Archief

Auteursarchief:

Door Frans Droog

Deze blogpost is eerder verschenen op Droog’s leren delen.

De resultaten van een grootschalig onderzoek dat recent is gepubliceerd in het online tijdschrift PLOS ONE laten overduidelijk zien dat er een verschil is tussen de prestaties van jongens en meisjes wanneer er wordt gekeken naar wiskunde en lezen.

Sex Differences in Mathematics and Reading Achievement Are Inversely Related: Within- and Across-Nation Assessment of 10 Years of PISA Data

De naar het Nederlands vertaalde samenvatting:

Wij hebben een decennium aan data verzameld door het ‘Program for International Student Assessment” (PISA) geanalyseerd, hierbij inbegrepen de wiskundige en leesvaardigheden van bijna 1,5 miljoen 15 jarigen in 75 landen. Over alle landen gemiddeld scoorden jongens hoger dan meisjes in wiskunde maar lager dan meisjes in lezen. Het verschil tussen de seksen was drie keer zo hoog bij lezen dan bij wiskunde.

Er was aanzienlijke variatie in het verschil tussen de seksen tussen verschillende landen. Er zijn landen waar er geen sekseverschil is bij wiskunde en in sommige landen scoren meisjes hoger. Jongens scoorden lager in alle landen in alle vier de PISA onderzoeken bij lezen (2000, 2003, 2006, 2009).

Paradoxaal genoeg waren verschillen tussen de jongens en meisjes bij wiskunde consistent en sterk invers gerelateerd aan de verschillen tussen jongens en meisjes bij lezen. Landen met een kleiner verschil tussen de seksen bij wiskunde hadden een groter verschil tussen de seksen bij lezen, en vice versa. Dit effect trad niet alleen bij het vergelijken van landen maar ook bij het vergelijken binnen landen. Dit effect is gerelateerd aan de relatieve veranderingen van de sekseverschillen binnen het spectrum aan resultaten. Wij vonden geen sekseverschillen bij wiskunde tussen de minst presterende leerlingen maar hier was het sekseverschil bij lezen het grootst. In tegenstelling hiermee waren de verschillen tussen jongens en meisjes bij wiskunde het grootst bij de best presterende leerlingen en waren hier de sekseverschillen bij lezen het kleinst.

De implicatie is, dat als beleidsmakers beslissen dat veranderingen in de bestaande verschillen tussen jongens en meisjes gewenst zijn, verschillende aanpakken nodig zijn om dit aan te pakken voor wiskunde en lezen. Ingrepen die gericht zijn op hoog presterende meisjes bij wiskunde en op laag presterende jongens bij lezen zullen waarschijnlijk de grootste educatieve winst opleveren.

Jongens en meisjes verschillen in prestaties bij wiskunde en lezen.

En nu niet meer zeggen dat het niet zo is! :)

Maar, ook niet meer zeggen dat dit ook maar iets zegt over één individuele vrouwelijke of één individuele mannelijke leerling!

Deze post is origineel verschenen op Droog’s leren delen

Wat is Flip de klas en hoe heb ik het gebruikt?

Flip de klas flip_certified

Ik heb van de educatieve techniek ‘Flipping the Classroom’, of zoals ik het ben gaan noemen ‘Flip de klas’, gebruik gemaakt bij het vak wiskunde in een tweede klas VWO. Bij Flip de klas in zijn basale vorm worden de activiteiten in en buiten de klas omgedraaid. Klassikale instructies worden huiswerk en het maken van opdrachten en andere activiteiten wordt zoveel mogelijk in de klas gedaan. Hiervoor is het dus nodig de instructies op video op te nemen en dit de leerlingen aan te bieden. Daar zijn verschillende manieren voor en ik heb dat gedaan via de iPad app Educreations met een bijbehorende website die het mogelijk lessen per klas te organiseren. Na een overgangsperiode van twee weken ben ik volledig op het Flip de klas model overgestapt.

De gegevens

  • Er zijn in totaal 92 videolessen gemaakt
  • De video’s duren gemiddeld drie minuten
  • In totaal zijn de video’s ruim 1300 keer bekeken, ofwel gemiddeld 15 keer
  • Van de 28 leerlingen in de klas heeft 90% één of meer van de video’s bekeken

De resultaten

Als eerste een kort overzicht van eerder gerapporteerde resultaten.

  • Het gemiddelde cijfer van de klas is voor toetsen gemaakt ná de flip is 0,5 punt hoger dan voor de toetsen gemaakt vóór de flip (het betreft in beide gevallen vijf toetsen)
  • Ook de leerlingen die geen video’s hebben bekeken scoren gemiddeld 0,2 punt hoger
  • Er is een positieve correlatie van 0,5 tussen het aantal bekeken videolessen en het gemiddelde cijfer

Mijn conclusie: Flip de klas werkt!

Direct hier achteraan dient meteen gezegd te worden dat deze conclusie geldt voor deze combinatie van klas, vak, methode en docent. Flip de klas is een krachtige methode, maar één die in zijn uitvoering zeker een bepaalde mate van maatwerk vereist.

De waarde van bovenstaande conclusie wordt natuurlijk aanzienlijk vergroot wanneer de resultaten vergeleken kunnen worden met die van een ‘controle’ groep. Een klas dus die exact dezelfde toetsen heeft gemaakt onder vergelijkbare omstandigheden. Hoewel niet vooraf zo opgezet bleek deze klas gelukkigerwijs wel beschikbaar, in de vorm van een parallelklas op dezelfde school. Een vergelijking van de resultaten van beide klassen laat het volgende zien.

