In dit stuk laten gastauteur Anouschka van Leeuwen en de andere leden van het projectteam DOEN zien hoe een team van leraren en onderzoekers succesvol aan schoolvernieuwing kunnen werken.

Project DOEN (Digitale Oefenprogramma’s, En Nu?) houdt zich bezig met de vraag hoe leerkrachten leerlinggegevens (learning analytics) kunnen verzamelen en gebruiken om differentiatie te stimuleren. Het project is een samenwerking van 5 middelbare scholen en 3 onderzoeksinstellingen en is gefinancierd door het NRO. 

De kans van slagen van klein- of grootschalige vernieuwing (zoals het gebruik van learning analytics) binnen een school is sterk afhankelijk van de betrokkenheid van het docententeam, die de vernieuwing tenslotte tot stand moet brengen. Een manier om docentbetrokkenheid te stimuleren is door de vernieuwing (deels) te laten vormgeven door de docenten zelf. We spreken in dat geval van docentontwerpteams (DOTs). In dit korte artikel bieden we, op basis van ervaringen op de 5 deelnemende scholen, handvatten voor hoe je als school met een DOT aan de slag kunt gaan.

Betrokken scholen: R@velijn (Steenbergen), Pieter Groen (Katwijk), Helen Parkhurst (Almere), Tabor d’Ampte (Hoorn), en Bataafs Lyceum (Hengelo). Onderzoekers: Anouschka van Leeuwen1Universiteit Utrecht, a.vanleeuwen@uu.nl, Lysanne Post2Universiteit Leiden, l.s.post@iclon.leidenuniv.nl, Ditte Lockhorst3Oberon, Utrecht, dlockhost@oberon.eu, Wilfried Admiraal4Universiteit Leiden, w.f.admiraal@iclon.leidenuniv.nl, Liesbeth Kester5Universiteit Utrecht, l.kester@uu.nl

Docentontwerpteams (DOTs) kunnen goed ingezet worden om veranderingen in de school vorm te geven en door te voeren. De docenten zijn door hun eigen ervaring goed op de hoogte van wat er al gebeurt op school en waar de behoefte aan verandering ligt. Bovendien zijn zij vaak erg betrokken en gemotiveerd, omdat het hun eigen school betreft. In project DOEN zijn DOTs ingezet om het gebruik van leerlinggegevens voor differentiatie te stimuleren. De DOTs op deze scholen ontwierpen een programma om hun collegadocenten te professionaliseren in het gebruik van leerlinggegevens. Hieronder delen we onze aanpak en tips op basis van onze ervaringen. 

Stap 1: voorbereiding

De samenstelling van een DOT is cruciaal. De docentleden die aan de slag gaan met het ontwerp moeten zich committeren aan het groepsdoel, hier volledig achter staan, en de beschikbare tijd hebben om zich aan het DOT te binden. Een DOT heeft ook een facilitator nodig. Dit is iemand die het proces begeleidt, de activiteiten coördineert, en de voortgang van het DOT in de gaten houdt.

Daarnaast is het belangrijk om duidelijk in kaart te brengen over welk vraagstuk het DOT zich moet buigen, dus aan welke vernieuwing er behoefte is en wat de huidige stand van zaken op de school is. Alleen dan kan men de innovatie goed aan laten sluiten op de behoefte in de school.

Stap 2: ontwerpbijeenkomsten

Op de 5 deelnemende scholen van ons project kwamen de DOTs 5 keer bijeen in sessies van 3 uur. Tussentijds werkten de docenten individueel verder aan het project. In kader 1 staat de inhoud van de 5 ontwerpsessies weergegeven, die is gebaseerd op het veelgebruikte ontwerpmodel ADDIE (Analyse, Design, Development, Implementation, Evaluation). Op onze website is dit schema ook te downloaden, evenals werkbladen om de genoemde activiteiten te ondersteunen. Hieronder geven we een korte toelichting op de bijeenkomsten.

Kader 1.

SessieActiviteiten
1Introductie: Ontwerpproces toelichten (1) en afspraken maken over de samenwerking (2) Analyse: Waar willen we naartoe (3) en welke ontwikkeling is daarvoor nodig (4)
2Ontwerpen: Wat is er (niet) mogelijk (5) en Eerste ontwerp maken (6)
3Evalueren: Feedback verkrijgen van collega’s 
4Ontwikkelen: Ontwerp verfijnen (6) en Plan voor evaluatie opstellen
Pilot Evalueren: Ontwerp testen in de school
Ontwikkelen: Ontwerp afmaken (6) en Implementatie voorbereiden
De cijfers in dit schema geven aan dat er een werkblad beschikbaar is op onze website.

