Een veel gehoorde klacht met betrekking tot onderwijsonderzoek, is de gebrekkige of zelfs ontbrekende relatie met de onderwijspraktijk. Onderzoekers onderzoeken dingen die alleen zij interessant vinden en die niet spelen in de praktijk. Daarnaast gebeurt het vaak dat onderzoeksresultaten geen weg vinden naar de praktijk omdat ze voornamelijk gepubliceerd worden in wetenschappelijke tijdschriften.
Gelukkig is het niet allemaal kommer en kwel en zien we ook een trend die praktijkgericht onderzoek heet. Onderzoek voor en vaak ook door de praktijk. Sinds 2004 mag ik me hier ook met veel plezier mee bezig houden. In deze posts (ik vrees dat het een serie wordt)  wil ik mijn ervaringen als onderzoeker met u delen.  Ik zal niet pretenderen objectief te zijn 🙂

Ik vind het eigenlijk elke keer weer doodeng. Met mijn goede bedoelingen om het onderwijs te innoveren, verbeteren en docenten te helpen, een school in stappen, en docenten proberen te enthousiasmeren om de uitdaging met me aan te gaan.
Zo’n eerste bijeenkomst voel ik me altijd als in het hol van de leeuw. Het beeld dat docenten vaak hebben van onderzoekers is negatief:  niet willen luisteren, geen idee hebben wat er speelt in de praktijk, opdringen van veranderingen.  Ik moet zeggen, in de meeste gevallen heb ik het ook verkeerd aangepakt.
Want ik heb contact gezocht met de schoolleiding, aangegeven waar ik onderzoek naar doe, wat ik zou willen bekijken en, belangrijk, wat ik van de school vraag en wat het hen oplevert. Over het algemeen lukt het me om een akkoord te krijgen van de directie. Die directie gaat dan op zoek naar de door mij gevraagde enthousiaste groep docenten die in een ontwerpteam samen met mij onderwijs willen (her)ontwerpen.
Soms gebeurt het dan dat de teamleden een ander beeld hebben bij wat precies de bedoeling is, of welk onderwerp centraal staat, of niet vrijwillig deeluitmaken van het team.  Leerpunt voor mij: niet alleen via de schoolleider communiceren, maar proberen docenten zelf te spreken. Zodat voor we beginnen duidelijk is dat we dezelfde ideeën hebben.

Gelukkig heb ik gemerkt dat tijdens zo’n proces beide partijen naar elkaar toegroeien en elkaars standpunten waarderen. De gesprekken over onderwijs, het nadenken over onderwijs, het ontwerpen van onderwijs motiveert docenten enorm. Dat ik er dan nog onderzoek aan koppel, is dan opeens niet zo erg meer. Vaak voelt het voor hen ook niet als onderzoek.
Na zo’n traject hoop ik altijd dat het negatieve imago van onderzoek weer een tijdje van tafel is en docenten misschien zelfs zeggen: aan zo’n onderzoek, zou ik nog wel eens mee willen doen! Het allerliefst zie ik dan, dat ze zelf een vraag hebben en besluiten daar mee aan de slag te gaan. Als ik daar dan nog eens bij zou mogen helpen…. heel graag!

In een volgende post ga ik graag in op het proces achter ontwerpteams en waarom ik denk dat dit onderzoek op veel punten een antwoord geeft op veel gehoorde klachten over onderwijsonderzoek.

5
Reageer op dit artikel

avatar
5 Comment threads
0 Thread replies
0 Volgers
 
Most reacted comment
Hottest comment thread
4 Comment authors
Drs. Henk BoonstraamberwalravenGerard KoolstraDick van der Wateren Recent comment authors

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  Subscribe  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Drs. Henk Boonstra
Gast

Zeer interessant onderwerp. Als onderzoeker en begeleider heb ik me er veelvuldig aan geërgerd. Neem de Commissie Evaluatie Basisonderwijs destijds, die vaststelde dat allochtone leerlingen groep 1 binnenkomen met gemiddeld een achterstand met taal van 2 jaar. Dat spreek ik niet tegen, maar…. zij vinden dat de leraren van groep 1 en 2 dat in die eveneens 2 schooljaren moeten inhalen! De leraar van groep 3 moet leerlingen hebben die volledig “klaar” zijn om met de 3 basisvaardigheden te beginnen, aldus het CEB. Ik moest deze hooggeleerden uitleggen dat die leerlingen dan een prestatie moeten leveren van twéémaal die van… Lees verder »

Gerard Koolstra
Gast

Op sommige onderzoeksinstituten wordt gestimuleerd dat medewerkers ook een paar dagen ‘voor’de klas staan. In de praktijk betekent dit dat vooral ook onder docenten wordt geworven. Dit soort “dubbelfuncties maakt een boel zaken veel eenvoudiger”. Hoe sta jij hier tegenover ?

Dick van der Wateren
Gast

Hallo Amber. Heel dapper dat je durft aan te geven dat je het in veel gevallen (toch niet de meeste, mag ik aannemen?) verkeerd hebt aangepakt. Zoals ik er van de andere kant tegenaan kijk, heeft het mijn voorkeur – en die van mijn collegadocenten – als onderzoekers samen met ons een onderzoeksvraag bedenken. Dat heeft voor jou als onderzoeker het voordeel dat je maximaal gemotiveerde docenten in je team hebt en voor docenten dat er iets wordt onderzocht waar ze in de praktijk wat mee kunnen. Ik kan me heel goed voorstellen dat je als onderzoeker je eigen vragen… Lees verder »

About amberwalraven

I am an educational researcher with a pasion for ICT, information and media literacy, integrating technology in school, mobile learning, Ipads and so on and so on. Most of my research is done together with teachers and involves designing, implementing and evaluating educational innovations. After my PhD (on integrating information skills in education), I worked as an assistant professor at the University of Twente. I recently started working at the ITS Radboud University Nijmegen as a senior researcher.

Category

onderwijs, onderzoek, praktijk