Nieuwe methode om creativiteit van leerlingen te meten

Door Dick van der Wateren

Wie mijn vorige posts gelezen heeft (op deze blog en hier), zal het niet ontgaan zijn dat ik creativiteit in het onderwijs, zowel in het onderwijzen als in het leren, heel belangrijk vind. Daarbij bedoel ik niet alleen de creativiteit zoals je die bij de zg. creatieve vakken nodig hebt, maar creativiteit bij alles wat je doet. Creativiteit houdt dan in het vermogen om de juiste vragen te stellen, kritisch te denken, sceptisch te zijn over vooronderstellingen, meerdere oplossingen voor een probleem te bedenken, of meerdere antwoorden op een vraag. In de dagelijkse onderwijspraktijk wordt die vaardigheid meestal weinig ontwikkeld of gestimuleerd. Dat wordt nog erger naarmate in het onderwijs meer tijd en aandacht besteed wordt aan (standaard)toetsen ten koste van het lesgeven.

De meeste standaardtoetsen meten voornamelijk cognitieve vaardigheden en dan nog op een betrekkelijk laag niveau. Om praktische redenen worden meerkeuzetoetsen gebruikt, waarmee maar een beperkt scala aan vaardigheden kan worden getoetst. Creativiteit zit daar niet bij. Misschien omdat het niet relevant geacht wordt, of omdat creativiteit sowieso lastig te toetsen zou zijn. Dat blijkt niet het geval volgens een interessante nieuwe studie onder auspiciën van de OECD.

20130208-224326.jpgDe overheid wil Nederland in de top-vijf beste onderwijslanden. Scholen willen hoger scoren op ranglijsten zoals die van Dronkers, of betere beoordelingen van de inspectie. Begrijpelijke ambities, maar meestal zonder heldere visie op wat goed onderwijs inhoudt. Het gevolg is dat men in een pavlovreactie (in sommige gevallen zelfs paniekreactie) grijpt naar meer meten en vervolgens afrekenen op resultaten. In de VS zien we daarvan de meest gruwelijke voorbeelden, van docenten die worden ontslagen omdat hun leerlingen te laag scoren op standaardtoetsen en openbare scholen die om dezelfde reden worden gesloten. Wie de blog van Diane Ravitch volgt zal hiermee bekend zijn. Zover zijn we hier nog niet en zover moet het ook niet komen.

De wereldwijde trend van meer meten en afrekenen in het onderwijs komt de kwaliteit van het onderwijs niet ten goede. Die, op het eerste gezicht, ongenuanceerde uitspraak zullen we in onze groepsblog verder onderbouwen. Hier wil ik het vooral hebben over wat niet gemeten wordt en wat zou moeten worden gemeten.

Wat maakt creativiteit belangrijk?

Ik kan het niet genoeg benadrukken: om goed onderwijs te kunnen bieden is een duidelijke onderwijsvisie noodzakelijk. In de onderwijsvisie waar ik voor sta speelt creativiteit een grote rol. Waarom is dat belangrijk?
In de eerste plaats omdat het een mens maakt tot een zelfstandig, autonoom individu, die in staat is iets nieuws te scheppen. Onderwijs zonder creativiteit produceert gedresseerde apen die kunstjes geleerd hebben, of in de woorden van Csikszentmihalyi (1996): “Without creativity, it would be difficult indeed to distinguish humans from apes.
In de tweede plaats, omdat creativiteit een postieve invloed heeft op de kwaliteit van het leren. De studie van Lucas, Craxton en Spencer die ik hierna bespreek, haalt meerdere onderzoeken aan die dit ondersteunen. Niet alleen zijn leerlingen meer gemotiveerd wanneer een groot beroep wordt gedaan op hun creatieve vermogens, hun leren krijgt ook grotere diepgang en kwaliteit, met als gevolg dat de prestaties vooruit gaan. In plaats van de pavlovreactie van meer toetsen, strengere regels en afrekenen op resultaten, is het ontwikkelen van een creatief curriculum op zijn plaats en biedt het meer garantie op betere resultaten.

