezegd irriteerde het hem ook – dat de cassière de bedragen stuk voor stuk aansloeg op de kassa, dat het totaalbedrag vervolgens door een tweede medewerker nagerekend werd, dat ondertussen een volgende medewerker de boodschappen in een doosje inpakte en dat een vierde medewerker bij de deur dat alles gadesloeg, om op het moment dat de klant betaald had en de winkel zou gaan verlaten de deur te openen. Hij was tijdens zijn verblijf een aantal keren in deze supermarkt geweest en iedere keer ging het zo. Vier mensen waren betrokken bij het afrekenen van de boodschappen en een veelvoud van medewerkers was in de supermarkt bezig met het bijvullen van de schappen en het adviseren en helpen van de klanten.

“Wat een onvoorstelbare inefficiëntie,” brieste hij. “Middeleeuws!”

Ik moet aan dit scenario denken terwijl ik nieuwsgierig – maar eerlijk gezegd ook verontrust – door de menukaart met effectieve interventies van het Nationaal Programma Onderwijs klik. Het was mijn gesprekspartner toentertijd ontgaan dat er in Spanje sprake was van een enorme werkloosheid en dat de inefficiëntie iets heel anders zichtbaar maakte – iets dat hij eerlijk gezegd weigerde te zien – namelijk een krachtige vorm van solidariteit, het delen van schaars betaald werk, het samen doorbrengen van tijd. Efficiëntie had in die kleine supermarkt in Madrid helemaal niets te zoeken. Het was voor de mensen die daar hun leven leefden een waarde­loze waarde. In een efficiënte supermarkt zou er voor bijna al die medewerkers immers helemaal geen plaats meer zijn geweest. Die hadden dan buiten op de stoep kunnen staan lummelen, of in de rij kunnen staan bij een arbeidsbureau en ’s avonds met een pannetje langs kunnen gaan bij een gaarkeuken van de een of andere liefdadigheidsinstelling. Nu waren zij met en voor elkaar nodig en maatschappelijk zinvol bezig.

Ik moet hieraan denken omdat effectiviteit op precies dezelfde manier in het onderwijs een waardeloze waarde is. Effectiviteit is een eigenschap van interventies, maar onderwijs is helemaal geen interventie. We hebben ons in de laatste dertig, veertig jaar helaas laten wijsmaken dat onderwijs wél een interventie is. Daar liggen twee maatschappijbrede ontwikkelingen aan ten grondslag, enerzijds de economisering van het publieke beleid en anderzijds de medicalisering van de gedragswetenschappen. 

Publieke zaken waren ooit pogingen om als samenleving om te gaan met bureaucratisch vormgegeven maatschappelijke uitdagingen. Maar met de opkomst van New Public Management zijn deze zaken veranderd in maatregelen met een prijs en een opbrengst, maatregelen die begroot moeten kunnen worden in een kosten/baten-analyse en die door marktwerking gereguleerd zullen moeten worden. Onderwijs heeft een prijs gekregen in plaats van een waarde. Het is een item op de rijksbegroting geworden.

Dat is mogelijk geworden door de opkomst van het medische onderzoeksmodel in de gedragswetenschappen. Het werd daardoor namelijk mogelijk om menselijk gedrag en sociale interactie – in feite onze gewone alledaagse omgang met elkaar – anders te conceptualiseren. Medische ingrepen zijn als interventies uitstekend protocollair te beschrijven, bestuderen, evalueren én prijsbewust te begroten. Zij zijn daarom, zo was het idee, een mooi voorbeeld voor in feite al het professionele werk in de sociale sector. Dat werk heeft vervolgens als een reeks interventies eenvoudig zijn plaats weten te vinden in de rijksbegroting.

Daardoor zitten we tegenwoordig met de gebakken peren. We weten bijna niet anders meer dan dat onderwijs inderdaad een kwestie van interveniëren is. De overheid heeft onlangs via het Nationaal Programma Onderwijs een enorme bak geld beschikbaar gesteld voor het onderwijs. 

Dat wil zeggen voor interventies, voor effectieve interventies. 

Maar onderwijs is eerst en vooral een kwestie van interactie tussen leerlingen en leraren, een voortdurend samenspel tussen leden van de jongere en de oudere generatie, iets dat alleen maar plaats kan vinden als en voor zover er wordt samengewerkt. En samengeleerd. De neiging om de bijdrage van één van de betrokken partijen – de professional, de leerkracht, leraar of docent – geïsoleerd te beschouwen als een interventie is een vervorming van wat zich in een onderwijssituatie afspeelt. 

