21 July 2018

Deltaplan onderwijs

Deze blogpost verscheen eerder op Droog’s leren delen.

Deltawerken VVV Zeeland 15b455ee355a3e7fd56294f79ec948922a3e0bf9

Bij het verzamelen van de suggesties om het lerarentekort op te lossen wees Rienkje van der Eijnden, directeur van basisschool De Zuiderzee bij ABSA, mij op haar Deltaplan basisonderwijs. Zij schreef dit op 1 december 2017 op LinkedInen ik neem het hier graag integraal over om er extra de aandacht op te vestigen. Rienkje schrijft als toelichting:

“Ik geloof in duurzame oplossingen. Voor de korte termijn zullen we noodmaatregelen in moeten zetten. Stap 1 is dat we onderwijs weer echt belangrijk gaan vinden.”

Help mee het Nederlandse basisonderwijs te redden

De nood in het basisonderwijs is hoog. Het toenemende tekort aan leerkrachten heeft grote impact op de kwaliteit. Nog even en dit is onomkeerbaar…

Minister Slob laat weten dat hij ‘de werkvloer’ nodig heeft om te weten wat echt nodig is in het basisonderwijs en om met goede plannen te kunnen komen. Laten we daarom met elkaar dit Deltaplan maken. Ik geef hier de voorzet. Laat weten wat goede ideeën zijn en welke voor verbetering vatbaar zijn (graag met verbetersuggestie). Aanvullingen zijn uiteraard ook welkom.

I – Ideeën die geld kosten, maar die absolute noodzaak zijn

1.   We zien goed onderwijs als investering en niet als kostenpost
·        Uitgangspunt in onderwijsbeleid en politieke keuzes wordt het inzicht dat goed onderwijs de basis is van ons maatschappelijk succes (bruto nationaal geluk) en onze kennismaatschappij (bruto nationaal product).

2.   We maken werken in het basisonderwijs aantrekkelijk
·        Met een eerlijk salaris (tenminste gelijk aan VO, liefst marktconform)
·        Met voldoende tijd om het werk dat gedaan moet worden ook echt te kunnen doen

3.   We zorgen dat de randvoorwaarden in orde zijn
·        De financiering van gebouwen, verwarming, water, licht enz. wordt kostendekkend.
·        Binnen een schoolgebouw geldt ARBO wetgeving (oppervlakte, temperatuur etc.) ook voor de kinderen en de uitvoering daarvan wordt financieel mogelijk gemaakt.
·        Elke school heeft basale ondersteuning in de vorm van een conciërge en een administratieve kracht.
·        Een klas heeft een menselijke maat – maximaal 24 kinderen op één leerkracht.
·        Elke klas heeft een onderwijsassistent om extra ondersteuning te kunnen bieden.
·        Elke school heeft een ‘extra’ leerkracht die kortdurend verzuim kan vervangen.

4.   Bij ‘beleid’ komen ook de middelen mee om het beleid mogelijk te maken
Bijvoorbeeld:
·        Als de groepsleerkracht niet meer bevoegd is om bewegingsonderwijs te geven, wordt er een vakleerkracht bekostigd.
·        Als er drie uur gym gegeven moet worden, komt er ook een gymzaal om dat te doen.
·        Als er een anti-pestcoördinator moet komen, komen er ook uren voor deze taak.
·        Enz. enz.

II – Ideeën die geen (onderwijs)geld kosten en noodzakelijk zijn

5.   Het ministerie wordt  beleidsarm
·        Geen ‘detailbeleid’ uit Den Haag (Volkslied, museumbezoek, gymuren, …)
·        De grote lijn blijft in tact voor langer dan de ‘politieke vier jaar’
·        Sturende subsidies (met alle overhead en ineffectiviteit van dien) verdwijnen en worden vervangen door structureel geld voor ontwikkeling en verbetering op schoolniveau.

6.   De overheid ziet de leerkracht als deskundige professional
·        Er wordt gepraat met leerkrachten in plaats van over leerkrachten; we stoppen met het financieren van het oerwoud aan ‘deskundige clubjes en organen’ en zorgen dat er één advies- en gesprekspartner voor het ministerie komt dat bestaat uit leerkrachten zelf.
·        We laten leerkrachten / scholen zelf bepalen waar zij extra deskundigheid nodig hebben en bij wie zij dat willen halen.