De toename van toetsen, met name van standaardtoetsen zoals bij ons de citotoetsen, komt voort uit de behoefte van beleidsmakers om alles te willen meten. Daar is op zichzelf niets op tegen, zolang dat meten gebeurt vanuit een visie over wat goed goed onderwijs is. Zonder visie leidt dat leidt ertoe dat wordt gemeten wat eenvoudig meetbaar is en met name die zaken die met meerkeuzevragen snel te verwerken zijn. Maar zelfs wanneer je de visie hebt dat rekenen (en wiskunde) en taal de belangrijkste indicatoren zijn voor de ontwikkeling van kinderen, kun je je afvragen of de standaardtoetsen, zoals die in Nederland en elders gebruikelijk zijn, deugen. En dan bedoel ik, of die toetsen in staat zijn om zowel de relevante vorderingen als de capaciteiten van kinderen vast te stellen.

Immers, wanneer beheerst iemand een taal? Niet wanneer hij goed kan spellen, de grammaticaregels goed toepast, of een grote woordenschat heeft. Dat is zonder meer belangrijk, maar hoogstens een voorwaarde om goed te worden in taal. Pas wanneer iemand in staat is taal, inclusief de grammatica, creatief te gebruiken, kun je zeggen dat hij goed is in taal. Ik heb goede herinneringen aan de vele gesprekken die we vroeger thuis hadden over de betekenis en nuances van woorden en uitdrukkingen in het engels, frans en duits. Daar heb ik een goed gevoel aan over gehouden voor de rijkdom van een taal die je niet kunt vatten in grammaticaregels en woordenlijsten, juist de dingen die met meerkeuzetoetsen makkelijk te meten zijn. Met andere woorden, die toetsen missen precies wat belangrijk is aan goed taalgebruik, namelijk het vermogen om op verschillende manieren gedachten en gevoelens uit drukken. Taalcreativiteit dus.
Voor rekenen en wiskunde geldt het zelfde. Het plezier van een wiskundeprobleem zit hem niet in het antwoord – dat is triviaal – maar in de weg erheen, de puzzel, het zoeken naar oplossingen, het stellen van de juiste vragen, de opwinding van de ontdekking. Kortom, creativiteit.

En nu juist die eigenschap, namelijk de mate waarin een leerling in staat is op verschillende gebieden creatieve oplossingen te bedenken, wordt in standaardtoetsen niet bepaald. Tegelijkertijd hebben de resultaten van die toetsen vergaande en ingrijpende gevolgen, zowel voor het individuele kind als voor scholen.

Creativiteit meetbaar?

Nu is het maar de vraag of we in citotoetsen en andere standaardtoetsen een creatieve component moeten inbouwen. Dat hangt ervan af waarvoor het wordt gebruikt. Als een creativiteitstoets een leerling helpt om zich te ontwikkelen, prima. Het gaat er uitdrukkelijk niet om cijfers te geven voor creativiteit, ‘Leerling X heeft een 7,3 voor creativiteit en leerling Y maar een 6,5,’ of ‘School Z scoort onvoldoende voor creativiteit,’ met de bijbehorende gevolgen voor het beleid. De bedoeling is bij kinderen en jongeren hun denken te stimuleren en ontwikkelen, zoals ook intelligentie door passende ingrepen kan worden vergroot.

In opdracht van de OECD hebben Bill Lucas, Guy Claxton en Ellen Spencer van de Universiteit van Winchester, UK, onderzocht hoe je de ontwikkeling van creativiteit bij leerlingen het beste kunt meten. Ze hebben een methode van formatieve (diagnostische) toetsing ontwikkeld in nauwe samenwerking met een groot aantal docenten en scholen. Die methode is in twee ronden uitgeprobeerd bij 12 basis- en middelbare scholen in Engeland.

Testen op creativiteit heeft natuurlijk alleen zin als we aannemen dat creativiteit in hoge mate aan te leren is. Het is niet een mysterieuze eigenschap waarmee sommige uitverkoren individuen geboren worden. Er bestaan meer van dit soort misverstanden over creativiteit. Zo wordt vaak gedacht dat creatieve mensen geen moeite hoeven doen om iets te bereiken. Het tegendeel is waar. Creatief zijn vereist hard werken, of je nu wetenschapper, sporter, bouwkundige, musicus, automonteur of arts bent. Het vereist een grote en diepgaande (parate) kennis van het domein waarin je deskundig bent. Creativiteit bestaat ook niet op zichzelf. Van Newton is de uitspraak “If I have seen further it is by standing on the shoulders of giants.” Nieuwe gedachten (uitvindingen, kunstwerken, sportprestaties) ontstaan door samenwerking en voortbouwen op de prestaties van anderen.

