Deze blog is een verbreding en verdieping van mijn column blog in het oktobernummer van Didactief.

Wie kent haar niet? Islands in the Stream, Jolene, I Will Always Love You, 9 to 5 (zowel het liedje als de film met Jane Fonda en Lily Tomlin), en natuurlijk haar duetten met Kenny Rogers. Maar wat je misschien niet weet is dat Dolly Parton een flinke impact heeft (gehad) op vroege lezen en geletterdheid. Zo doet ze dat:

Tegenwoordig luister ik naar podcasts terwijl ik auto rijd met mijn vrouw. Laatst luisterde ik naar Dolly Parton’s America, een 9-delige podcast gemaakt door Jad Abumrad die ook Radiolab maakt. In een van de uitzendingen werd gesproken over Dolly’s Imagination Library (verbeeldingsbibliotheek) die hoge kwaliteit, leeftijdsgeschikte boeken gratis stuurt naar kinderen vanaf de geboorte totdat ze naar school gaan, ongeacht gezinsinkomen. Begonnen in 1995 in haar geboortestreek Sevier County, Tennessee en geïnspireerd door het feit dat haar vader niet kon lezen of schrijven, groeide het programma snel. Het werd zo’n succes dat in 2000 het programma uitgebreid werd naar de hele VS (tegenwoordig naar Australië, Ierland, de VK en Canada) en in 2018 had haar verbeeldingsbibliotheek honderd miljoen boeken verzonden.

Benieuwd of het programma ook werkelijk iets uithaalde – zeker in het licht van de verontrustende resultaten van PISA-2018 over de leesvaardigheid van Nederlandse 15-jarigen – zocht ik naar onderzoek hiernaar. Van de vele onderzoekingen, bijna allemaal met positieve resultaten, belicht ik hier drie. Chad Waldron (2018), liet bijvoorbeeld zien dat kinderen die de boeken ontvingen statistisch gezien meer en beter voorbereid waren op lezen en schrijven bij aanvang van groep 3 dan kinderen die niet deelnamen aan het gratis programma. De onderzoekers hadden keurig vooraf gecheckt of beïnvloedende factoren zoal thuissituatie, geslacht, voorschoolse ervaringen thuis en daarbuiten enzovoorts gelijk waren tussen de twee groepen en dat was ook het geval. Hier de resultaten:

Letteridentificatie taak- DPIL (Dolly Parton’s Imagination Library) en Non-DPIL. (Scores lopen van 0 tot 54).

CAP (Concepts about Print)[1] taakcluster: tekst en illustratie orientatie-  DPIL and Non-DPIL. (CAP loopt van 0–2)

CAP taakcluster: woord- en letterconcepten in de teksten – DPIL en non-DPIL.
(CAP loopt van 0 to 4)

Een tweede studie (Ridzi, Sylvia, & Singh, 2014) liet zien dat hoe langer en vaker de boeken voorgelezen en besproken werden een katalysator-/vliegwieleffect had voor het ontwikkelen van vroege leesvaardigheid/leesrijpheid ongeacht leeftijd, ras en geslacht van het kind, inkomen, gevolgd onderwijs en geboorteland van de ouders, of de gesproken thuistaal.

Tot slot lieten Shahin Samiei, Andrew Bush en Doug Imig (2016) zien dat deelname aan het programma significant positief geassocieerd is met zowel hogere vroege taal- als rekenscores, zelfs na controle voor een reeks andere factoren die verband kunnen houden met schoolrijpheid. Al met al, bieden de resultaten ondersteuning voor het inzetten van beleidsinterventies zoals de Imagination Library, bedoeld om de paraatheid van leerlingen voor het basisonderwijs te bevorderen door de toegang tot materiaal voor vroege alfabetisering voor gezinnen met jonge kinderen te vergroten.

Deze resultaten sloten goed aan bij een meta-analyse van de impact van leesinterventies voor leerlingen in de eerste jaren van het basisonderwijs. Russell Gersten en collega’s (2020) voerden een meta-analyse uit naar de effectiviteit van leesinterventies op leerlingen die risico lopen op leesproblemen in groep 3-5. Gebaseerd op de resultaten van 33 rigoureuze experimentele en quasi-experimentele onderzoeken uitgevoerd tussen 2002 en 2017 concluderen zij dat vroege leesinterventies een significant positief effect hebben op leesresultaten van kinderen die een risico liepen latere leesmoeilijkheden te krijgen op school, d.w.z. kinderen die in de onderste 40% op een gestandaardiseerde leestoets scoorden. Zij keken o.a. naar leesbegrip, leessnelheid (reading fluency) en het kunnen lezen van woorden en ‘nepwoorden’ (de uitkomstmaten).