Gemiddelde cijfer vóór en ná het flipmoment

Gemiddelde voor en na flip 3

Terwijl het gemiddelde van de toetsen gemaakt voor en na het moment van flippen in de geflipte klas 0,5 punten was gestegen bleek dit in de controle klas met 0,4 punten gedaald te zijn! Deze verschillen zijn enerzijds verrassend groot en anderzijds zeer bemoedigend. De resultaten voor de controle klas laten overigens een beeld zien dat niet ongewoon is voor een tweede klas wiskunde. In de loop van het jaar dalen de cijfers licht door het iets moeilijker worden van de stof.

Wanneer de cijfers nauwkeuriger onder de loep worden genomen en worden uitgesplitst naar de cijfers behaald door individuele leerlingen ontstaat het volgende beeld.

Cijfer individuele leerlingen ná het moment van flippen (%)

Cijfers voor en na flip

Uit deze vergelijking kunnen een aantal conclusies getrokken worden.

  • Niet alleen neemt het gemiddelde cijfer van de klas toe door de Flip de klas techniek, ook 80% van de individuele leerlingen scoort hoger. Dit is een indrukwekkend percentage.
  • Voor 20% van de leerlingen in de geflipte klas heeft de techniek niet tot een gemiddeld hoger cijfer geleidt. Het is niet te bepalen of voor deze leerlingen geldt dat hun cijfer dankzij de techniek minder gedaald is dan zij anders gedaan zou hebben.
  • Binnen het gemiddelde voor een klas is er zeker variatie. Hoewel het gemiddelde in de controle klas daalt haalt toch 30% van de leerlingen een hoger cijfer. Dit is eens te meer een aanwijzing dat zeer voorzichtig dient te worden omgegaan in het onderwijs met conclusies gebaseerd op gemiddelden enerzijds en conclusies gebaseerd op anekdotische voorbeelden anderzijds.

Opvallende observaties

  • Leerlingen die hogere cijfers haalden keken gemiddeld vaker naar de video’s
  • Leerlingen met achterstanden haalden deze op gezette tijden in
  • Leerlingen gebruikten de mogelijkheid tot het stellen van vragen bij de video’s in verhoogde mate in de dagen voor een toets
  • De oefentoetsen waren de meest bekeken video’s. Leerlingen vonden het plezierig om oefentoetsen via het systeem te ontvangen omdat dit de mogelijkheid tot directe feedback voor hen opleverde.
  • Een klein deel van de leerlingen vind het leuk om zelf video’s te maken wanneer zij de stof begrijpen.

Mijn ervaringen

- In de klas was er meer tijd voor interactie. In dit opzicht werkte Flip de klas zoals bedoeld: een effectiever gebruik van de tijd in het klaslokaal.

- Flip de klas is een goed model om gedifferentieerd les te geven, zowel met betrekking tot niveau als met betrekking tot snelheid Dit werd zichtbaar op verschillende momenten en manieren. De leerlingen die de video’s het meest bekeken waren de goed scorende leerlingen die nog beter gingen scoren. Zij kwamen voorbereid naar de klas, stelden zeer specifieke vragen en maakten optimaal gebruik van de mogelijkheden die het Flip de klas model hen bood. Een deel van de leerlingen die lang niet alle video’s bekeek, deed dit zonder dat het merkbaar effect had op hun cijfer. Zij hadden deze uitleg dus lang niet altijd nodig. Een deel van de minder goed scorende leerlingen gebruikte nu meer van de tijd in de klas om gericht vragen te stellen. Als docent kon ik aan alle individuele leerlingen meer tijd besteden op een bij hen passende wijze tijdens de lessen. Een kleine groep leerlingen had moeite met de grotere individuele vrijheid en verantwoordelijkheid die ik hen met dit Flip de klas model bood en was wisselend in actieve deelname. Deze groep was grotendeels dezelfde die dit gedrag in het ‘reguliere’ systeem ook vertoonde.

- Een analyse van de frequentie waarmee de videolessen zijn bekeken geeft een goede indicatie voor de moeilijkheidsgraad van de stof en de behoefte aan uitleg van de docent. Deze informatie kan gebruikt worden om in de toekomst de uitleg aan te passen, meer op sommige plaatsen, minder of geen op andere plaatsen.

- Leerlingen kijken de video’s wanneer dat nodig is. Het grootste deel van de leerlingen maakt hierin de juiste keuze. Dit geeft aan dat veel klassikale instructies teveel op het gemiddelde van een klas is gericht. Een deel van de leerlingen heeft het niet nodig, omdat zij prima in staat zijn de informatie ook zelfstandig uit het boek kunnen halen. Een deel van de leerlingen is er nog niet aan toe, omdat zij ,om welke reden dan ook, achterstanden hebben. Het Flip de klas model is dus een goed middel om aan deze verschillen in behoefte aan uitleg tegemoet te komen.

- Leerlingen zelf video’s laten maken vormt een mooie toevoeging aan het Flip de klas model. Het blijkt leerlingen te dwingen actiever met de lesstof in te gaan om het goed te kunnen uitleggen. Het levert soms ook andersoortige uitleg op die voor mede-leerlingen soms sneller te begrijpen is dan de wijze waarop de docent uitlegt.

- De gemaakte video’s zijn voor het grootste deel geschikt om in het nieuwe schooljaar ook gebruikt te kunnen worden. Een deel kan verbeterd worden. Helaas geef ik zelf dit schooljaar geen wiskunde. Met het ingaan van de tweede periode zal ik de video’s wel introduceren en beschikbaar stellen aan de huidige tweede klassen.

Wat vinden leerlingen zelf van Flip de klas?

Om een beeld te krijgen wat de ervaringen van de leerlingen zijn met het Flip de klas model heb ik regelmatig gesprekken met leerlingen gehouden hierover. In het algemeen zijn zij zeer positief. Dit blijkt vooral te liggen in de meer individuele keuze die zij kunnen maken, ofwel de differentiatie die dit model mogelijk maakt. De weerslag van één van deze gesprekken is hier te vinden. Een mooie blogpost die de ervaringen van een andere leerling met het Flip de klas model beschrijft is getiteld: How the Flipped Classroom Turned Me into a Better Student. Hierin wordt ook aangegeven wat één van de krachten van het model is voor de leerlingen: het kunnen leren in het eigen optimale tempo. Dit is dan ook nog eens gekoppeld aan de mogelijkheid om wanneer het nodig is vragen te kunnen stellen.