Divergent denken, het vermogen meerdere ideeën te ontwikkelen vanuit verschillende gezichtspunten zonder zich te laten beperken door vooropgezette ideeën, is één aspect van creativiteit. Het andere is een combinatie van discipline, reflectie en vasthoudendheid om die ideeën ook echt tot het einde te ontwikkelen. Dat kun je de convergente tegenhanger noemen, die nodig is om creatief te zijn. Een goede creativiteitstest kijkt naar zowel divergente als convergente persoonlijkheidskenmerken, dus naast ‘speelsheid’ ook ‘focus’ en ‘doorzettingsvermogen’.

Het instrument

Het lijkt mij heel interessant om het formatieve instrument dat Lucas, Craxton en Spencer hebben ontwikkeld ook in Nederland en Vlaanderen uit te proberen. Ze hebben gekozen voor een toetsing die zowel voldoende grondig als praktisch bruikbaar is. De bedoeling van het instrument is de leerling en de docent inzicht te geven in de vorderingen op verschillende aspecten van de creatieve ontwikkeling. Ik vat hun methode hier kort samen. Iedereen die erin geïnteresseerd is raad ik aan het rapport te lezen. Het is heel leesbaar en informatief.

creativity instrument
Op deze kaart kun je aangeven hoe ver een leerling zich heeft ontwikkeld op de verschillende deelaspecten. Sommige studies onderscheiden wel 13 kenmerken van creatieve mensen. Samen met de meedenkende docenten hebben de auteurs gekozen voor een wat handzamer aantal van vijf, dat toch voldoende onderscheidend is om de ontwikkeling van een leerling te ondersteunen. Zowel de leerling als de docent kunnen deze kaart invullen en de resultaten samen bespreken.

De vijf aspecten of kenmerken van creativiteit, zoals Lucas e.a. die onderscheiden, zijn:

  • Inquisitive – nieuwsgierig. Het vermogen om interessante en waardevolle vragen te stellen. Dit wordt verder onderverdeeld in de deelkenmerken: vragen stellen, onderzoeken, kritisch zijn over aannames.
  • Persistent – vasthoudend. Naar Thomas Alva Edison: “Genius is one percent inspiration, ninety-nine percent perspiration.” Onderverdeeld in: niet opgeven bij moeilijkheden, anders durven zijn, onzekerheid verdragen.
  • Imaginitive – vindingrijk/fantasierijk. Dit is het vermogen om originele oplossingen en mogelijkheden te vinden. Onderverdeeld in: spelen met mogelijkheden, verbindingen leggen, intuïtie gebruiken.
  • Collaborative – samenwerkend. Dit is het sociale aspect van creativiteit. Onderverdeeld in: producten delen, feedback geven en ontvangen, wanneer nodig goed samenwerken.
  • Disciplined – gedisciplineerd. Dit is de tegenhanger van de ‘dromerige’, fantasierijke kant van creativiteit, namelijk de kennis en vaardigheden om tot een creatief product en expertise te komen. Onderverdeeld in: technieken ontwikkelen, kritisch reflecteren, maken en verbeteren.

De vorderingen worden in kaart gebracht door het inkleuren van de hokjes van de roos, volgens de sleutel rechts. Van binnen naar buiten worden vier niveaus onderscheiden, awakening (geringe ontwikkeling), accelerating (beginnende ontwikkeling), advancer (goed ontwikkeld) en adept (sterk ontwikkeld, rolmodel). Bij ieder deelkenmerk (bij Inquisitive – nieuwsgierig bv. vragen stellen, onderzoeken, kritisch zijn over aannames) wordt weer onderscheid gemaakt in strength (sterkte, onafhankelijkheid), breadth (breedte, creativiteit in nieuwe contexten gebruiken) en depth (diepgang).

Op grond van de uitvoerige praktijktests komen de auteurs tot de volgende aanbevelingen.

  • Het instrument kan beter niet gebruikt worden in klassen waar de lessen onder druk staan van examens. In Engeland betekent dat de methode tot de leeftijd van 14 jaar kan worden gebruikt. Ik denk dat we in Nederland hiermee wel tot in 3-vmbo, 4-havo en 5-vwo/gym kunnen werken.
  • Ook is het instrument niet geschikt voor jonge kinderen, onder de 6 jaar. Omdat het leren voor die leeftijdsgroep voornamelijk uit spel bestaat, is er ook geen grote noodzaak om creativiteit op deze manier te monitoren.
  • Het is verstandig om de indeling in sub-kenmerken aan te houden. Onderscheid op alleen de vijf hoofdkenmerken blijkt in de praktijk een te grof instrument te zijn.
  • Of het nog nodig is de creativieve ontwikkelingen te toetsen aan de hand van summatieve tests is de vraag. Ik denk dat het weinig bijdraagt en misschien zelfs remmend kan werken.

