Thomas More collega Astrid Cornelis legt helder uit hoe je kleine kinderen een essentieel wiskundig begrip duidelijk maakt. Zoals wel vaker overtuigt ze ons ook met dit blogbericht dat een stevige wiskundige basis bouwen veel meer is dan werken aan luidop tellen en cijfers herkennen.

De techniek van de één-één relatie geeft kinderen wiskundige vleugels: het is een krachtig instrument om bepaalde rekenbegrippen zoals o.a. ‘evenveel’, ‘meer’, ‘minder’ te leren. Beschikken over een goede rekentaal is cruciaal voor de latere rekenontwikkeling. Bovendien kunnen kleuters met de 1-1 relatie concrete problemen  oplossen die hun actuele getalbegrip nog te boven gaan. Reden genoeg dus om de differentiatiemogelijkheden van de 1-1 relatie op een rijtje te zetten en om stil te staan bij de rekentaal die erbij aan bod komt.

De 1-1 relatie maken

Zorg voor sets materialen die prikkelen, die betekenisvol zijn, die de kinderen zelf hebben verzameld, die fijn aanvoelen, uitdagende materialen in de hoeken… kortom materiaal waar ze graag mee handelen.

De jongste kleuters leggen de 1-1 relatie tussen objecten die echt bij elkaar horen. Bijvoorbeeld:

  • Geef elke knuffel een hoedje.
  • Leg één stukje pizza op elk bord.

Bij de jongste kleuters komen dan ook spontaan de begrippen ‘genoeg’, ‘te veel’, te weinig, ‘er blijven hoedjes over’ aan bod.

Een stap moeilijker is de 1-1 relatie maken tussen willekeurige voorwerpen. Bijvoorbeeld: “Leg bij elke kegel een balletje.”

Hoe nabijer de correspondentie tussen de voorwerpen, hoe eenvoudiger: Opdrachten met ‘in elk één’ of ‘op elk één’ zijn het eenvoudigste omwille van de sterke ruimtelijke nabijheid. Iets moeilijker is het wanneer we voorwerpen op een rij plaatsen en vragen om ‘bij elk één’ of ‘naast elk één’ te leggen.

Het maken van de 1-1 relatie en fijnmotorische vaardigheden kunnen bij jonge kleuters hand in hand gaan wanneer je hen laat handelen met speelpincetten, knijptangen, scheplepels … om in elk potje/vakje/doosje één voorwerp te leggen.

De 1-1 relatie maken kan een hulp zijn om de juiste hoeveelheid te nemen. Bijvoorbeeld:

  • In elk zakje moeten 5 kerstkoekjes. De kinderen die er nog niet in slagen de hoeveelheid zelf te tellen, werken met een kaart ter ondersteuning met 5 stippen: ze leggen op elke stip een kerstkoekje en doen die koekjes in de doos.
  • Bij het ‘steentjesverzamelspel’ met een grote dobbelsteen lukt het voor sommige kleuters nog niet om het getalbeeld te lezen. Zij leggen op elke stip van het gegooide getalbeeld een steentje om de juiste hoeveelheid steentjes te nemen.
  • Winkelspel: In lage doosjes en schaaltjes staat op de bodem getekend hoeveel tomaten, bananen, appels… er in moeten.   Als op de bodem van een schaal 3 bananen staan getekend, kunnen de peuters dit opmerken en op elke afbeelding één banaan leggen.

Vergelijken met de 1-1 verbinding

….

Lees verder op Kleutergewijs

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

About johandewilde

Opleidingshoofd professionele Bacheloropleiding Kleuteronderwijs Odisee (Aalst) breed geïnteresseerd in onderwijskundige thema's, maar bijzonder in startende leraren en informeel leren. werkte voorheen in binnen- en buitenland als leraar, vormingswerker, projectcoördinator en onderwijsadviseur.

Category

kleuters, onderwijs, praktijk, primair onderwjs

Tags

, , ,