27 September 2018

Open de Artikelenkluis

Deze blog van Monique Marreveld en mij is ook op Didactief te lezen.

In een Opiniestuk in Het Parool van afgelopen donderdag (20 september j.l.) stond dat leerkrachten vrije toegang moeten krijgen tot de online databestanden van wetenschappelijke artikelen om hun lessen te verrijken. Daar zijn wij niet tegen. Integendeel. Iedereen zou toegang moeten hebben tot die artikelen, niet op de laatste plaats omdat ze meestal tot stand zijn gekomen met publieke (lees overheids)financiering van het onderzoek en omdat het reviewproces wordt gedaan door mensen (medewetenschappers van de onderzoekers) die aan universiteiten werken en dus ook betaald worden uit publieke middelen. Toch willen wij vier kanttekeningen plaatsen bij de onderliggende aanname, namelijk dat leerkrachten de artikelen zullen lezen en daardoor beter onderwijs zullen geven.

Kanttekening 1: De meeste docenten die wij tegenkomen (we hebben dit niet wetenschappelijk onderzocht dus we kunnen het verkeerd hebben) zullen die, vooral moeilijk geschreven en Engelstalige, artikelen niet lezen. Als we tot nu toe zulke artikelen aan leerkrachten aanbieden, worden zij of niet aangenomen of vragen leraren of er geen Nederlandse vertalingen zijn omdat zij moeite hebben met het lezen en begrijpen van zulk Engels. Het is dan ook niet het Engels dat men misschien in een roman zou lezen, maar specialistische taal met een eigen grammatica en syntaxis. Dit brengt ons naar…

Kanttekening 2: Leerkrachten begrijpen de gebezigde vaktaal (denigrerend kan je ook spreken van vakjargon van de schrijvers) niet. Zij begrijpen de taal niet, niet omdat zij dom zijn, maar omdat zij de broodnodige vakkennis missen om de artikelen te lezen. Die artikelen worden immers geschreven door wetenschappers voor hun vakzusters en -broeders en zij gaan er, dus, van uit dat die kennis gewoon aanwezig is. En ook al zou de inhoud bekend zijn….

Kanttekening 3: Het uitvoeren van onderzoek, maar ook het kunnen beoordelen van de waarde van wat er in een wetenschappelijk artikel staat, vereist kennis van en inzicht in de gebruikte methodologie en statistiek. Het gaat hier om zaken als gebruikmaken van controle condities (en zo welke?), de vergelijkbaarheid tussen de interventie- en controlegroepen, de grootte van de proefpopulaties, de gebruikte toetsen, enzovoorts. Bijvoorbeeld: Mag je een ANOVA of MANOVA gebruiken van een onderzoek naar samenwerkend leren of moet je een multilevel analyse gebruiken en door de nesting van variabelen hoeveel respondenten per level moet je hebben? Vergeef ons dit vakjargon, maar als een lezer deze zin niet begrijpt of een antwoord niet kan geven, kan die ook niet de methodologie doorgronden en niet beoordelen of de resultaten enige geldigheid hebben. Dit brengt ons naar…

Kanttekening 4: Het pleidooi in het Parool begon met een anekdote (ook geen wetenschappelijk bewijs toch?). Over een (1) Engelstalige leerkracht die dus de wetenschappelijke artikelen in haar moedertaal leest (2) die minstens een universitaire bachelor heeft (nodig, bijvoorbeeld in de staat New York voor het verkrijgen van een tijdelijk lesbevoegdheid) en meestal zelfs een masterdiploma in onderwijskunde en/of de discipline waarin zij onderwijs geeft (eis in New York voor een permanent lesbevoegdheid). Dit is net iets hoger dan wat we van leerkrachten in Nederland eisen om les te mogen geven.

Kunnen we dan niets doen om leerkrachten te laten profiteren van wetenschappelijk onderzoek? Ja, wel degelijk. Wat vind je van de eis dat alle wetenschappelijk onderzoek, in ieder geval onderzoek dat gedaan wordt in en gefinancierd door Nederland, voorzien moet worden van een (liefst) Nederlandstalige publieksvriendelijke samenvatting? En dan niet die samenvatting zoals je die aantreft in proefschriften of de abstract voorafgegaan aan een wetenschappelijk artikel, maar een speciaal voor het veld geschreven samenvatting. Zoiets zouden de universiteiten en overheidsfinancierders kunnen eisen! En als die publieksvriendelijke samenvattingen er zijn, kunnen ze worden geplaatst in een open database die iedereen gratis kan raadplegen.

Prof. Dr. Paul A. Kirschner, Open Universiteit en Monique Marreveld, Didactief

Join the conversation! 10 Comments

  1. Ik zou er graag nog een kanttekening aan toe willen voegen. Een wetenschappelijk artikel is naar mijn mening niet bedoeld om de gerapporteerde resultaten onmiddellijk te vertalen in een gebruiks- of publieksvriendelijke toepassing. Daarvoor is het gerapporteerde onderzoek vaak te kleinschalig en bevindt het zich nog in het stadium van ontwikkeling van een wetenschappelijk vakgebied. Zo’n artikel kan snel leiden tot een hype waarvan we na verloop van tijd moeten constateren dat het de zoveelste mythe is. Een wetenschappelijk artikel is bedoeld voor discussie onder vakgenoten. Veeleer verdient het aanbeveling om het werkveld (docenten en andere belanghebbenden) te bedienen met bewezen uitkomsten, bijvoorbeeld via meta-analyses of research syntheses. En deze uitkomsten te benutten in ontwerpgericht onderzoek, waarin een gedegen probleemanalyse voorafgaat aan de bepaling van de werkwijze om vervolgens een interventie daarop te baseren. Naar mijn mening heeft het onderwijs (en vooral de docenten) daar echt wat aan. Een taak voor NRO?

    Reply
  2. Laten we alsjeblieft ervoor blijven pleiten dat ook de wetenschappelijke originelen in een gratis database geplaatst worden. Daar mogen van mij best die samenvattingen in Jip-en-Janneke-taal naast gezet worden. Er zijn gelukkig nog steeds leerkrachten met een academische graad (zowel in PO als VO), die wel in staat zijn om artikelen op hoger niveau te lezen, die daar ook interesse in hebben en die nu ergerlijk vaak stuiten op die betaalmuur.

    Reply
    • Beste Drs. Ballast

      Als je een artikel écht wil lezen (en in afwachting van de gratis database), kan je altijd met een vriendelijk mailtje een bewust artikel opvragen aan de (eerste) auteur. Werkt wat mij betreft meestal vrij goed.

      bv.

      Dear Dr. X

      I am a teacher interested in the influence of…

      Therefore it will be much appreciated if you will send me a complimentary copy of the following article:
      X (2017) The influence of X, Journal of X sciences

      Any other relevant papers are welcome as well. Many thanks in advance.

      Eens proberen?

      Reply
  3. Nog een factor: waar haal ik als leraar de tijd vandaan om wetenschappelijke artikelen te vinden en te lezen. Heel graag publieksvriendelijke samenvattingen!

    https://doctorgaz.wordpress.com/2016/12/29/academics-dont-even-read-education-research-teachers/

    Reply
  4. Ik geef les op een hogeschool aan masterstudenten en bachelorstudenten. Het zijn voltijdstudenten van het mbo en het vo en volwassen deeltijdstudenten vaak met jaren ervaring. Veel studenten hebben al een academische graad of hebben onderzoek gedaan. Er is een enorme variatie in niveau onder deze docenten. Natuurlijk is er een groep die moeite heeft met statistiek of Engels, of met onderzoek en wetenschap in het algemeen. Maar er is ook een substatiële groep die het niveau makkelijk aan kan. Er zijn zelfs studenten die u nog iets kunnen leren op wetenschappelijk terrein. Kortom de notie hierboven zie ik vooral als misplaatste angst van een beroepsgroep die vanuit een ivoren over de wereld nadenkt. Dat is kenmerkend voor het onderwijs. Hierarchisch denken. Jammer, want dit is vooral een gemiste kans en de ontkenning van het vak onderwijskunde. Het idee dat mensen kunnen leren van elkaar.

    Reply
    • Tja, ik betwijfel zeer dat er een substatiële groep “studenten van het mbo en het vo en volwassen deeltijdstudenten vaak met jaren ervaring” die het niveau van een artikel in Journal of Educational Psychology of Cognitive Science “makkelijk aan kan”.

      Reply
  5. Helemaal mee eens. Ik spreek veel leerkrachten in het PO (ik school ze nl en ben zelf ook leerkracht geweest) en zij zijn inderdaad niet bij machte een wetenschappelijk artikel in het Engels te lezen.
    En naast de Jip en Janneke-samenvatting moet je ook het origineel vrij toegankelijk maken, zoals mw Ballast hieronder bepleit. Het algemene probleem dat je aankaart is de kloof tussen wetenschap en wat er in de klas gebeurt. Die is en blijft onverminderd groot. Wat is daar aan te doen? Allereerst hogere opleidingseisen aan leerkrachten en directies in het PO stellen, en ten tweede moeten wetenschappers zich bezig gaan houden met onderwijsontwikkeling. Ik begin met het eerste punt. Omdat niemand (uitzonderingen daargelaten) in het PO universitair geschoold is zijn leerkrachten en directies overgeleverd aan de ‘kennis’ van onderwijsadviesbureaus. Die kennis is vaak kwakzalverij en ambitieuze directeuren ‘die hun school op de kaart willen zetten’ zijn daar nogal eens gevoelig voor.
    Een voorbeeld? Google ‘onderwijs anders’ (van het KPC) en lees en huiver. Veel van deze educatieve kwakzalverij wordt overigens ‘in de markt gezet’ door onderwijskundigen, die -omdat ze zich te goed voelen om voor de klas te gaan staan- op onderwijsadviesbureaus gaan werken. Directies en leerkrachten zijn een willige prooi voor al deze ‘deskundigen’ en dat leidt zelden tot beter onderwijs maar vaak tot frustratie bij leerkrachten die door hun directies met dit soort ‘verbeteringen’ opgescheept worden. Veel leerkrachten wantrouwen wetenschap en ik kan ze helaas geen ongelijk geven.
    Dan het tweede punt: wetenschappers ontwikkelen geen onderwijs. Veel wetenschappers werken in meer of minder comfortabele baantjes en hebben geen idee van wat zich in de klassen en in de hoofden van leerkrachten afspeelt. Ze onderzoeken bv of een bepaalde interventie wel of niet werkt en waarom. Leerkrachten hebben niets aan die wetenschap. Die wetenschap moet nl eerst in onderwijs worden omgezet en dáár hebben leerkrachten dan wat aan. Sterker: daar zijn ze dolblij mee. Ik weet waarover ik het heb, want wetenschap omzetten in onderwijs is het grootste deel van mijn werk.
    Leerkrachten weten heel goed dat de methodes waarmee ze moeten werken niet deugen: dat ervaren ze dagelijks in de klas. Ze willen heel graag wat anders, maar de wetenschap doet wat dit betreft bitter weinig voor ze. Het wordt tijd dat de (onderwijs)wetenschap wat dit betreft eens gaat leveren. Ga kijken op de werkvloer, en zet je wetenschappelijke kennis en creativiteit in voor het ontwikkelen van goed onderwijs. En dan nog een laatste punt. Statistische kennis is niet het belangrijkste voor goed onderzoek. Het stellen van de juiste vragen en het bedenken van goede interventies is veel belangrijker. Daar schort het in veel onderzoeken aan. En ook dat komt omdat wetenschappers veel te weinig kijken op de werkvloer en slecht op de hoogte zijn van wat er in het onderwijs gebeurt.

    Reply
  6. Punt wat gemist wordt is de aspiratie en de ambitie die er uitspreekt. Wat voor beroep wil je?

    En wat betreft het Voortgezet Onderwijs gaat het ook om vakliteratuur uit eigen en aanverwante disciplines. In mijn geval geschiedenis, politicologie, sociologie, politieke economie, internationale betrekkingen, etc. Er wordt van mij verwacht dat ik bijblijf. Wat ik ook doe overigens.

    En wat betreft “onderwijskunde” zijn er ook genoeg gebieden, ook uit eerder genoemde disciplines die ik vaak lees en waar ik behoefte aan heb om daar gemakkelijk toegang tot te krijgen. Daar kan ik in de meeste gevallen heel goed mee overweg. Sterker het was een voorwaarde om mijn graad te halen….

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

About Paul Kirschner

Nederlands: Prof. dr. Paul A. Kirschner, dr.h.c. is Universiteishoogleraar en hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit. Hij is ook Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University (Finland) waar hij ook een Eredoctoraat heeft (doctor honoris causa). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied en heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en is lid van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF. Hij is Fellow of the American Educational Research Association (AERA; NB de eerste Europeaan aan wie deze eer werd toegekend), de International Society of the Learning Sciences (ISLS) en van de Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science of the Royal Dutch Academy of Sciences (NIAS-KNAW). Hij was President van de International Society for the Learning Sciences (ISLS) in de periode 2010-2011. Hij is Hoofdredacteur van de Journal of Computer Assisted Learning en Commissioning Editor van Computers in Human Behavior, en hij is auteur van Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum). Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten). Hij is ook medeauteur van het boek Jongens zijn slimmer dan meisjes XL (EN: Urban Myths about Learning and Education). Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), het ontwerpen van innovatieve, elektronische leeromgevingen, mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden. English: Paul A. Kirschner (1951) is Distinguished University Professor and professor of Educational Psychology at the Open University of the Netherlands as well as Visiting Professor of Education with a special emphasis on Learning and Interaction in Teacher Education at the University of Oulu, Finland where he was also honoured with an Honorary Doctorate (doctor honoris causa). He was previously professor of Educational Psychology and Programme Director of the Fostering Effective, Efficient and Enjoyable Learning environments (FEEEL) programme at the Welten Institute, Research Centre for Learning, Teaching and Technology at the Open University of the Netherlands. He is an internationally recognised expert in the fields of educational psychology and instructional design. He is Research Fellow of the American Educational Research Association and the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science. He was President of the International Society for the Learning Sciences (ISLS) in 2010-2011, member of both the ISLS CSCL Board and the Executive Committee of the Society and he is an AERA Research Fellow (the first European to receive this honour). He is currently a member of the Scientific Technical Council of the Foundation for University Computing Facilities (SURF WTR) in the Netherlands and was a member of the Dutch Educational Council and, as such, was advisor to the Minister of Education (2000-2004). He is chief editor of the Journal of Computer Assisted Learning, commissioning editor of Computers in Human Behavior, and has published two very successful books: Ten Steps to Complex Learning (now in its third revised edition and translated/published in Korea and China) and Urban Legends about Learning and Education (also in Dutch, Swedish, and Chinese). He also co-edited two other books (Visualizing Argumentation and What we know about CSCL). His areas of expertise include interaction in learning, collaboration for learning (computer supported collaborative learning), and regulation of learning.

Category

English, onderzoek

Tags

, , ,