Hier een uitgebreidere versie van mijn blog in het meinummer van Didactief.

Wij weten al heel lang dat het cognitief verwerken van nieuwe informatie leidt tot het leren daarvan. Wij weten ook dat de wijze van verwerking bepaalt hoe goed, voor hoe lang en ook hoe diep je informatie leert. Verwerk je de nieuwe informatie niet, dan leer je gewoon niet. Als je, bijvoorbeeld, in de les bezig bent met je laptop, tablet of smartphone, ben je in je gedachten ergens anders en verwerk je de informatie uit de les niet. Je leert dus niets (tja, wij mensen kunnen niet multitasken). Als je de informatie alleen herhaalt zoals bij woorden of cijfers opdreunen of simpel herlezen of markeren, dan leer je wel iets maar slechts oppervlakkig. Hoewel deze vorm van leren voor sommige dingen heel belangrijk is (denk aan het automatiseren van de rekentafels, het kunnen vervoegen van werkwoorden of het herkennen van scheikundige symbolen) leren wij zo niet echt diep. Tot slot, als wij de informatie in onze hersenen op meerdere manieren coderen, dan leren wij sterk(er) en diep(er). Denk hier aan dubbelloops leren (dual-coding theorie; Paivio) waarbij wij weten dat het goed integreren van woorden en beelden het leren en onthouden bevordert.

Er zijn vele manieren om informatie goed te verwerken en dus om het leren daarvan te bevorderen. Denk aan:

  • het in woorden uitweiden over iets dat je aangeboden krijgt (semantische elaboratie) – hardop of in je hoofd. – Je bedenkt bijvoorbeeld de naam van / beschrijft iets dat je ziet. Je ziet een appel en herhaalt het Franse woord daarvoor– pomme – in je hoofd of je schrijft het op een papier/toetsenbord).
  •  het verbeelden (visualiseren) van iets dat je aangeboden krijgt. Je probeert bijvoorbeeld in je hoofd je in te beelden hoe iets eruit ziet. Je leest het woord pomme en probeert een appel te visualiseren.
  • het uitleggen van iets aan jezelf (self explanation) of aan een ander
  • het maken van een conceptuele afbeelding van iets. Je maakt bijvoorbeeld een concept-map van iets dat je gelezen of gehoord hebt).

In een reeks studies hebben Jeffrey Wammes, Myra Fernandes en Melissa Meade gekeken naar de effecten van het tekenen van iets en hoe dat het herinneren (leren) daarvan beïnvloedt. Wij zeggen dat één beeld duizend woorden waard is, maar geldt dat ook voor leren? Door een reeks vernuftige experimenten uit te voeren over een aantal jaren hebben de onderzoekers gekeken of het tekenen van de aan te leren dingen het herinneren/leren daarvan verbetert en of deze studeerstrategie betrouwbaar en repliceerbaar (herhaalbaar met vergelijkbare resultaten) is: verbetert deze de leerprestaties van leerlingen?

Wammes cum suis ontdekten dat deze techniek kan worden toegepast om het simpele leren van afzonderlijke woorden en afbeeldingen, evenals meer betekenisvolle informatie zoals definities en concepten te verbeteren. In hun onderzoek, dat stap voor stap het werkingsmechanisme blootlegde, hebben zij laten zien dat er meer winst te behalen is met tekenen dan met andere technieken, zoals uitweiding, visualisatie, schrijven van en zelfs overtrekken van te onthouden informatie. Het tekenen van iets werkte beter voor simpele dingen zoals het onthouden van individuele woorden, maar ook van complexere dingen zoals het onthouden van concepten en definities. Het was effectiever dan die woordelijk over te schrijven/herlezen (verbatim) of die in eigen woorden uit te leggen of op te schrijven (parafraseren).

Van Fernandes et a. (2018). The surprisingly powerful influence of drawing on memory

De reden hiervoor is volgens Wammes e collega’s dat je door iets te tekenen drie soorten verwerking integreert, namelijk cognitieve uitweiding, afbeelding en motorische coderen (dat wil zeggen dat als je iets tekent dat ook een motorisch spoor in het hoofd achterlaat), waardoor een contextrijke representatie wordt gecreëerd die het onthouden vergemakkelijkt en verbetert.


Van Fernandez et a. (2018). The surprisingly powerful influence of drawing on memory

Moeten alle leerkrachten hun leerlingen nu alles laten tekenen? Nee. Het betekent wel dat het tekenen van dingen leerlingen kan helpen om beter te leren en dat tekenen het arsenaal van strategieën van de leerkracht dus kan verbreden.

Fernandes, M. A., Wammes, J. D., & Meade, M. E. (2018). The surprisingly powerful influence of drawing on memory. Current Directions in Psychological Science27(5), 302–308. 

Wammes, J. D. (2017). On the mnemonic benefits of drawing [Doctoral dissertation]. Opgehaald via https://uwspace .uwaterloo.ca/bitstream/handle/10012/12114/Wammes_Jeff.pdf?sequence=7

Wammes, J. D., Meade, M. E., & Fernandes, M. A. (2016). The drawing effect: Evidence for reliable and robust memory benefits in free recall. Quarterly Journal of Experimental Psychology, 69, 1752–1776.

Wammes, J. D., Meade, M. E., & Fernandes, M. A. (2017). Learning terms and definitions: Drawing and the role of elaborative encoding. Acta Psychologica, 179, 104–113.

Wammes, J. D., Meade, M. E., & Fernandes, M. A. (2018). Creating a recollection-based memory through drawing. Journal of Experimental Psychology: Learning, Memory, and Cognition, 44, 734–751.

Join the conversation! 1 Comment

  1. […] Bron: …en als je het tekent? | Blogcollectief Onderzoek Onderwijs […]

    Reply

Leave a Reply to …en als je het tekent? | Blogcollectief Onderzoek Onderwijs | Birgit Speulman Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

About Paul Kirschner

Nederlands: Prof. dr. Paul A. Kirschner, dr.h.c. is Universiteishoogleraar en hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit. Hij is ook Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University (Finland) waar hij ook een Eredoctoraat heeft (doctor honoris causa). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied en heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en is lid van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF. Hij is Fellow of the American Educational Research Association (AERA; NB de eerste Europeaan aan wie deze eer werd toegekend), de International Society of the Learning Sciences (ISLS) en van de Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science of the Royal Dutch Academy of Sciences (NIAS-KNAW). Hij was President van de International Society for the Learning Sciences (ISLS) in de periode 2010-2011. Hij is Hoofdredacteur van de Journal of Computer Assisted Learning en Commissioning Editor van Computers in Human Behavior, en hij is auteur van Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum). Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten). Hij is ook medeauteur van het boek Jongens zijn slimmer dan meisjes XL (EN: Urban Myths about Learning and Education). Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), het ontwerpen van innovatieve, elektronische leeromgevingen, mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden. English: Paul A. Kirschner (1951) is Distinguished University Professor and professor of Educational Psychology at the Open University of the Netherlands as well as Visiting Professor of Education with a special emphasis on Learning and Interaction in Teacher Education at the University of Oulu, Finland where he was also honoured with an Honorary Doctorate (doctor honoris causa). He was previously professor of Educational Psychology and Programme Director of the Fostering Effective, Efficient and Enjoyable Learning environments (FEEEL) programme at the Welten Institute, Research Centre for Learning, Teaching and Technology at the Open University of the Netherlands. He is an internationally recognised expert in the fields of educational psychology and instructional design. He is Research Fellow of the American Educational Research Association and the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science. He was President of the International Society for the Learning Sciences (ISLS) in 2010-2011, member of both the ISLS CSCL Board and the Executive Committee of the Society and he is an AERA Research Fellow (the first European to receive this honour). He is currently a member of the Scientific Technical Council of the Foundation for University Computing Facilities (SURF WTR) in the Netherlands and was a member of the Dutch Educational Council and, as such, was advisor to the Minister of Education (2000-2004). He is chief editor of the Journal of Computer Assisted Learning, commissioning editor of Computers in Human Behavior, and has published two very successful books: Ten Steps to Complex Learning (now in its third revised edition and translated/published in Korea and China) and Urban Legends about Learning and Education (also in Dutch, Swedish, and Chinese). He also co-edited two other books (Visualizing Argumentation and What we know about CSCL). His areas of expertise include interaction in learning, collaboration for learning (computer supported collaborative learning), and regulation of learning.

Category

onderwijs

Tags

, , ,