Een poosje terug (30-8-12) heb ik op deze plaats de vloer aangeveegd met een scriptie uit de Universiteit Antwerpen waarvan de auteur beweerde dat kleinere klassen niet tot betere onderwijsprestaties leiden omdat dit geenszins uit haar onderzoek volgde. Ik heb de scriptschrijver en haar ‘promotor’ herhaaldelijk op die bijdrage gewezen, net als de redactie van De Morgen die dit bericht klakkeloos overnam. Nul reactie. Tja, zo kun je ook omgaan met kritiek, al diskwalificeert de Universiteit Antwerpen zich hiermee deerlijk. (De Morgen ook, maar minder, want die heeft geen wetenschappelijke pretenties; bovendien wordt men vanzelf gestraft door weglopende abonnees die hun vertrouwen opzeggen.)

Maar het is nog erger nu ik heb gemerkt hoe hoog de munitie voor scriptschrijver de Bondt en ‘promotor’ prof. dr. S. De Maeyer ligt opgetast. Daar kwam ik achter dankzij het recente verschijnen van “Wetenschap is ook maar een mening. Harde feiten bij 25 politieke kwesties” van Den Hond, Rispens & Vermeer. In het hoofdstukje ‘Verkleinen van klassen verbetert leerprestaties’ betoogt de filosoof Thijs Menting dat deze stelling onwaarschijnlijk is. Hij wijst op een rapport van het CPB uit 2011 en op een grote studie van het Groningse Instituut voor Onderwijs (GIOP). Hij parafraseert deze passage uit het CPB-rapport (p. 35):

Vaak wordt gedacht dat het verkleinen van klassen bijdraagt aan de prestaties van leerlingen omdat een leraar meer tijd beschikbaar heeft per leerling. Dit effect is echter niet vanzelfsprekend, omdat verschillende mechanismen zich kunnen voordoen in een grote of kleine klas. Zo heeft een leerling in een grotere klas een grotere kans een medeleerling te treffen waarvan hij/zij veel kan leren. Ook is het mogelijk dat de leraar zijn gedrag niet verandert in een kleinere klas of zelfs minder effectief gaat werken in een kleinere klas door te kiezen voor een andere verhouding tussen individuele en klassikale aanpakken. Daarnaast leidt het verkleinen van klassen tot een grotere vraag naar leraren waardoor er meer onervaren docenten voor de klas komen hetgeen de kwaliteit negatief kan beïnvloeden. In hoeverre deze mogelijke mechanismen daadwerkelijk van belang zijn is niet bekend. Het betekent echter wel dat het effect van het verkleinen of vergroten van klassen op voorhand niet duidelijk is.

Op p. 36 van het CPB-rapport worden tien studies genoemd: drie vinden geen effecten, vijf kleine en twee wat grotere met een maximum van 0,035 standaarddeviatie. Vraag: wie kent een goede overzichtsstudie of liever nog een statistische meta-analyse naar de bulk van recent onderzoek hiernaar? Indien dat niet te vinden is, wordt de vraag: wie heeft zin om deze onderzoeken en ook dat van het GIOP op methodologische kwaliteit te beoordelen; we kunnen de studies onderling verdelen.

Waar ik – zie de genoemde blogpost – vooral op zou letten is omgekeerde causaliteit (mechanismen die ertoe leiden dat kleinere klassen ‘moeilijker’ leerlingen bevatten) en welke interveniërende variabelen in aanmerking zijn genomen (o.m. schoolklimaat, sociale controle, overeenstemming cultuur thuis/op school en de invloed van lawaai). Mijns inziens is het, gezien de complexiteit van de onderwijssituatie, praktisch gesproken onmogelijk alle relevante interveniërende variabelen te verdisconteren. Daarom volstaat quasi-experimenteel onderzoek hier naar mijn mening dan ook niet. Het noodzakelijke experimentele onderzoek hiernaar is echter zeldzaam. Veelzeggend lijkt me dat wíe het heeft gedaan tot (wat) grotere positieve effecten voor kleinere klassen komt. In dit verband wordt Krueger (1999) vaak genoemd die effecten vond van tussen de 0,013 en 0,025 SD. Waarschijnlijk is het nog het best om een review (of meta-analyse) te beperken tot echt experimenteel onderzoek. Zo kunnen we tot – natuurlijk altijd voorlopig – ‘definitief’ uitsluitsel komen over deze prangende vraag.

Oproep

Mijn oproep luidt intussen als volgt:

Wie kent een goeie en recente review, liefst statistische meta-analyse, van experimenteel onderzoek naar de relatie klassengrootte–leerprestatie? Zo niemand: wie heeft er zin in die te maken en wie om die persoon of personen te helpen materiaal te vinden?
Indien twee maal nee: wie kent een review van recent onderzoek hiernaar, ongeacht of het experimenteel is of niet, dan wel is – subsidiair – bereid hieraan met anderen te werken?

Flip Schrameijer

8
Reageer op dit artikel

avatar
7 Comment threads
1 Thread replies
0 Volgers
 
Most reacted comment
Hottest comment thread
7 Comment authors
Dick van der WaterenPiet van der BentSamBrendawillem smit Recent comment authors

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  Subscribe  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Piet van der Bent
Gast
Piet van der Bent

Natuurlijk gaat door een kleinere groepsgrootte de kwaliteit vooruit,maar het is vooral heilzaam en motiverend voor de vooral met werkdruk belaste basisschoolleraar.Door meer rust en kalmte in de groep( helaas wijst alles op een toename van nog meer storende elementen in de groep) minder agressief gedrag,minder pesten,kleine groepen geven met de juiste leerkracht rust,creëren automatisch haast een pedagogisch klimaat waarin iedereen opbloeit.Motivatie komt weer van binnen uit en dat wekt bij de leraar excellent onderwijs geven op.

Dick van der Wateren
Gast

Ik vrees dat onze vrienden van het onderzoek precies die dingen onderschatten of zelfs negeren. Dan wreekt zich toch echt het ontbreken van de eigen ervaring in een klas. In Hattie’s studie van 83 miljoen deelnemers worden docenten en leerlingen gereduceerd tot datapunten. De werkelijke situatie is oneindig gecompliceerder. Misschien zullen onderzoekers dit gelul vinden van iemand die niets snapt van wetenschappelijk onderzoek (haha!). Dat zij dan maar zo.

Sam
Gast
Sam

Ik zit niet zo diep in deze onderzoeksstof als de heer Schramijer. Wel heb ik zelf het gevoel dat de klassegrootte ertoe doet. Ik denk namelijk dat je pedagogische band met kleinere klassen beter is, omdat de individuele aandacht per leerling groter is. Dit bevorderd denk ik de leerprestaties. Veel onderzoek lijkt de andere richting uit te wijzen en dat zou iemand kunnen laten twijfelen aan zijn eigen buikgevoel. Daarentegen hebben mijn buikgevoelens mij mijn hele leven niet in de steek gelaten. Ik ben dan ook benieuwd wat voor een resultaten dit onderzoek zou opleveren. Daarom zou ik het fijn… Lees verder »

Brenda
Gast
Brenda

Op http://portal.ou.nl/documents/77124/5c94b97d-087d-40c2-821c-e23c50d9e891 wordt ook een onderzoek uit 2011 aangehaald over klassegrootte. Wel een effect.

willem smit
Gast
willem smit

Beste Flip Schrameijer Je zult het Project Star in Tennessee wel kennen, I presume? Dat is goed onderzoek dat in het voordeel van kleine klassen uitpakt. Uit een follow-up onderzoek bleek dat de effecten niet meteen verdwenen. Het is niet heel recent en ook geen meta-analyse, over dat laatste zou ik niet inzitten. Jammer genoeg heb ik voor de andere door jou genoemde acties geen tijd, wel belangstelling. Referenties vind je in: Educational Evaluation and Policy Analysis Summer 1999, Vol. 21, No. 2, pp. 127-142 The Long-Term Effects of Small Classes: A Five-Year Follow-Up of the Tennessee Class Size Experiment… Lees verder »

Pedro
Auteur

Ik ga minder langs je punt heen dan je denkt. Zelfs als je de meest geciteerde onderzoeken bekijkt, is er wel consensus over een bestaand effect, maar voegt men er snel aan toe dat er andere zaken groter effect hebben. De 3 longitudinale onderzoeken zijn inderdaad niet experimentieel, dit is quasi onmogelijk en je kan er zeker ook ethische bedenkingen bij hebben. Als je het Zweedse onderzoek zal lezen, zul je merken dat er in het voorbeeld hiervoor terdege correcties inzaten. Het positieve effect op later loon was inderdaad groter bij kinderen uit gezinnen met een hogere SES (niet onlogisch… Lees verder »

Pedro
Auteur

Er bestaat wel degelijk vrij veel onderzoek maar dergelijk onderzoek is niet eenvoudig omdat het feit of een kind al dan niet in een andere klas zit, vaak samengaat met andere factoren (bijvoorbeeld SES, bepaalde methodekeuzes, platteland versus stad,…). De consensus lijkt dat er wel degelijk effect is, maar dat de invloed van bvb de invloed van de kwaliteit van leerkracht een pak groter is. (zie hiervoor ook het interview met Schleider in de New York Times over het onderwerp, http://www.nytimes.com/2012/11/12/world/europe/12iht-educlede12.html?partner=rss&emc=rss&_r=0). Er zijn bij mijn weten 3 grote longitudinale studies die veel van de klippen hebben genomen die ik net… Lees verder »

About Flip Schrameijer

Dr. Flip Schrameijer is een onafhankelijk onderzoeker en schrijver op het terrein van de geestelijke gezondheidszorg en de jeugdzorg, waaronder autisme en architectuur.

Category

evidence-based, klasgrootte, onderwijs, onderzoek

Tags