Ik ben ervan overtuigd dat we hiermee een sterk instrument hebben waarmee we de creatieve ontwikkeling van onze leerlingen van ongeveer 6 tot 16 jaar kunnen volgen. Het is een heel welkome aanvulling op ons repertoire aan didactische en pedagogische hulpmiddelen. Het kan ook bijdragen aan het ontwerpen van lesmateriaal en methoden van hoge kwaliteit. Tenslotte helpt het ons, docenten, te reflecteren over de kwaliteit van onze lespraktijk en die, zo nodig, te verbeteren.

Ik zou heel graag met een groep enthousiaste collega’s deze methodiek voor Nederland willen ontwikkelen. Wie doet mee?

Bronnen

Csikszentmihalyi, M. (1996), Creativity: Flow and the Psychology of Discovery and Invention, HarperCollins, New York.

Lucas, B., G. Claxton en E. Spencer (2013), Progression in Student Creativity in School: First Steps Towards New Forms of Formative Assessments, OECD Education Working Papers, No. 86, OECD Publishing. http://dx.doi.org/10.1787/5k4dp59msdwk-en
pdf

Creativity in schools: what countries do (or could do) by Stéphan Vincent-Lancrin, Senior Analyst and Project Leader, Directorate for Education. 20-1-2013. http://oecdeducationtoday.blogspot.be/2013/01/creativity-in-schools-what-countries-do.html

About Dick van der Wateren

Ik sta voor de klas op het Eerste Christelijk Lyceum in Haarlem en begeleid dagelijks talentvolle en begaafde leerlingen die meer uitdaging nodig hebben, of coach leerlingen die een probleem hebben waar we samen een oplossing voor vinden. Daarnaast ontwikkel ik digitaal lesmateriaal en video's voor Flip de Klas. Buiten het onderwijs heb ik een jarenlange ervaring als aardwetenschapper (o.a. in Antarctica en Afrika) en wetenschapsvoorlichter. Werken met jongeren is mijn passie. Voor mij zijn pubers zo'n beetje de leukste mensen. Ze hebben een enorme levenslust, zijn creatief, hebben originele ideeën - soms op het bizarre af - en kunnen zich nog alle kanten op ontwikkelen. Ik beschouw het als een voorrecht aan die ontwikkeling te kunnen bijdragen.

29 Reacties to “Nieuwe methode om creativiteit van leerlingen te meten”

  1. Heel interessant omdat de cultuureducatie op dit moment een onterechte legitimatie is in het onderwijs naar mijn oordeel. Het kan heel goed maar is veel te veel een aanname. Vandaar dat ik ook heel graag zou meewerken om cultuureducatie veel meer met een goede onderbouwing een geïntegreerde plek te geven in het onderwijs. En dan is dit onderzoek meer dan welkom om mee te laten werken aan het beleid van ‘Cultuureducatie met Kwaliteit ‘

    Like

  2. Het lijkt mij een mooi instrument om iets te meten, maar je moet wel de vaardigheid hebben als docent om te weten wat je meet. Er zou op zijn minst een handleiding bij moeten waarbij je weet wat bv. ‘feedback geven en ontvangen’ juist is en hoe je die gradaties in de vorderingen kunt herkennen. Anders is het een loos instrument dat heel subjectief kan ingevuld worden.
    Verder vind ik dat creativiteit vooral bestaat uit de bovenste twee nl. onderzoekend en verbeeldend – dit is het talent, de basis van creatief denken – maar dat de andere drie vormen eerder een hefboomvaardigheid zijn om dat talent te gaan ontwikkelen en effectief tot mooie resultaten te komen. Ik vind trouwens ook dat dit model met deze vormen van creativiteit vooral moet verduidelijkt worden aan de leerlingen zelf en niet louter als een model om te meten moet zijn.