De toekomst

Flip de klas dit is geen boek scale

Ik zal zeker verder gaan met het Flip de klas model en zal er hier ook regelmatig op verschillende manieren verslag van blijven doen. Dit zal zowel zijn via het delen van mijn eigen ervaringen en visies als via het delen van de verzamelde visies en ervaringen van anderen. Via de instap in het Flip de klas model ben ik nu mezelf en materiaal aan het ontwikkelen in de richting van Flipped Mastery. Een van de stappen die ik hierin heb gezet is het ontwikkelen en binnenkort aanbieden van een beperkt aantal op specifieke onderdelen gerichte videolessen voor het vak Mens en Natuur in klas 1-Havo/1-VWO. Een andere stap is gezet bij het vak biologie voor klas 3-VWO, waar we zonder boek en vrijwel volledig digitaal aan de slag zijn gegaan.

Frans Droog

Eerder posts over mijn ervaringen met Flip de klas:
Flip de klas werkt!
Flip de klas beginnen met Educreations

Een deel van deze resultaten en ervaringen is eerder gedeeld tijdens een aantal workshops en te zien in een aantal hiervoor gemaakte prezi’s.

Deze post verscheen eerder op Droog’s leren delen

Onderwijs leert onderzoeken. Onderwijs wordt onderzocht. En dan?Verkeerslicht Rood oranje groen cups stadium-cup-22oz-extralarge

Het verbaast mij al sinds ik uit de wereld van het onderzoek ben gestapt en de wereld van het onderwijs in dat er zo weinig met onderzoek over onderwijs wordt gedaan. Gewoon concreet. Resultaten toepassen.

Ik ben daarom op dit blog gestart met het aanreiken van direct toe te passen conclusies uit onderzoek. Wat werkt in het onderwijs zou gebruikt moeten worden. Dit is de derde bijdrage.

De eerste serie bijdragen zijn ontleend aan The Classroom Experiment van Professor Dylan Wiliam, waarin hij een tweede klas middelbare school overnam en zes eenvoudige mogelijkheden onderzocht om de kwaliteit van het onderwijs aan deze klas te verbeteren. Aan het eind van het semester hadden de leerlingen twee keer zoveel geleerd als verwacht was voor deze periode! Ik zal in een aantal blogposts deze zes veranderingen als tips laten langskomen. De eerst tip was: Verboden vingers op te steken!, de tweede: Bordjes omhoog graag!

Dit is wat hij zag bij het observeren van de klas vóór zijn experiment:

Dit is wat hij veranderde.

Tip 3. Laat leerlingen met een kleur aangeven of zij de uitleg nog snappen! Verkeerslicht techniek.
In de eenvoudigste vorm kan dit door alle leerlingen drie gekleurde bekers te geven: groen, oranje en rood. Groen zichtbaar betekent dat alles in orde is. Oranje betekent dat de docent iets te snel gaat. Rood betekent dat de leerling het niet meer kan volgen. Deze tip werkt omdat het sneller is dan leerlingen hun hand laten opsteken om een vraag te stellen. Het werkt ook omdat er een duidelijk signaal naar de docent uitgaat wanneer leerlingen ineens massaal hun rode beker tonen.

Dylan Wiliam geeft aan dat zijn tips moeten worden ingevoerd op een manier die past bij de wijze van lesgeven van de docent. Het duurt ook weken om er gewoontes van te maken. Dylan Wiliam voerde zelf twee veranderingen per keer door, om ze vervolgens met leerlingen en docenten te evalueren. De video’s die zijn gemaakt van het experiment, en die in de eerste blogpost in deze serie te zien zijn, tonen duidelijk dat het voor zowel docenten als leerlingen lastig is om de veranderingen te accepteren. Het is dus niet alleen van groot belang de veranderingen langzaam in te voeren maar even zo zeer om ze vol te houden.

verkeerslicht-voetgangers-duitsland-t20769

‘De verkeerslicht’ tip is een techniek die optimaal kan profiteren van de recente ontwikkelingen in ICT. Leerlingen kunnen ook digitaal hun mening leveren via mobieltje, laptop of computer. Bij de keuze voor welke techniek hierbij wordt ingezet is een belangrijke overweging mogelijk wel of leerlingen hierbij anoniem hun antwoord leveren of op naam. Een andere overweging is hoe eenvoudig of uitgebreid de mogelijkheden dienen te zijn.

Uitvoering
- Schaf gekleurde bekers aan. Of word creatief op een andere, vergelijkbare wijze.
- Internet online. Stel via een internet tool slechts één vraag met drie keuze mogelijkheden. De docent kan in beeld op de computer, of op een projectiescherm of digibord zien wat de reacties zijn. Dit kan bijvoorbeeld via socrative of mentimeter. Een voordeel van mentimeter kan zijn dat deze in een powerpoint presentatie kan worden opgenomen. De internet tool GoSoapBox heeft een speciale functie voor leerlingen om aan te geven of zij de uitleg nog kunnen volgen: de ‘Confusion Barometer‘. Deze optie kan ook heel mooi gebruikt worden om achteraf te analyseren hoe goed de uitleg werd begrepen!

Frans Droog

De originele uitzendingen van The Classroom Experiment zijn te vinden op de eerste post in deze serie: Vanaf nu: Verboden vingers op te steken!