Een interventie is een isoleerbare ingreep in een proces dat zijn eigen dynamiek heeft. En daar komt eigenlijk automatisch bij dat het om een proces gaat dat zonder interventie een slecht verloop zal hebben. Daarom is ingrijpen nodig en de medische wetenschap heeft ons daar talloos veel geslaagde voorbeelden van gegeven. Vaccins zijn interventies in een besmetting die levensbedreigend kan zijn. Medicijnen worden toegediend om disfunctionele processen te onderbreken en corrigeren. Chirurgische ingrepen worden ondernomen om te voorkomen dat organen afsterven. Enzovoort. Dat de medische professie inmiddels ook geregeld te kampen heeft met handelingsverlegenheid omdat we meer en meer te maken hebben met levenslopen waarin beter niet geïntervenieerd kan worden, omdat de schade van een ingreep groter kan zijn dan er door een ingreep nog aan levenskwaliteit gewonnen kan worden – dat is voorlopig nog niet doorgedrongen tot de sociale sector. De overheid wil het onderwijs een enorme kwaliteitsimpuls geven en heeft daar 8,5 miljard euro voor over, maar kan niet anders denken dan dat dat geld besteed moet worden aan interventies.

En dat is jammer, omdat onderwijs geen interventie is. Natuurlijk hebben we het onderwijs wel kunnen vervormen door te doen alsof het inderdaad een reeks interventies is. De sociale werkelijkheid is flexibel genoeg en altijd ook een constructie gebaseerd op ons begrippenkader. We zijn het vervolgens nog gaan geloven ook. Ik schreef er een heel boek over. 

Maar er is geen natuurlijk proces dat een vanzelfsprekend slecht verloop heeft zonder de interventies van didactisch en pedagogisch geschoolde professionals. Niet voor niets zegt Robbert Dijkgraafdat wij als volwassenen er alleen maar voor moeten zorgen dat we van de ‘uit-knop’ afblijven. Onderwijs is niets anders dan een alledaags maatschappelijk arrangement waarin de jongere en de oudere generatie elkaar bezighouden. Daar spelen asymmetrische verhoudingen een rol maar daarin is vooral ook sprake van een enorme dynamiek omdat de jongere generatie niet stilstaat maar zich, veelal sprongsgewijs, voortdurend en in snel tempo ontwikkelt – in interactie met de ouderen. Al dat gedrag grijpt onophoudelijk ineen. Te denken dat er isoleerbare interventies te identificeren zouden zijn waarvan op een context-onafhankelijke manier de effectiviteit vastgesteld kan worden, en die voorzien kunnen worden van meer of minder sterk overtuigend bewijs… het is té banaal en té verdrietig voor woorden dat zoveel onderwijswetenschappers dit zijn gaan geloven en langs deze lijnen hun onmisbaarheid zijn gaan verkondigen.

Het tij is gelukkig overigens wel degelijk aan het keren. Er zijn veel stemmen die pleiten voor een andere kijk op onderwijs. Ik hoop dat zij creatief genoeg zijn om de NPO slim naar de pijpen te dansen, maar vervolgens het hopelijk ruimschoots binnengesleepte geld weten te benutten voor het doorvoeren van een echte, grondige transitie in het onderwijs – gedreven door een menselijke visie op onderwijs als een maatschappelijk arrangement waarin een leven lang leren en ontwikkelen voor iedereen de gewoonste zaak van de wereld is.

Want efficiëntie en effectiviteit zijn systeemwaarden, geen waarden voor mensen die er met en voor elkaar zijn, die samen de tijd hebben, de tijd van hun leven.

4.4 9 votes
Article Rating
Abonneren
Abonneren op
guest

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

1 Reactie
nieuwste
oudste meest gestemd
Inline Feedbacks
View all comments

About Dick van der Wateren

Als blogger en onderwijsauteur denk ik na over onderwijs en pedagogiek. In 2016 verscheen bij Uitgeverij Ten Brink mijn boek 'Verwondering' waarin ik een lans breek voor onderwijs op basis van vragen die leerlingen zelf bedenken. Op het ECL in Haarlem heb ik talentvolle en begaafde leerlingen begeleid die meer uitdaging nodig hebben, en leerlingen gecoacht met diverse problemen - onderpresteren, perfectionisme, levensvragen. Na een lang leven in het onderwijs en de wetenschap ben ik in 2017 een filosofische praktijk begonnen, De Verwondering, in Amsterdam. Daar heb ik gesprekken met volwassenen zowel als jongeren over levensvragen, zingeving, werk, studie, relaties.

Category

evidence-based, onderwijs, onderzoek, opvoeding, pedagogiek, praktijk, progressief onderwijs

Tags

, , ,