    Like

    • Dank voor je reactie.
      Ik raad je aan het rapport te lezen waar ik naar verwijs. Wat jij noemt staat daar allemaal helder in uitgelegd. Als we hier met meerdere docenten aan gaan werken, wil ik eerst een workshop organiseren. Ik heb toestemming van de auteurs om dat in NL en VL te doen.
      Inderdaad is het een voorwaarde dat de leerlingen uitgelegd krijgen wat de bedoeling is. Anders heeft deze exercitie geen zin. De bedoeling is nu juist dat ze na verloop van tijd zich meer bewust worden van hun creativiteit en die verder ontwikkelen. Het is absoluut niet de bedoeling om dit instrument te gebruiken om leerlingen af te rekenen. Daar was ik, dacht ik, duidelijk in.

      Like

  3. Ik vraag me wel af of dit instrument objectief ingevuld kan worden. Is het niet te afhankelijk van de persoonlijke beleving van de docent? Wat is nieuwsgierig? Wanneer is een vraag een interessante vraag? Wanneer is een vraag diepgaand? Wat is creatief? Wanneer is een oplossing een originele oplossing? Wanneer wordt een techniek beheerst? En ga zo maar door.

    Like

    • De bedoeling is dat de docent én de leerling de kaart invullen, of in een latere versie van dit instrument, een reeks vragen beantwoorden. Objectiviteit is natuurlijk altijd een punt, maar – ik heb dat al een paar maal benadrukt – het gaat er niet om een leerling een cijfer te geven voor creativiteit, maar om de leerling en de docent inzicht te geven in de creatieve ontwikkeling en waar nodig te sturen. De gesprekken van een docent en een leerling aan de hand van de ingekleurde roos kunnen wel eens heel interessant zijn.
      Jouw bezwaar en andere bezwaren werden ook op Twitter en in emails meermaals geopperd. Je kunt je afvragen of dit een instrument is dat door alle docenten kan worden gehanteerd. Wanneer het gaat leiden tot rapportcijfers voor creativiteit zijn we verder van huis. Ook moet de docent zelf wel in staat zijn vrij en kritisch te denken en niet bang zijn voor onverwachte en nieuwe ideeën, of onvoorspelbare ontwikkelingen.
      Ik zie dit instrument daarnaast ook als een mogelijkheid voor docenten om hun eigen lessen kritisch tegen het licht te houden en om hun lesmateriaal te beoordelen. In wezen komt het neer op gewoon goede lessen, waarin alle aspecten van een leerling tot hun recht komen. In een volgende blog wil ik hierop terugkomen.

      Like

  4. Boeiende post en ik begrijp de reacties hierboven. Het gaat inderdaad meer een hulp om het leren en niet om de score Gezien ik Guy Claxton bij de auteurs zie staan, heb ik er ook veel vertrouwen in. Hij is immers auteur van het boek ‘Hare Brain, Tortoise Mind’, een prachtig werk over creatief denken en de rol die het onbewuste er in speelt.
    Een andere creativiteitstest die misschien ook te overwegen is (of als benchmark), is die van Paul Torrance (Torrance Test of Creative Thinking). Meer info: http://www.creashock.be/media/DOWNLOADS/Torrance%20Test%20of%20Creative%20Thinking%20Creativititeitstest%20TTCT.pdf
    Als lector creativiteit in de lerarenopleiding (maar ook als Innovatie Mgr) ben ik geïnteresseerd in verdere opvolging van dit thema. Het belang van creatief denken in het onderwijs kan niet genoeg onderstreept worden.

    Like

  5. Heel interessant en boeiend. Zou zo heel graag mee willen denken en ontwikkelen. Ben van mening dat het geen meetinstrument moet worden, maar dat het meer een methodiek moet zijn om de creativiteit in beeld te brengen en vooral ook aan kinderen inzichtelijk te maken ‘waar ze staan’ en op welke manier onderdelen verder ontwikkeld kunnen worden. Zodat er een wederkerigheid, interactie en verantwoordelijkheid plaatsvindt tussen leerkracht/school en kind. Het moet reflectie en metacognitieve vaardigheden op gang brengen. Zoals Dirk de Boe zegt, het belang van creativiteit in het onderwijs is zooo belangrijk, zeker nu!!!
    Start ook op de PABO’s. Maak het instrument ook zo dat studenten hun eigen ontwikkeling en creatieve vaardigheden in beeld kunnen brengen.

    Like

  6. Als niet-leraar en niet-onderwijsdeskundige, ben ik zo vrij skeptisch te zijn tegenover deze focus op creativiteit: kunnen we het meten en kan het onderwijs hier meer aan doen, zijn kwesties die mij nog een brug te ver gaan.