Bronnen:
http://www.bbc.co.uk/programmes/b00txzwp
http://agilelearn.wordpress.com/2010/10/04/notes-on-the-classroom-experiment-bbcdylan-wiliam/
http://xyofeinstein.wordpress.com/2010/09/29/the-classroom-experiment-ik-wil-geen-vingers-zien-en-alle-andere-tips/

Deze post is eerder verschenen op Droog’s leren delen.

Leren gebeurt in essentie altijd en overal. Georganiseerd in een setting met een schoolgebouw met docenten en leerlingen heet het onderwijs. Leerlingen onderwijzen hoeft dankzij de moderne technologie niet beperkt te zijn tot het schoolgebouw of tot de school. Ditzelfde geldt voor docenten. Ook onderwijzers kunnen leren buiten het schoolgebouw of buiten de school.

Innovate 2013 smal 2012-12-23_0809In Sao Paulo, Brazilië vindt van 19 tot en met 21 januari de conferentie INNOVATE 2013 plaats. Deze conferentie is er op gericht een beeld te ontwikkelen van de school die het best aansluit bij de behoeftes en de mogelijkheden van de leerlingen van nu en morgen. Mensen vanuit de hele wereld zullen samenkomen om ideeën te genereren en delen die de basis kunnen vormen voor de veranderingen in het onderwijs die onze leerlingen verdienen. Ik zou daar best graag heen willen, maar dat gaat niet gebeuren. Ik ga er wel bij zijn.

symbiosis-ox

Ik ga dat doen door me als virtuele deelnemer symbiotisch te verbinden met een deelnemer die fysiek aanwezig is. De fysiek aanwezige deelnemers zullen hiervoor open moeten staan en de virtuele deelnemers zullen een actieve, betrokken verbintenis moeten aangaan.

Om dit te laten werken is er een lijst van eigenschappen op te stellen waarin zowel de virtuele als fysiek aanwezig deelnemers moeten voldoen:

  • een wens om zich te verbinden met andere docenten over de wereld om een professioneel leernetwerk op te bouwen
  • het vermogen om de technologie te kunnen gebruiken die nodig is voor synchrone en asynchrone communicatie en samenwerking
  • een wens om deel uit te maken van een groep van pioniers die op zoek zijn naar nieuwe vormen van leren
  • een ambitie en een vindingrijkheid die het overwinnen van obstakels kan omzetten tot ‘het laten werken’
  • een aanleg om reflecties te kunnen omzetten naar praktijk, open te staan en te willen delen
  • een begrip van het feit dat experimenteren met en ervaring op doen met wereldwijd verbinden, samenwerken en leren noodzakelijk is vóór je die ervaringen kan overbrengen op je leerlingen
  • het vermogen om te DOEN, ofwel te reageren op deze oproep :)

Om het delen mogelijk te maken is er een conferentie Ning. In deze Ning kunnen de fysiek aanwezige deelnemers via het forum en groepen met elkaar aan de slag gaan en informatie delen. De virtuele deelnemers kunnen hier eveneens deel gaan nemen aan groepen en op deze wijze verbinden, toevoegen, vragen stellen, andere perspectieven aandragen en materialen cureren. Hierdoor kunnen de fysiek aanwezige deelnemers op hun beurt het leren verder vermenigvuldigen en verbinden. Naast de Ning zijn allerlei andere vormen van sociale media, zoals blogs en twitter, natuurlijk ook beschikbaar en geschikt om interacties te bewerkstelligen en te versterken.Collaboration

Van de virtuele deelnemers wordt een geëngageerde toezegging gevraagd: (bedenk: er zijn geen reiskosten, er zijn geen inschrijfkosten)

  • zet de datum in je kalender zodat je mee kunt doen: 19-21 januari 2013
  • kies bewust een specifieke periode van deelname, blokkeer deze in je agenda. Lees gedurende die periode de Twitter stream, de activiteiten op de Ning, bekijk materialen die worden gedeeld
  • doe ACTIEF mee, in plaats van PASSIEF de informatie te consumeren. Deel je eigen materialen, inzichten, gedachtes en ervaringen
  • verbind jezelf strategisch met fysiek aanwezige deelnemers. Doe dit bij voorkeur vooraf, via de Ning, via Twitter of via een blog. Laat commentaren achter, reageer met tweets en @mentions, gebruik de conferentie hashtag #innovate13. Tip: meld je aan bij de Twitter list Innovate13 en krijg zo een beeld van de deelnemers en vice-versa

Ik ben op deze conferentie attent gemaakt en deze post is dan ook geïnspireerd door een blogpost van Sylvia Tolisano, die als Leitmotiv voor haar 21e eeuws leren heeft gekozen voor ‘Self-motivated’ en ‘Self-directed’. Dit zou je in goed Nederlands kunnen vertalen met ‘Regie over je eigen professionalisering’, de slogan van The Crowd. Ik heb daar dan ook de activiteit ‘Nieuwe vormen van leren‘ geplaatst om de deelnemers vanuit Nederland te verzamelen om onderling de ervaringen uit te wisselen en deze vervolgens breder in Nederland te delen. INNOVATE 2013 is een mooie kans om ervaring op te doen met een nieuwe vorm van leren en kan mogelijk als startpunt dienen voor vergelijkbare initiatieven binnen de Nederlands onderwijs situatie.

Ga in twee stappen van ‘Ik zou best wel.. Wat een mooie mogelijkheid…’ naar ‘Ik doe mee!’

Stap 1; Zet het in je agenda: 19-21 januari 2013.

Stap 2: Meld je aan bij de conferentie Ning. Vul je profiel in, introduceer jezelf, wordt lid van groepen en deel.

