Deze blog is in een iets verkorte vorm ook op Didactief te lezen

Soms kom ik artikelen over wetenschappelijk onderzoek tegen waarvan ik steeds moet denken: ‘Wat moet ik in hemelsnaam hier mee?’. Ik ben hoofdredacteur van een gerenommeerd wetenschappelijke tijdschrift over computerondersteund leren (Journal of Computer Assisted Learning). Samen met de assistent editor Jeroen Janssen en de uitgever eisen wij dat om überhaupt in aanmerking te komen voor review duidelijk moet zijn dat een ingediend artikel in ieder geval over leren gaat: met andere woorden, echt leren moet worden gemeten (proof of actual learning is required). Je zou denken: ‘Dat is nogal wiedes’, maar de praktijk is heel anders. Wij worden bedolven onder artikelen over onderzoek waarin leren – in welke vorm dan ook – niet wordt gemeten. Wij zien onderzoeken die leerlingbetrokkenheid (engagement) of -welbevinden meten, of leerlingen hard hebben gewerkt, die meningen van leerlingen of leerkrachten rapporteren over (1) of er geleerd is en zo ja (2) hoe veel, die plezier in/van leren meten, enzovoorts. Allemaal slechte proxies (vervangingen) voor echt leren. Zie o.a. Robert Coe of deze blog van Pedro de Bruyckere over proxies.

Wij krijgen ook veel artikelen binnen over onderzoek naar ontwerpen, vormgeving, gebruiksgemak, toegankelijkheid, ervaren plezier en wat dan ook van computerprogramma’s en elektronische leeromgevingen. Mijn opmerking over zulk onderzoek – gestolen van David Merrill – is altijd: ‘Enne? Fijn dat de leerlingen de omgeving mooi vonden of dat ze betrokken voelden…maar, hebben zij ook iets geleerd?’ Met andere woorden, zulke artikelen komen niet in aanmerking voor ons tijdschrift.

Laatst kwam ik in een wetenschappelijk tijdschrift een artikel tegen over het ondersteunen van zelfgestuurde en op ontdekking gebaseerde leeromgevingen (ik noem geen namen). In hun onderzoek maken de auteurs gebruik van een instructieontwerp dat, in hun eigen woorden, gebaseerd is op ‘constructivistische leertheorieën’, om meerdere ondersteuningsstrategieën te implementeren. De onderzoekers keken naar leerlingbetrokkenheid in een zelfgestuurde online leeromgeving om ‘kritische elementen van de ondersteuning te identificeren’. Tot hier niets aan de hand. De bevindingen, gebaseerd op de interacties van studenten en betrokkenheid bij de aangeboden leermodules (en niet op de vraag of er geleerd werd), maakten – in hun woorden ‘de conceptualisatie mogelijk van een multimodale ondersteuningsstrategie voor zelfgestuurd ontdekkend leren’; zij stellen voor dat ‘de aanbevelingen…voorbeelden kunnen zijn ter ondersteuning van het onafhankelijke leren in gemengde (blended) omgevingen’. Enne? Fijn dat de leerlingen betrokken waren, maar hebben zij ook iets geleerd? Waarom zou ik de aanbevelingen volgen en implementeren? Heeft de betrokkenheid ook iets positiefs m.b.t. leren opgeleverd?

Een ander voorbeeld is een artikel dat ik las van een groep onderzoekers in de VS die zich bogen over de effecten van framing (hoe leraren onderwerpen aanbieden in de klas) op de betrokkenheid van leerlingen en hun bereidheid om met elkaar in discussie te gaan (samenwerkende / collaboratieve argumenteren). De auteurs stelden dat collaboratieve argumentatie de redenering, het leren en de interesse van studenten kan verbeteren, maar dat deze voordelen afhankelijk zijn van studentbetrokkenheid. Weer, tot hier niets aan de hand al lijkt hun stelling een beetje op een cirkelredenering wat niet echt een goed uitgangspunt voor wetenschappelijk onderzoek… En toen kwam de verlossende woorden: ‘het bieden van taakstructuur op autonomie-ondersteunende manieren (kan) de betrokkenheid van studenten tijdens collaboratieve argumentatie vergroten’. Enne? Fijn dat het bieden van structuur de betrokkenheid van de leerlingen kan vergroten, maar leidde dat ook tot beter redeneren en beter leren? Waarom zou ik de moeite nemen om taakstructuur op autonomie-ondersteunende manieren aan te bieden?

Beste collega onderwijsonderzoekers: Onderzoek naar hartenlust van alles en nog wat en door welke lens dan ook, maar probeer steeds antwoord te geven op de vraag ‘Enne? Fijn dat je a, b of c hebt onderzocht maar hebben de leerlingen ook iets geleerd?’

…en beste docenten: Maak a.u.b. zoveel mogelijk gebruik van wat mijn collega onderwijsonderzoekers hebben onderzocht en uitgevonden, maar doe dat alleen als het onderzoek antwoord geeft op de vraag ‘Enne? Fijn dat ze a, b of c hebben onderzocht maar zullen mijn leerlingen dan ook (beter) leren hierdoor?’

Coe, R. (2013) Improving Education: A triumph of hope over experience. Inaugural Lecture of Professor Robert Coe, Durham University, 18 June 2013. Essay version available at http://www.cem.org/attachments/publications/ImprovingEducation2013.pdf Video at https://vimeo.com/70471076

Reageer op dit artikel

avatar

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  Subscribe  
Abonneren op

About Paul Kirschner

Nederlands: Prof. dr. Paul A. Kirschner, dr.h.c. is Universiteishoogleraar en hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit. Hij is ook Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University (Finland) waar hij ook een Eredoctoraat heeft (doctor honoris causa). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied en heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en is lid van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF. Hij is Fellow of the American Educational Research Association (AERA; NB de eerste Europeaan aan wie deze eer werd toegekend), de International Society of the Learning Sciences (ISLS) en van de Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science of the Royal Dutch Academy of Sciences (NIAS-KNAW). Hij was President van de International Society for the Learning Sciences (ISLS) in de periode 2010-2011. Hij is Hoofdredacteur van de Journal of Computer Assisted Learning en Commissioning Editor van Computers in Human Behavior, en hij is auteur van Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum). Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten). Hij is ook medeauteur van het boek Jongens zijn slimmer dan meisjes XL (EN: Urban Myths about Learning and Education). Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), het ontwerpen van innovatieve, elektronische leeromgevingen, mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden. English: Paul A. Kirschner (1951) is Distinguished University Professor and professor of Educational Psychology at the Open University of the Netherlands as well as Visiting Professor of Education with a special emphasis on Learning and Interaction in Teacher Education at the University of Oulu, Finland where he was also honoured with an Honorary Doctorate (doctor honoris causa). He was previously professor of Educational Psychology and Programme Director of the Fostering Effective, Efficient and Enjoyable Learning environments (FEEEL) programme at the Welten Institute, Research Centre for Learning, Teaching and Technology at the Open University of the Netherlands. He is an internationally recognised expert in the fields of educational psychology and instructional design. He is Research Fellow of the American Educational Research Association and the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science. He was President of the International Society for the Learning Sciences (ISLS) in 2010-2011, member of both the ISLS CSCL Board and the Executive Committee of the Society and he is an AERA Research Fellow (the first European to receive this honour). He is currently a member of the Scientific Technical Council of the Foundation for University Computing Facilities (SURF WTR) in the Netherlands and was a member of the Dutch Educational Council and, as such, was advisor to the Minister of Education (2000-2004). He is chief editor of the Journal of Computer Assisted Learning, commissioning editor of Computers in Human Behavior, and has published two very successful books: Ten Steps to Complex Learning (now in its third revised edition and translated/published in Korea and China) and Urban Legends about Learning and Education (also in Dutch, Swedish, and Chinese). He also co-edited two other books (Visualizing Argumentation and What we know about CSCL). His areas of expertise include interaction in learning, collaboration for learning (computer supported collaborative learning), and regulation of learning.

Category

onderwijs

Tags

, , ,