7.   De school vormt de basis
·        Financiën komen rechtstreeks bij de school terecht. De school kan zich aansluiten bij een scholengroep als dat winst oplevert en een afdracht doen aan de scholengroep. Het is mogelijk om van scholengroep te veranderen wanneer dat beter past bij de behoeften van de school.

8.   Niet ieder maatschappelijk probleem wordt op het bordje van de school gelegd
·        We laten de verantwoordelijkheid die bij ouders hoort bij ouders (verkeersopvoeding, gezond eetgedrag, …).
·        We maken heldere keuzes over wat bij de kerntaak van de school hoort en laten de school vervolgens de verantwoordelijkheid nemen om die kerntaak ook uit te voeren.
·        We zorgen dat er naast de school ook ‘anderen’ zijn (jeugdwerk, opvang, verenigingen) die bijdragen aan de opvoeding van de volgende generatie.

9.   We vieren onze successen
·        Zowel intern als extern communiceren we vooral over wat er goed gaat in het Nederlandse basisonderwijs en over wat ons vak zo mooi maakt
·        We nemen daarin een voorbeeld aan andere landen
·        We beïnvloeden zo media en overheid om hetzelfde te gaan doe
·        We maken onszelf daarmee een aantrekkelijke sector

III – ideeën die nodig zijn of die geld opleveren, maar waarvoor heilige huisjes omver moeten

10. We zorgen voor wetgeving die het mogelijk maakt dat er alleen goede leerkrachten voor de klas staan
·        Er komt een proeftijd van een half jaar. Binnen de proeftijd kan er ‘probleemloos’ afscheid genomen worden. (Dus zonder verplichting tot het betalen van de eventuele uitkering.)
·        Het wordt eenvoudiger om bij disfunctioneren of mindere geschiktheid afscheid te nemen of over te gaan tot een demotie naar onderwijsassistent.
·        We maken werken in het onderwijs weer aantrekkelijk.

11. We heffen het verschil (in financiering en wetgeving) tussen openbaar en bijzonder onderwijs op
·        Verschillen tussen scholen en vrije schoolkeuze blijft, maar kan ook gebaseerd zijn op visie en methode (concept) in plaats van op godsdienst
·        Scholen kunnen van ‘kleur’ veranderen als dat beter aansluit bij de huidige populatie en de wensen van de ouders
·        In nieuwe wijken komt niet langer één openbare, één christelijke en één katholieke school, maar een diversiteit aan scholen die past bij de populatie en de wensen van de ouders.

12. We brengen het aantal lesuren terug naar 800 per jaar
·        Schooldagen van 5x 4 uur worden dan mogelijk. Dit lost het ‘pauze probleem’ op en zorgt ervoor dat een 8-urige werkdag voor de leerkracht reëel is.
[NB – voor de VO-ers –  in het basisonderwijs is een lesuur gelijk aan een klokuur.]
·        We maken helder keuzes ten aanzien van de kerntaak en laten andere zaken over aan anderen (ouders, jeugdwerk, verenigingen)

13. We heffen te kleine scholen op of laten deze fuseren
·        Een kleine school is duur.

14. We maken het geven van thuisonderwijs mogelijk

15. Andere vakanties
·        Flexibel (voor zowel kinderen als leerkrachten) of beter verdeeld over het jaar
·        Met een kortere zomervakantie

16. We nemen afscheid van het lopende band model
·        Het is mogelijk om korter of langer dan 8 jaar over de basisschool te doen, afhankelijk van de tijd die een kind nodig heeft om doelen te halen
·        We laten het leerstofjaarklassenmodel los en gaan uit van doelen en onderwijsbehoeften
·        We toetsen formatief in plaats van normatief

 

Join the conversation! 2 Comments

  1. Tot 3 mee eens, allemaal goede ideeën om nijpende problemen op te lossen. Bij nummer 3 haakte ik helaas af. Ik ga natuurlijk niet vragen om sneller ontslag voor startende leerkrachten en na een wissel van werkgever. De positie van leerkracht is al zo kwetsbaar. Verder ben ik het er in grote lijnen redelijk mee eens.

    Reply
  2. En wat doen we met de kinderen die op speciaal onderwijs zitten? Die vergeten we maar even? Of passen die niet in het plaatje? Is het niet zo dat de leerkrachten die daar werken in de ” Champions League” beter beloond zouden moeten worden?

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Category

onderwijs