Frans Droog

Eerder plaatste ik op ‘Droog’s leren delen’ een post getiteld: ‘Speeddate je presentatie, mooi onderwijs?‘ Ik beschreef hierin hoe ik klassikale presentaties door groepjes leerlingen verving door individuele presentaties aan kleine groepjes leerlingen. Hierbij wisselden de presentatoren steeds van plaats. Deze presentaties vormden onderdeel van een expertprogramma, waarin zes groepjes van ieder vier leerlingen expert waren voor een paragraaf van een hoofdstuk, dat uit zes paragrafen bestond. De groepjes waren random samengesteld en de presentaties moesten de stof uit het boek overbrengen, gebruikmakend van zelf geselecteerde, passende figuren en video’s. Deze werkwijze verving de ‘standaardmethode’ tijdens de lessen volledig. Er was geen klassikale uitleg en er hoefden geen opdrachten uit het werkboek te worden gemaakt. De hoeveelheid beschikbare lessen was hetzelfde.

Doel van deze opzet was leerlingen laten ervaren dat kennis op verschillende wijzen kan worden opgedaan en dat er door een andere werkwijze tijdens de lessen meer geleerd zou kunnen worden, waardoor het ‘leren voor de toets’, letterlijk en figuurlijk minder zou worden.

Ik heb de leerlingen inmiddels middels een enquête via Socrative gevraagd naar hun ervaringen om deze de koppelen aan die van mij en gezamenlijk te besluiten wat de waarde van deze manier van leren was. Vervolgens hebben we onze wederzijdse ervaringen en de resultaten van de enquête besproken. Onze gezamenlijke conclusie?

Speeddate je presentatie werkt!

Speeddate je presentatie Leuker

Een overweldigende meerderheid van 96% van de leerlingen gaf aan speeddate je presentatie leuker te vinden dan een klassikale presentatie!

Speeddate je presentatie Meer geleerd

Een ruime meerderheid van 79% van de leerlingen gaf aan dankzij de speeddate je presentatie meer geleerd te hebben dan zij door klassikale presentaties gedaan zouden hebben!

Van de leerlingen gaf 67% aan door de combinatie van expertprogramma en speeddate je presentatie nu buiten de lessen minder tijd aan het vak besteedt te hebben. Voor 28% dit hetzelfde was gebleven. Van de leerlingen gaf 33% aan nu meer te weten dan zij via de standaardmethode zouden hebben geweten. Voor 60% was dit hetzelfde gebleven.

Speeddate en expertprogramma Meer geleerd

Samengevoegd betekent dit dat de leerlingen aangeven dat zij door de combinatie van expertprogramma en speeddate je presentatie in minder tijd hetzelfde of meer hebben geleerd.

Deze resultaten sluiten goed aan bij mijn observatie dat er tijdens de lessen duidelijk meer lesstof-gerelateerde interacties waren tussen de leerlingen. De wederzijdse afhankelijkheid, die een belangrijke factor vormt bij effectief samenwerken, kwam goed naar voren.

Dat leerlingen in minder tijd hetzelfde of meer geleerd hebben vertaalt zich ook naar de inspanning die volgens de leerlingen nu nodig gaat zijn voor de toets. Een zeer ruime meerderheid van 83% geeft aan dat het volgens hen niet nodig is om de paragraaf waar zij expert over zijn voor de toets nog extra te leren. Een bijna even grote meerderheid van 71% geeft aan dat zij denken voor het leren van de toets nu minder tijd nodig te gaan hebben.

Gevraagd naar het vervolg geeft 75% aan bij het volgende hoofdstuk opnieuw de combinatie expertprogramma en speeddate je presentatie te willen gebruiken. 17% geeft aan geen sterke voorkeur te hebben voor deze nieuwe methode of de standaardmethode. We gaan er dus mee door. In de gesprekken naar aanleiding van de resultaten van de enquête kwam naar voren dat de leerlingen die geen voorkeur hadden uitgesproken twijfelden of zij nu wel even veel geleerd hadden. Eén van de aanpassingen die hieruit naar voren is gekomen dat ik er voor zal zorgen dat er een beperkt aantal kritische opdrachten voor elke paragraaf zullen komen die gemaakt kunnen worden om als oefentoets te dienen. Uiteindelijk bleef er 4% van de leerlingen over die toch een voorkeur had voor de standaardmethode. De oorzaak hiervoor bleek te liggen in een grote afkeer tegen het houden van presentaties.

Een belangrijke vraag is nu natuurlijk: Hadden de leerlingen nu ook daadwerkelijk zoveel geleerd als zij dachten?
Het simpele antwoord: Ja!
Tot grote verrassing van de leerlingen kwam er namelijk in de les na de laatste presentaties een onverwachte overhoring, die zij in random samengestelde tweetallen mochten maken, via Socrative. Hier was dus niet voor geleerd en de vragen bestonden vrijwel alleen uit reproductie. De score bleek een zeer indrukwekkende 85%! Veel hoger dan zij zelf verwacht hadden, en ook hoger dan ik had durven hopen. De laagste score was hierbij een even indrukwekkende 75%.

Opmerkelijk. Tijdens het maken van de presentaties en het uitvoeren ervan heb ik de leerlingen continu ‘beoordeeld’ via een aantal notities en een inschaling met de mogelijkheden Zwak, Voldoende, Goed en Uitmuntend. Ik heb de leerlingen gevraagd ditzelfde te doen tijdens de presentaties en hierbij afzonderlijk de inhoud en de vorm van de presentatie te beoordelen en de inhoudelijke kennis en de wijze van presenteren van de presentator te beoordelen. Dit hebben de leerlingen individueel via Edmodo ingeleverd. Na verwerking van alle gegevens heeft dit een correlatiecoëfficiënt opgeleverd tussen de beoordeling van de leerlingen en de docent van 0,95! Dit betekent dat de beoordelingen door de leerlingen vrijwel volledig overeenstemmen met die van de docent!

De originele blogpost bevatte een vraag: Speeddate je presentatie, mooi onderwijs? Ik denk van wel. Mijn leerlingen denken dit ook. Ik wil ze hier ook van harte bedanken voor het vertrouwen dat zij in mij gesteld hebben bij het uitvoeren van deze nieuwe manier van leren. Ik wil ze complementeren met hun inzet en bereidwilligheid. Ik wil ze ook bedanken dat zij mij hebben willen vergezellen op onze reis naar mooi onderwijs.