In de eerste ontwerpbijeenkomst licht de facilitator het ontwerpproces toe en worden afspraken gemaakt over hoe de samenwerking zal verlopen. Niet alleen in termen van een platform om tussenproducten met elkaar te delen, maar ook in termen van hoe de docenten als team met elkaar omgaan. Vervolgens bepaalt het DOT waar ze als school naar toe werken en waarvoor zij dus een ontwerp gaan maken. Dit doen ze bijvoorbeeld door te bedenken hoe de krantenkoppen eruit zouden zien als hun innovatie succesvol is. Met deze stip op de horizon in gedachte, bepaalt het DOT aan welke ontwikkeling er op de school nog behoefte is. Dat is het gat tussen de huidige en de gewenste situatie waarvoor het DOT een ontwerp gaat maken.  

In ontwerpsessie 2 richt het DOT zich op het ontwerpen van de interventie. Het DOT bekijkt de randvoorwaarden voor het te ontwerpen product, bijvoorbeeld of er budget is voor eventuele benodigdheden. De rest van de bijeenkomst kan het DOT besteden aan het eerste ontwerp. Op onze deelnemende scholen maakten de DOTs in dit stadium een tijdlijn met daarin alle elementen van een bijscholingsprogramma voor hun collega’s.

In de derde sessie is het tijd voor de eerste ronde van evaluatie. Indien er meerdere scholen meedoen zoals in ons geval, is uitwisseling tussen de scholen een goed idee. Een alternatief is om het eerste ontwerp aan een grotere groep docenten van dezelfde school voor te leggen en hen om feedback te vragen.

In de vierde ontwerpbijeenkomst verfijnt het DOT het ontwerp van de interventie, onder begeleiding van de facilitator. In ons project bepaalde het DOT van elk onderdeel van de interventie wat daarvoor nodig was, wat er nog aan gedaan moest worden en wie dat wanneer ging doen. Verder bedenkt het DOT in deze sessie op welke manier de interventie geëvalueerd gaat worden. Daarna bepaalt het DOT welk deel van de interventie getest gaat worden in een pilot.

In de periode tussen bijeenkomst 4 en 5 zet het DOT de puntjes op de i van de interventie.

Vervolgens voert het DOT de geplande pilot uit en evalueert de resultaten.

De vijfde en laatste ontwerpsessie begint met de presentatie en evaluatie van de pilot. Naar aanleiding van de pilotresultaten worden er eventueel nog laatste wijzigingen aan het ontwerp gedaan. Ten slotte doet het DOT de laatste voorbereidingen voor de implementatie van de interventie: zorgen dat er een concrete planning ligt en dat duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is.

Stap 3: pilot en implementatie

Na bijeenkomst 5 wordt de door het DOT ontworpen vernieuwing geïmplementeerd in de school. Hierbij is het belangrijk om te blijven evalueren, zodat de vernieuwing waar nodig aangepast kan worden. Dit vergroot de kans dat de innovatie van blijvende aard is.

Tips van docenten:

  • Breng vooraf in kaart waar behoefte aan is binnen de school
  • Besteed genoeg tijd aan de samenstelling van het DOT; zoek naar een goede afvaardiging van de gehele school.
  • Plan ook tussen de ontwerpbijeenkomsten voldoende tijd in om aan het project te werken.
  • Geef ieder teamlid een specifieke rol bij de ontwerpbijeenkomsten, bijvoorbeeld de notulist die alle overwegingen noteert en de advocaat van de duivel die kritische vragen stelt.

Voor meer informatie over dit artikel kunt u mailen naar Anouschka van Leeuwen (a.vanleeuwen@uu.nl). Op de website van ons project (https://project-doen.nl/) zijn activiteitenbladen van de beschreven activiteiten te vinden en te downloaden. Kijk voor inspiratie voor meer ontwerpactiviteiten op de website www.gamestorming.com.

0 0 vote
Article Rating
Abonneren
Abonneren op
guest

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments

About Gastblogger

Gastbloggers publiceren op uitnodiging en op persoonlijke titel. Hun visie is niet noodzakelijkerwijs de visie van het Blogcollectief. Commerciële uitingen worden niet geplaatst.

Category

onderwijs, onderzoek, praktijk, vernieuwing

Tags

, , , ,