Wat zij vonden was dat de interventies, ongeacht of ze individueel of voor de hele klas waren, wie de interventie uitvoerde (leraar, assistent, onderzoeker) of het aantal uren per week (tussen 45 minuten en ruim 4 uur per week) significante effecten hadden op alle uitkomstmaten. En wat waren de interventies? De auteurs schrijven: “Elke interventie behandelde meerdere aspecten van het leren lezen zoals fonologisch bewustzijn, decodering, vloeiend lezen van passages [EN: passage reading flluency], codering [spelling] en, bij gelegenheid, schrijven. Bijna alle interventies behandelden op de een of andere manier leesbegrip maar woordenschat en begrijpend leesinstructie kwamen zelden voor. Vrijwel alle interventies maakten gebruik van systematische, expliciete instructie” (p. 418).

Jong geleerd is oud gedaan. Wij kunnen, blijkbaar, veel bereiken als wij de kracht van verbeelding gebruiken!

Referenties

Clay, M. (2013). An observation survey of early literacy achievement (3rd ed.). Portsmouth, NH: Heinemann.

Gersten, R., Haymond, K., Newman-Gonchar, R., Dimino, J. & Jayanthi, M. (2020). Meta-analysis of the impact of reading interventions for students in the primary grades. Journal of Research on Educational Effectiveness, 13, 401-427.

Ridzi, F., Sylvia, M. R., & Singh, S. (2014). The Imagination Library Program: Increasing parental reading through book distribution. Reading Psychology, 35, 548-576.

Samiei, S., Bush, A. J., Sell, M., & Imig, D. (2016). Examining the association between the Imagination Library Early Childhood Literacy Program and kindergarten readiness. Reading Psychology, 37, 601-626.

Waldron, C. H. (2018). “Dream more, learn more, care more, and be more”: The Imagination Library influencing storybook reading and early literacy, Reading Psychology, 39, 711-728.


[1] Concepts about Print (CAP) zijn de beginvaardigheden voor geletterdheid die kinderen kunnen verwerven door hen in aanraking te brengen met boeken en lezen. Voorbeelden hiervan zijn het leren dat lezen gaat van links naar rechts (tekstrichting), dat lezen gaat van boven aan de pagina naar beneden, en het kunnen waarnemen van interpunctie. Deze beginvaardigheden voor geletterdheid moeten ontwikkeld zijn voor het einde van de kleuterjaren of vroeg in groep 3 om longitudinaal succes te hebben voor het lezen (Clay, 2013).


0 0 vote
Article Rating
Abonneren
Abonneren op
guest

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

3 Reacties
nieuwste
oudste meest gestemd
Inline Feedbacks
View all comments

About Paul Kirschner

Nederlands: Prof. dr. Paul A. Kirschner, dr.h.c. is Universiteishoogleraar en hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit. Hij is ook Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University (Finland) waar hij ook een Eredoctoraat heeft (doctor honoris causa). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied en heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en is lid van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF. Hij is Fellow of the American Educational Research Association (AERA; NB de eerste Europeaan aan wie deze eer werd toegekend), de International Society of the Learning Sciences (ISLS) en van de Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science of the Royal Dutch Academy of Sciences (NIAS-KNAW). Hij was President van de International Society for the Learning Sciences (ISLS) in de periode 2010-2011. Hij is Hoofdredacteur van de Journal of Computer Assisted Learning en Commissioning Editor van Computers in Human Behavior, en hij is auteur van Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum). Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten). Hij is ook medeauteur van het boek Jongens zijn slimmer dan meisjes XL (EN: Urban Myths about Learning and Education). Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), het ontwerpen van innovatieve, elektronische leeromgevingen, mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden. English: Paul A. Kirschner (1951) is Distinguished University Professor and professor of Educational Psychology at the Open University of the Netherlands as well as Visiting Professor of Education with a special emphasis on Learning and Interaction in Teacher Education at the University of Oulu, Finland where he was also honoured with an Honorary Doctorate (doctor honoris causa). He was previously professor of Educational Psychology and Programme Director of the Fostering Effective, Efficient and Enjoyable Learning environments (FEEEL) programme at the Welten Institute, Research Centre for Learning, Teaching and Technology at the Open University of the Netherlands. He is an internationally recognised expert in the fields of educational psychology and instructional design. He is Research Fellow of the American Educational Research Association and the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science. He was President of the International Society for the Learning Sciences (ISLS) in 2010-2011, member of both the ISLS CSCL Board and the Executive Committee of the Society and he is an AERA Research Fellow (the first European to receive this honour). He is currently a member of the Scientific Technical Council of the Foundation for University Computing Facilities (SURF WTR) in the Netherlands and was a member of the Dutch Educational Council and, as such, was advisor to the Minister of Education (2000-2004). He is chief editor of the Journal of Computer Assisted Learning, commissioning editor of Computers in Human Behavior, and has published two very successful books: Ten Steps to Complex Learning (now in its third revised edition and translated/published in Korea and China) and Urban Legends about Learning and Education (also in Dutch, Swedish, and Chinese). He also co-edited two other books (Visualizing Argumentation and What we know about CSCL). His areas of expertise include interaction in learning, collaboration for learning (computer supported collaborative learning), and regulation of learning.

Category

onderwijs

Tags

, ,