    Ten eerste vraag ik me af of creativiteit niet onderdeel is van intelligentie. In onderzoekstermen zou ik weleens willen weten hoeveel correlatie er bestaat tussen scores op een IQ-test (of onderdelen daarvan!) en scores op dit creativiteitsinstrument. Stel dat die groter is dan – pakweg – 67%, dan lijkt mij dat er een overbodig nieuw instrument wordt bepleit.

    Ten tweede zou ik graag willen weten in hoeverre leerkrachten in staat zijn op basis van intuitie en een beetje kennis van het begrip “creativiteit” adequaat in te schatten welke leerlingen zich meer en minder creatief gedragen (gedrag dus; of creativiteit een persoons- of persoonlijkheidskenmerk is vraag ik me af). Als ik die twee figuurtjes bekijk zie ik meteen mensen voor me. Leerkrachten zullen toch wel ongeveer weten welke leerlingen nieuwsgierig, vasthoudend, vindingrijk, cooperatief en gedisciplineerd zijn? Met een beetje moeite kan ik me nog wel een lagere schoolklas voor de geest halen en daarin de meest en minst creatieve medeleerlingen aanwijzen. Als dat meer in het algemeen op gaat, dan kun je de vraag stellen naar een andere correlatie: die tussen de spontane inschatting van de leerkracht en de uitkomsten van het instrument. Ook hier zou ik zeggen dat een hoge correlatie wijst op de overbodigheid van dit instrument.

    Ten derde lijkt mij de beste manier om creativiteit vast te stellen het verzinnen van een opgave die creativiteit vereist, een dus die je beter tot een goed einde brengt als je nieuwsgierig, vasthoudend, vindingrijk, cooperatief en gedisciplineerd te werk gaat.

    In de vierde plaats vind ik de items van het instrument vreemd: nieuwsgierig en vindingrijk komen mij voor als de kern van creativiteit: als je een van beide niet vertoont ben je duidelijk niet creatief en bij geen van beide helemaal niet. Vasthoudend, cooperatief en gedisciplineerd kan je zijn zonder een sprankje originaliteit, een kenmerk overigens dat mij intuitief als het meest wezenlijke van creativiteit voorkomt. Ik lees dit rijtje daarom als niet zonder meer cumulatief: eerst moet er nieuwsgierigheid en/of vindingrijkheid zijn, pas daarna heb je vasthoudendheid, cooperativiteit en discipline nodig om de resultaten van die eerste twee ook tot een tastbaar resultaat te brengen, een soort multipliers dus.

    Ten vijfde overweeg ik nog het volgende: hoe zullen dit begrip en dit instrument uitwerken bij mensen in het autistisch spectrum (mijn specialisatie). Hun denken kenmerkt zich veelal door een grote voorkeur voor systematische verschijnselen: ze kunnen veel beter omgaan met fenomenen die de vorm hebben “als a, dan altijd b” dan met verschijnselen als “als a dan b of c of d”. Ofwel: natuurkunde en wiskunde ligt hen veel beter dan psychologie. Ze kunnen (generaliserend) veel hoger scoren op vasthoudendheid en discipline dan de meeste mensen en scoren bijna per definitie erg laag op cooperatie. De hamvraag is hoe het met hun vindingrijkheid en nieuwsgierigheid is gesteld. Mijn idee is: die kunnen beide erg groot zijn, mits in een gesloten systeem. Vertoon hun een menselijk probleem of (zoals is gebeurd) een dramatische film zoals “Who is afraid of Virginia Woolf” en ze snappen daar helemaal niets van. Vertoon hun de structuurformule van een organische stof en ze ontdekken wat isomeren zijn waar je bij staat. M.a.w: hun creativiteit komt stukken beter tot zijn recht dan bij de meeste niet-autisten in gesloten systemen en totaal niet in open systemen. Mensen die veel ambiguiteit en cognitieve dissonantie kunnen verdragen en kunnen spelen met paradoxen, reken ik intuitief tot de meest creatieve, maar anderzijds kan ik niet ontkennen dat anderen die rigide denken, geplaatst in de juiste probleemcontext net zo of zelfs veel creatiever kunnen zijn. Wat dit onderwerp betreft, heb ik nog geen conclusies, maar wel een vraag: zou het kunnen dat creativiteit iets anders is in diverse contexten? (Voor het geval iemand zich afvraagt hoe relevant het is om aan het autistisch spectrum te denken: dat spectrum is het uiteinde van een continuum waar we allemaal op zitten en deze kwestie raakt daarom iedereen.)

    Ik ga nog eens door het proefschrift van A.D. de Groot over het denken van de schaker (dat op het internet blijkt te staan) heen bladeren om meer zicht te krijgen op deze laatste kwestie.

    Bottom line: ik ben nog lang niet overtuigd van de theoretische en praktische waarde van dit creativiteitsinstrument.
    (Voor Dick: in plaats van me voor antwoord op sommige vragen naar het hele rapport te verwijzen, hoor ik die antwoorden liever van jou.)

    Like

    • Hallo Flip.
      Zoals gewoonlijk stel je me weer niet teleur en kom je met een uitvoerig en doorwrocht antwoord, of – creatief als jij bent – met een reeks vragen. Ik zal je niet doorsturen naar het rapport van Lucas et al., maar jou (en de vele andere commentaren) antwoorden in een volgende post.
      Voor nu: uit je vragen maak ik op dat je ervan uitgaat dat het een instrument is om leerlingen te beoordelen. Niets is minder waar, wat mij betreft. De Britse auteurs laten de mogelijkheid open om het ook als summatief beoordelingsinstrument te gebruiken. Ik zie het vooral als een instrument om drie dingen te bereiken: 1) coaching van leerlingen bij het ontwikkelen van hun creatieve vermogens. Daarbij gebruiken ze het om te refelecteren op hun leeractiviteiten; 2) coaching door de docent door middel van feedback in een gesprek over de door beiden gegeven scores; 3) reflectie door de docent op zijn of haar lessen en de gebruikte leermiddelen.
      Dat laatste is niet het minst belangrijk. Om leerlingen te helpen zich bewust te worden en het ontwikkelen van hun creativiteit is het een voorwaarde dat de docent dat ook doet. Je moet er niet aan denken dat iemand heel schoolfrikkerig cijfertjes gaat uitdelen die zelf helemaal niet creatief denkt.
      De rest volgt in mijn volgende post over dit onderwerp en in de workshop die ik bij The Crowd wil opzetten.

      Like

  7. renske doorenspleet Beantwoorden 15/02/2013 at 10:56

    Heel erg bedankt! Enorm interessante ontwikkelingen allemaal. Ik heb de indruk dat hier op basisscholen in Engeland (ik woon in Engeland) er veel meer aan creativiteit wordt gedaan. Totdat de kinderen ongeveer 14 zijn, en dan is er opeens een enorme focus op cognitieve testen en de ‘goede antwoorden’ geven, heel jammer.

    Like

    • Ik denk dat het voor Nederlandse scholen ook wel opgaat, dat er relatief meer ruimte is voor creativiteit in het basisonderwijs, al zit hem dat dan helaas het minste in een vak als rekenen, waar dat nu juist het hardst nodig is. Op de middelbare school wordt dat nog erger. Voor de meeste vakken leren de kinderen voornamelijk truuks om de juiste antwoorden te vinden. Door allerlei oorzaken, o.a. de schoolboeken, leren we kinderen niet – of te weinig – hoe ze de juiste vragen moeten stellen. Dat is niet bepaald motiverend.
      Dit raakt aan een probleem waar ik me allang zorgen over maak – en ook over geschreven heb – dat veel kinderen, vanaf de fase dat ze als kleuterwetenschappers de wereld ontdekken tot de late puberteit, een proces doormaken waarbij ze een groot deel van hun nieuwsgierigheid, plezier in leren en creativiteit kwijtraken. Het schrijnendst is dat bij (hoog)begaafden, die daardoor kunnen gaan onderpresteren en ongelukkig worden.

      Like

  8. Ja, ik wil graag meedoen, nadat ik meer info heb over de werkwijze!

    Like

  9. Dank. Ik blijf graag betrokken en ben benieuwd of we kunnen samenwerken. Vanuit Cultuureducatie voor Kwaliteit faciliteer ik als (deel)penvoerder een Community of Practice voor de Provincie Gelderland, waarin enkele project(initiatieven) die over meten en merken van creativiteit gaan.