Frans Droog

Deze post is origineel verschenen op Droog’s leren delen: Speeddate je presentatie werkt!

Onderwijs leert onderzoeken. Onderwijs wordt onderzocht. En dan?

Het verbaast mij al sinds ik uit de wereld van het onderzoek ben gestapt en de wereld van het onderwijs in dat er zo weinig met onderzoek over onderwijs wordt gedaan. Gewoon concreet. Resultaten toepassen.

Ik ben daarom op dit blog gestart met het aanreiken van direct toe te passen conclusies uit onderzoek. Wat werkt in het onderwijs zou gebruikt moeten worden. Dit is de tweede bijdrage, de eerste is hier te vinden.

De eerste serie bijdragen zijn ontleend aan The Classroom Experiment van Professor Dylan Wiliam, waarin hij een tweede klas middelbare school overnam en zes eenvoudige mogelijkheden onderzocht om de kwaliteit van het onderwijs aan deze klas te verbeteren. Aan het eind van het semester hadden de leerlingen twee keer zoveel geleerd als verwacht was voor deze periode! Ik zal in een aantal blogposts deze zes veranderingen als tips laten langskomen. De eerst tip was: Verboden vingers op te steken!

Dit is wat hij zag bij het observeren van de klas vóór zijn experiment:

Dit is wat hij veranderde.

Tip 2. Laat leerlingen allemaal tegelijkertijd antwoord geven!

Dit kan door het gebruik van kleine whiteboards, waarop de gehele klas tegelijkertijd het antwoord op een vraag opschrijft en tegelijkertijd aan de docent laat zien. Op deze manier haken de minder sterke of mindere zelfzekere leerlingen niet af en blijven tegelijkertijd de leerlingen die normaal hun vinger opsteken betrokken. Dit systeem vormt ook direct een snelle manier om te in te schatten of de klas als geheel de stof of de uitleg kan volgen.

Het blijkt dat het gebruik van de mini whiteboards door de leerlingen wordt gewaardeerd. De frustratie die werd gevoeld door de sterkere leerlingen vanwege het niet meer mogen opsteken van hun vinger werd grotendeels weggenomen door het introduceren van de mini whiteboards. Deze techniek vormde de meest succesvolle bij alle leerlingen.

Dylan Wiliam geeft aan dat zijn tips moeten worden ingevoerd op een manier die past bij de wijze van lesgeven van de docent. Het duurt ook weken om er gewoontes van te maken. Dylan Wiliam voerde zelf twee veranderingen per keer door, om ze vervolgens met leerlingen en docenten te evalueren. De video’s die zijn gemaakt van het experiment, en die in de eerste blogpost in deze serie te zien zijn, tonen duidelijk dat het voor zowel docenten als leerlingen lastig is om de veranderingen te accepteren. Het is dus niet alleen van groot belang de veranderingen langzaam in te voeren maar even zo zeer om ze vol te houden. De docenten zelf waren in dit geval overigens niet erg snel met het invoeren van deze techniek.

‘Bordjes omhoog graag’ is een techniek die optimaal kan profiteren van de recente ontwikkelingen in ICT. Leerlingen kunnen ook digitaal hun antwoord leveren via mobieltje, laptop of computer. Bij de keuze voor welke techniek hierbij wordt ingezet is een belangrijke overweging mogelijk wel of leerlingen hierbij anoniem hun antwoord leveren of op naam.

Uitvoering

- Schaf mini-whiteboards en stiften aan. In principe kunnen natuurlijk ook gewone A4 papiertjes worden gebruikt maar het bord heeft als voordeel dat het steeds opnieuw gebruikt kan worden. Als variatie kunnen er ook groepjes gevormd worden die gezamenlijk één whiteboard gebruiken. Een andere variant kan gevonden worden in het gebruik van Ja/Nee vragen waarbij het antwoord mag worden gegeven door een duim omhoog of een duim omlaag.
- Digibord: gebruik stemkastjes, voor het SMARTboard dat ik zelf gebruik bijvoorbeeld: SMART Response, maar er zijn voor alle merken digiborden vergelijkbare instrumenten, zie bijvoorbeeld op de site van welkdigibord
- Tablet: gebruik whiteboard apps, voor de iPad waarmee ik zelf bekend ben bijvoorbeeld: Educreations, ShowMe. Leerlingen kunnen hier eenvoudig op schrijven en hun iPad omhoog houden! Voor een iPad klas is Nearpod een hele mooie tool, waarbij ook verregaande interactie tijdens presentaties mogelijk is. Voor andere tablets zijn er ongetwijfeld vergelijkbare apps. Ideaal zijn natuurlijk apps die volledig platform onafhankelijk werken.
- Internet online: socrative

Overig: er zijn verschillende mooie tools nu beschikbaar en ontwikkelingen gaande die het mogelijk maken voor leerlingen om via verschillende digitale devices hun antwoord te geven. Bijvoorbeeld socrative, mentimeter, Poll Everywhere, Survey Anyplace.

Ik ben zeer benieuwd naar ervaringen!

De originele uitzendingen van The Classroom Experiment zijn te vinden op de eerste post in deze serie: Vanaf nu: Verboden vingers op te steken!

Frans Droog

Deze blogpost is origineel verschenen op de blog Droog’s leren delen

_______________________________

Bronnen

http://www.bbc.co.uk/programmes/b00txzwp
http://agilelearn.wordpress.com/2010/10/04/notes-on-the-classroom-experiment-bbcdylan-wiliam/
http://xyofeinstein.wordpress.com/2010/09/29/the-classroom-experiment-ik-wil-geen-vingers-zien-en-alle-andere-tips/

Deze blogpost is een reactie op een reactie.

In algemene zin ligt er teveel nadruk op testen en toetsen door de overheid en deze druk lijkt alleen maar toe te nemen. Ik denk dat het heel goed mogelijk is om minder of zelfs helemaal niet te toetsen.
Een anekdotisch voorbeeld uit de eigen omgeving, zoals hier, overtuigt mij niet dat zonder toetsing leerlingen niet zouden leren.
Toetsen is niet leren. Toetsen is ook zeker niet leren leren.
Toetsen is (één van de manieren om te) meten wat iemand weet.

Natuurlijk, toetsen kunnen worden gebruikt om slecht lesgeven te maskeren, ‘leren voor de toets.’ Maar of het daarmee het probleem werkelijk oplost is niet eens de vraag. Natuurlijk niet.
Het is wel een tijdelijke oplossing. Helaas een noodzakelijke in een deel van het onderwijs. Via de toetsen leren de leerlingen wat zij moeten doen om ook op het examen een voldoende te kunnen scoren. Zij leren het trucje maar het zou zoveel waardevoller zijn als zij het trucje ook leren snappen.

Om op het anekdotisch voorbeeld terug te komen. Op welk moment werd er nu door de leerlingen geleerd? Op het moment dat er getoetst werd of op het moment dat ze les kregen van anderen dan hun originele docent? Op het moment dat er getoetst werd of op het moment dat zij feedback kregen van betrokken ouders en docenten?

Vergelijk de onderzochte impact uit bijna 900 meta-analyses van het aantal of het effect van toetsen met dat van feedback

Toetsen: 0,34
Feedback: 0,73

Ofwel, feedback is gemiddeld meer dan twee keer zo effectief als toetsen.

Op een startbijeenkomst voor een toets-training waar ik onlangs was stond 90% van de docenten op toen werd gevraagd of zij in staat zijn het niveau van hun leerlingen te bepalen zonder toetsen. Op de vervolgvraag of zij ook zonder toetsen zouden willen gaan les geven bleef slechts 30% staan.
Toen een deelnemer werd gevraagd waarom hij was gaan zitten antwoordde hij: “Ik kan wel prima het niveau bepalen, dus een 7 of een 8, maar ik weet dan niet zeker of het een 7,2 of een 7,3 is.”.
Ik vind het heel knap dat er mensen zijn die dit wel kunnen.
Dit lukt zelfs de almachtige toetsenmakers van het CITO niet. Pas na afloop van het centraal schriftelijk examen wordt de norm bepaald, aan de hand van de ingevulde antwoorden: “We gaan nu meten wat jij weet maar als blijkt dat ons apparaat niet de uitkomst geeft die wij willen dan draaien wij aan wat knopjes.”
Ik vind het nog knapper dat er mensen zijn die het verschil tussen een 7,2 en een 7,3 snappen.

Niet elk getal dat je meet heeft de waarde die er aan toegekend wordt.


“Niet alles wat gemeten wordt is waardevol
en niet alles wat waardevol is kan gemeten worden.”
Albert Einstein.

Deze blogpost is een onderdeel van en sluit aan bij een blogpost over het gebruiken van minder toetsen in de klas.

Frans Droog

Bronnen:
- Hattie J, 2009, Visible Learning. London. Routhlegde
- Dick van Wateren: Wat gaat er mis met onze kleuterwetenschappers op school
- Marijke Kaatee. Reactie op ‘Wat gaat er mis met onze kleuterwetenschappers op school
- Het kind: meten we wat we waardevol vinden of vinden we waardevol wat we meten?

Onderwijs leert onderzoeken. Onderwijs wordt onderzocht. En dan?

Het verbaast mij al sinds ik uit de wereld van het onderzoek ben gestapt en de wereld van het onderwijs in dat er zo weinig met onderzoek over onderwijs wordt gedaan. Gewoon concreet. Resultaten toepassen.

Mijn bijdragen op dit blog zullen daarom grotendeels gaan bestaan uit het aanreiken van direct toe te passen conclusies uit onderzoek. Wat werkt in het onderwijs zou gebruikt moeten worden.

In 2010 nam Professor Dylan Wiliam in The Classroom Experiment een tweede klas middelbare school over op de Hertswood School in Engeland en onderzocht hij zes eenvoudige mogelijkheden om de kwaliteit van het onderwijs aan deze klas te verbeteren. Aan het eind van het semester hadden de leerlingen twee keer zoveel geleerd als verwacht was voor deze periode! Ik zal in een aantal blogposts deze zes veranderingen als tips laten langskomen.

Dit is wat hij zag bij het observeren van de klas vóór zijn experiment:

Dit is wat hij veranderde.

Tip 1. Stop met het leerlingen hun hand te laten opsteken om vragen te beantwoorden! Het zijn steeds dezelfde leerlingen die dit doen. Vervang dit door een methode die random selecteert welke leerling een vraag gaat beantwoorden en betrek op deze wijze de hele klas.

Deze verandering bleek niet zo eenvoudig in te voeren als het lijkt en leidde tot frustraties bij zowel docent als leerlingen. De aanpassing was het grootst voor die leerlingen die gewoonlijk vaak antwoord gaven en op die wijze dominanter aanwezig waren tijdens de les. Zij moesten gaan accepteren dat het er niet alleen om gaat gelijk te hebben en dat ook zij nog meer konden leren. Bijvoorbeeld als zij de beurt kregen terwijl ze het niet wisten! (In een volgende post zal ik terugkomen op een oplossing voor de weerstand van de ‘betere’ leerling). De wat zwakkere of stillere leerlingen kwamen nu vaker aan bod en dit leidde bij hen tot een toegenomen zelfvertrouwen. Er ontstond ook een werksfeer waarbij het meer geaccepteerd werd dat er ook fouten mogen worden gemaakt. Bij dit laatste speelt de docent natuurlijk een hele grote rol.

Dylan Wiliam geeft aan dat deze, en de andere tips die later volgen, moeten worden ingevoerd op een manier die past bij de wijze van lesgeven van de docent. Het duurt ook weken om er gewoontes van te maken. Ik noem hier daarom vooralsnog ook slechts één van de tips om aan te sluiten bij de ervaringen van Dylan Wiliam, die twee veranderingen per keer doorvoerde om ze vervolgens met leerlingen en docenten te evalueren. De video’s die zijn gemaakt van het experiment, en die hieronder te zien zijn, tonen duidelijk dat het voor zowel docenten als leerlingen lastig is om de veranderingen te accepteren. Het is daarom van groot belang de veranderingen langzaam in te voeren maar even zo zeer om ze vol te houden. Opvallend is dat niet alleen de resultaten significant verbeteren maar de video’s laten zien dat ook de sfeer in de klas verbetert. Er ontstaat meer discussie tussen de gewoonlijk dominantere leerlingen en de stillere en er komt meer acceptatie van de verschillen, die niet zo groot blijken als gedacht.

Uitvoering

Hoewel deze tip ‘logisch’ klinkt en waarschijnlijk zeer bekend is blijkt ze in de praktijk weinig toegepast. Mijn eigen ervaring uit het wat verdere verleden is dat dit komt omdat het moeite kost als docent om dit consequent vol te houden. Nu ik nog beter weet dat het werkt ga ik het gewoon DOEN!
- Maak een doosje met de namen van de leerlingen op papier of op lollystokjes en haal ze hier random uit, al of niet met teruglegging.
- Digibord: gebruik een random name generator, voor het SMARTboard dat ik zelf gebruik bijvoorbeeld: random name generator (zit in de lesson activities als random word generator)
- Tablet: gebruik een random name generator, voor de iPad die ik zelf gebruik bijvoorbeeld: name selector of student selector
In alle gevallen kunnen leerlingen betrokken worden bij het kiezen door random een leerling te kiezen die vervolgens de keuze steeds mag maken. Als variatie kunnen er ook meerder leerlingen per keer worden aangewezen om antwoord te geven.

Ik ben zeer benieuwd naar ervaringen!

Deze blogpost is origineel verschenen op de blog Droog’s leren delen

De originele uitzendingen van The Classroom Experiment zijn hieronder te zien. Beide video’s duren 60 minuten.

Bronnen:
http://www.bbc.co.uk/programmes/b00txzwp
http://agilelearn.wordpress.com/2010/10/04/notes-on-the-classroom-experiment-bbcdylan-wiliam/
http://xyofeinstein.wordpress.com/2010/09/29/the-classroom-experiment-ik-wil-geen-vingers-zien-en-alle-andere-tips/

Ik ben op het spoor gebracht van The Classroom Experiment door Suzanne Lustenhouwer, die hierover berichtte in haar zoektocht om haar onderwijs met behulp van iPads in de klas te verbeteren: http://ipadders.eu/use-tricks-from-the-classroom-experiment-in-your-ipad-lesson/

Afgelopen zaterdag 6 oktober was, bijna precies een jaar na de presentatie van de eerste versie op 8 oktober 2011, de onthulling van de tweede versie van BoekTweePuntNul, opnieuw in de prachtige theaterzaal van Beeld & Geluid in Hilversum. Nu een co-creatie van niet 125, maar maar liefst 200 co-auteurs! Dus ook niet 125 besproken Web 2.0 en Sociale Media toepassingen maar 200! Het boek levert een fantastische bron van inspiratie en informatie over de mogelijkheden allerlei mooie internet toepassingen in te zetten, in het onderwijs of daarbuiten. Een absolute aanrader! Dat ik niet de enige ben die dit vindt moge blijken uit het feit dat van de eerste editie inmiddels bijna 11.000 exemplaren verkocht zijn!

Naast het BoekTweePuntNul 200 werd ook het HandBoekTweePuntNul gepresenteerd. Een prachtige handleiding over Sociale Media, geschreven door 12 experts op dat gebied. Niet zo dik natuurlijk als BoekTweePuntNul zelf maar zeker zo waardevol. Heel handig voor iedere organisatie die iets wil of moet met Sociale Media. En dat zijn ze bijna allemaal, lijkt mij.

Ontvangst was er met koffie en KoekTweePuntNul en voor het begin van de presentatie werd er een “Author Wall” geprojecteerd, waarbij de 200 co-auteurs in een steeds wisselende volgorde langs kwamen. Dat zie er ongeveer als volgt uit. Mooi toch? Een indruk van de presentatie aan de hand van een aantal foto’s is hier te vinden.

Een groot deel van de presentatie bestond uit een ‘Battle of the Trendwatchers’, waarbij Vincent Evers en Remco Bron onder de strakke leiding van Trendmatcher Willem Karssenberg een tiental stellingen probeerden te verdedigen of aan te vallen. Ieder kreeg hiervoor precies één minuut, waarna er één minuut was voor het publiek om te stemmen. Willem had hiervoor een hele handige animatie in zijn powerpoint opgenomen die de verstreken tijd mooi weergaf. Stemmen kon via sms, twitter of het internet en maakte gebruik van Sendsteps. Al met al een mooie opzet, die heel goed bruikbaar is voor vergelijkbare bijeenkomsten. Uiteindelijk won natuurlijk iedereen. En terecht.

Ik raad iedereen van harte aan beide boeken aan te schaffen of aan te dringen bij je werkgever dit voor je werkplek te doen. Niet om er als co-auteur rijker van te worden (alles valt sowieso onder een Creative Commons Licentie), maar om er als lezer rijker van te worden :) .

Deze bijdrage is origineel verschenen op de blog Droog’s leren delen

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1.430 other followers

%d bloggers like this: