Onlangs zag ik een lezing van een buitenlandse professor die een uur lang pleitte voor meer gebruik van evidentie in onderwijs, maar er was een opvallende manco in haar presentatie. Ze beweerde zeer veel zaken, waarvoor ze echt zelf… geen enkele evidentie aanvoerde.

De presentatie deed me denken aan het boek ‘When can you trust the experts’ van Daniel Willingham dat ik hertaalde naar het Nederlands. Daarin schuift Willingham onder andere de volgende twee belangrijke tips naar voor:

  • Autoriteit is een zwak argument. Het kan je misschien verbazen, maar wetenschappers zijn ook maar mensen, die soms ook gewoon een mening hebben die niet noodzakelijk onderbouwd is. In Juffen zijn Toffer dan Meesters hebben we zo een hele case beschreven (met bronnen) van een Britse professor die ook herhaaldelijk claims deed, wat bij andere wetenschappers leidde tot de vraag ‘where is the evidence’. Zelfs een uitspraak als ‘John Hattie zegt…’ mag je niet ontslaan van kritisch denken.
  • Je negeert beter getuigenissen als deze als aanbeveling gebruikt worden. In de presentatie die ik bijwoonde, zat dan wel geen enkele referentie, er waren wel getuigenissen: mensen die hun mening gaven over een bepaald product. Je mag mijn inziens het vergelijken met dit:

Het is misschien een beetje te straf gesteld, maar als bijvoorbeeld Bill Clinton een bepaald persoonlijkheidsmodel aanprijst, dan is dat evenveel waard als je buurman die dat model zou aanprijzen, gesteld dat die man net zoals Bill geen psycholoog is.

Voor de evidentie achter de voorbeelden, verwijs ik graag naar het meest recente mytheboek waarin we onder andere het model dat Bill Clinton aanprees uitgespit hebben, net als de case van prof. Greenfield en in het laatste hoofdstuk uitleggen waarom ‘Hattie zegt dat…’ soms ook fout kan lopen.