    Like

  10. Beste Dick en anderen,

    Ik reageer een jaar nadat Dick zijn eerste bericht over het meten van creativiteit postte.
    Jullie zijn in mei bij elkaar geweest en ik ben benieuwd of er naar aanleiding van die ongetwijfeld inspirerende bijeenkomst verdere ontwikkelingen te melden zijn. Als docent beeldende vorming en CKV in het Engels ben ik bezig met het vergroten van het bewustzijn van de ´thinking skills´ van mijn leerlingen. In dat kader wil ik antwoord zoeken op de volgende vragen: Hoe leg je de nadruk op het creatieve denkproces van leerlingen en hoe neem je dat mee in de (formatieve) beoordeling? Hoe zorg je ervoor dat de leerling of cursist het belang van vastlegging en evaluatie van het eigen creatieve denken inziet? Hoe kun je daardoor de mening over het belang van het onderwijzen van creatief denken beïnvloeden (bij de leerling zelf en bij docenten)?

    Ik heb het onderzoek uit Winchester gelezen en wat ik interessant vind is dat docenten die geïnteresseerd zijn in creativiteit huiverig lijken voor de beoordeling ervan. Men is in elk geval niet op zoek naar een vergelijkingsmodel waarmee de creativiteit van leerlingen becijferd wordt. Wel zou aandacht voor de ontwikkeling van creatief denken bij scholieren middels een formatief beoordelingskader de waardering voor deze vaardigheid (op scholen, binnen het onderwijs?) kunnen verhogen.
    Daarom wil ik het instrument graag uitproberen op mijn school. Ik ben benieuwd naar de meningen van docenten en leerlingen over het belang van de vaardigheid creatief denken? Zou die mening veranderd zijn na het gebruiken van het meetinstrument (en komt dat door het gebruik van het meetinstrument of door iets anders)?

    Graag hoor ik van jullie.

    Like

    • Hallo Jantien
      Misschien kunnen we daar beter eens over praten. Ik heb nog steeds plannen voor een workshop met The Crowd (crowd.nl). Anders bellen? Stuur, als je wilt, je emailadres in een reactie op de pagina ‘Contact’ van deze blog.
      Groet
      Dick

      Like

      • Jantien Spijker 18/02/2014 at 16:28

        Hallo Dick,
        Ik heb mijn email adres in een reactie op ‘Contact’ achter gelaten.
        Groet,
        Jantien

        Like

Trackbacks/Pingbacks

  1. Actuele ontwikkelingen in kunst- en cultuureducatie | Knappe Koppen - 06/03/2013

    [...] Creativiteitstoets (OECD) [...]

    Like

  2. Creativiteit meten? Een oproep tot ontwikkeling. | vindingrijk - 16/03/2013

    [...] Dick van der; Nieuwe methode om creativiteit van leerlingen te meten , 9 februari 2013, [...]

    Like

  3. Creativiteit toetsen – workshop van TheCrowd.nl | Dick van der Wateren's Blog - 20/04/2013

    [...] en ook zou moeten meten werd naar aanleiding van mijn post op de groepsblog Onderzoek Onderwijs Nieuwe methode om creativiteit van leerlingen te meten soms fel gediscussieerd. Ik schreef daar over een methode die door een Britse onderzoeksgroep was [...]

    Like

  4. Creativiteit toetsen – workshop van TheCrowd.nl | Blogcollectief Onderzoek Onderwijs - 22/04/2013

    [...] je creativiteit kunt en ook zou moeten meten werd naar aanleiding van mijn post op deze groepsblog Nieuwe methode om creativiteit van leerlingen te meten soms fel gediscussieerd. Ik schreef daar over een methode die door een Britse onderzoeksgroep was [...]

    Like

  5. Hoe meet je creativiteit bij leerlingen? - 17/05/2013

    […] stond een feedbackinstrument dat is ontwikkeld in Engeland. Zie de bespreking van het instrument. LINK We waren met een heterogeen groepje: docenten, schoolleiders, bevorderaar kunsteducatie en een […]

    Like

  6. Nieuwe methode om creativiteit van leerlingen t... - 03/06/2014

    […] Door Dick van der Wateren Wie mijn vorige posts gelezen heeft (op deze blog en hier), zal het niet ontgaan zijn dat ik creativiteit in het onderwijs, zowel in het onderwijzen als in het leren, heel…  […]

    Like

  7. Is creativiteit in het VO meetbaar? | marco bakt didact Blog - 14/09/2014

    […] http://onderzoekonderwijs.net/2013/02/09/nieuwe-formatieve-toetsen-om-creativiteit-te-meten/ […]

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 2.343 andere volgers

%d bloggers like this: