Online tekstbegrip geïntegreerd in alle vakken

Eind november wierp Jeroen Clemens op ons blog een steen in de vijver met Online tekstbegrip: Nederlands als sultan in de harem.

Jeroen snijdt in zijn post taalbeleid aan, een onderwerp waar ik al jaren mee bezig ben.
Janien Benaets haalt daar in haar reactie taalgericht vakonderwijs bij. Voor de helderheid: taalbeleid is beleid, dus planvorming. Een school kiest er bijvoorbeeld voor om in alle vakken explicieter aan taalverwerving te werken. Het beleidsplan op taal wordt dan geconcretiseerd en per leerjaar zou dan de focus anders kunnen zijn. In ieder geval worden de ideeën uitgewerkt in een plan, een taalbeleidsplan. Taalgericht vakonderwijs is de uitwerking van dat beleidsplan, taalgerichter werken in alle vakken. Het houdt in dat in ieder vak ook taal wordt onderwezen. Nu moeten we dat onderwijzen niet te letterlijk willen nemen, Nederlands wordt onderwezen bij het schoolvak Nederlands, maar Nederlands is de voertaal in alle vakken, er wordt gesproken, gelezen en geschreven in het Nederlands en daar moet dus ook expliciet feedback op worden gegeven.

Je moest het in de jaren zestig of zeventig niet in je hoofd halen om bij aardrijkskunde of een ander vak iets in te leveren dat niet goed was opgebouwd of wemelde van de spelfouten. De spelfouten werden allemaal aangestreept. Waren het teveel fouten, dan kreeg je je werk zonder cijfer terug. Een kwestie van herschrijven, fouten verbeteren en weer inleveren. Vermoedelijk kreeg je puntenaftrek, want het werk werd na de uiterste inleverdatum ingeleverd.
Nu horen we docenten Nederlands (en van andere vakken) steen en been klagen over het erbarmelijke taalgebruik van hun leerlingen. Ik zeg dan: doe er wat aan!

Taalbeleid is natuurlijk breder dan het signaleren van structuur- of spelfouten.
Bij een goed uitgewerkt taalbeleidplan spreekt iedereen in de school dezelfde taal en past iedereen dezelfde taaldidactische interventies toe.
In de meeste taalbeleidsplannen komen scholen vaak niet verder dan een paar speerpunten zoals het samen verantwoordelijk zijn voor de opbouw van de woordenschat en het aanstrepen van spelfouten. Taalbeleid zou echter veel meer moeten inhouden, dus ook online tekstbegrip.

Bij Nederlands leren leerlingen dat signaalwoorden handige woordjes zijn om de structuur van teksten te herkennen. Het zou heel handig zijn als andere vakken ook weten wat die structuurwoorden zijn om hun leerlingen te helpen lastige vakteksten te doorgronden. De vakdocenten zouden daar dus er een beroep op moeten doen als zij met leerlingen teksten lezen. Doen vakdocenten het niet, dan komt er van de broodnodige transfer niets terecht, dan zien leerlingen die signaalwoorden als het speeltje van de docent Nederlands. Transfer wordt slechts bereikt als ook buiten het vak waar het wordt aangeleerd er een beroep op wordt gedaan.
Het is ook handig als de docenten moderne vreemde talen dezelfde taal spreken. Signaalwoorden worden bij Engels ‘linking words’ genoemd (hoewel ik in de VS heb gezien dat ze soms ‘signal words’ gebruiken) en bij Frans noemen ze dit ‘structuurwoorden’. Het is echt handiger om in de onderbouw dezelfde terminologie te gebruiken en daar pas in de bovenbouw onderscheid in aan te brengen (als je dat zo nodig wilt). Maak er afspraken over, leg het vast in het taalbeleidsplan en informeer nieuwe docenten over deze afspraken.

Bij Nederlands moeten leerlingen verschillende tekstsoorten leren schrijven, maar schrijven leer je alleen als je het heel vaak doet. Bovendien moet je leren dat je er met één versie niet bent. Je tekst moet even rusten, je moet er later nog eens kritisch naar kijken en daarna de tekst verbeteren. Of, nog beter, je laat de tekst aan iemand anders lezen en herschrijft je tekst op basis van commentaar.

Om goed te leren schrijven moet je meters maken. Die meters kunnen leerlingen niet alleen maken bij Nederlands. Docenten Nederlands zeggen dat zij hun leerlingen wel vaker zouden willen laten schrijven, maar ze lopen dan aan tegen stapels corrigeerwerk. In mijn ogen vallen die stapels nakijkwerk wel mee als je wat creatiever omgaat met nakijken, corrigeren en becijferen, maar docenten Nederlands hebben wel een belangrijk punt als ze zeggen dat er in andere vakken ook geschreven wordt en dat dit meer kan worden benut. Daar zou je nu mooie afspraken over kunnen maken en uitwerken in een taalbeleidsplan.

Welk vak schrijft welk product in welke fase van het jaar en in welke leerjaar. Toegegeven, hiermee haal je veel vrije ruimte van docenten weg, maar het gaat toch om het resultaat dat telt, dat leerlingen beter leren schrijven? Leerlingen laten oefenen met veel verschillende tekstsoorten, dat lukt toch alleen als je daarvoor alle vakken benut?
Dan moet je toch ook goede afspraken maken dat er een ruime verscheidenheid aan tekstsoorten aan bod komt?
Als docenten leerlingen in hun eigen vak kunnen ondersteunen bij het herkennen van tekststructuren kunnen ze ook gerichte feedback geven op teksten die hun leerlingen schrijven voor hun vak. Bovendien, leerlingen leren veel van elkaar, juist als ze teksten van elkaar kritisch onder de loep moeten nemen, maak daar ook gebruik van.

Terug naar online tekstbegrip. Laten we beginnen met alle docenten te informeren wat de belangrijkste leesstrategieën zijn die leerlingen moeten toepassen bij gedrukte teksten en dat meteen uitbreiden naar online teksten. Docenten Nederlands kunnen hier het voortouw nemen door hun collega’s te informeren. Als zij zelf goed kunnen modellen en goed op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op dit terrein kunnen zij hun collega’s trainen.

Stap 1
Bij gedrukte én online teksten is de eerste en belangrijke stap voorkennis activeren voordat je leest! Bij voorkeur wordt de te lezen tekst nog niet uitgedeeld of getoond! Het gaat namelijk om de reeds aanwezige kennis los te weken in het eigen koppie en dat lukt niet als leerlingen de tekst gaan skimmen. Dan slaan ze dat belangrijke stukje over.
De titel van de tekst op het bord zetten en inventariseren. Eventueel neem je de tussenkopjes (of hyperlinks) ook over met een afbeelding die in de tekst staat, of een tabel. Waar gaat dit over? Waar zal dit over gaan? Wat zou je willen weten als je deze titel ziet? Als je deze tabel ziet? Wat denk je dat, wat wil je weten, wat weet je al?
Je geeft eerst 1 minuut denktijd en zo benoem je die tijd ook voor leerlingen, dan 1 minuut om op te schrijven en vervolgens wijs je leerlingen aan. Nee, geen vingers natuurlijk. Vraag:’Ben je het met … eens, waarom wel/niet, kun je de voorspelling van … aanvullen?’.

Stap 2
De tweede stap is een gezamenlijke voorspelling doen. Er is het een en ander gezegd, maar welke voorspelling ga je samen toetsen terwijl je leest? Met de leerlingen kies je één of twee voorspellingen uit, die staan centraal bij het lezen van de tekst. Je spreekt vervolgens over ONZE voorspelling.
Deze manier van het introduceren van teksten, of dat nu gedrukte teksten zijn of online teksten, bevordert actieve deelname, het bevordert interactief lezen. Leerlingen willen gewoon hun voorspelling toetsen, klopt mijn voorspelling?

Stap 3
Tijdens het lezen doe je bij voorkeur in de beginfase regelmatig hardop voor hoe je je voorspelling toetst. Je stopt bij iedere alinea, je focust op verbindingswoorden of signaalwoorden in de tekst en doet hardop voor welke relaties je legt.
Het is een kunst om leerlingen te leren dat een voorspelling niet hoeft te kloppen. Je kunt het bij voorspellen namelijk niet goed hebben, je kunt het goed hebben, maar het hoeft niet. Dat moet je dus hardop voordoen om het voor leerlingen inzichtelijk te maken dat een foute voorspelling heel belangrijk kan zijn: ‘Kijk, WIJ hadden voorspeld dat (…), maar nu blijkt dat (…), dat hebben WE dan toch maar geleerd door ONZE voorspelling te toetsen’. Door teksten regelmatig zo te behandelen, gaan leerlingen zelf ervaren dat voorkennis activeren en voorspellen van de inhoud goed werkt om meer uit een tekst te halen.

Ik heb hier drie leesstrategieën besproken, er zijn er nog een paar, maar het gaat mij om het voorbeeld. Taaldidactiek, of dat nu leesdidactiek (online of niet) of schrijfdidactiek betreft, moet onderdeel zijn van alle vakken. Bij het schoolvak Nederlands wordt het onderwezen, maar andere vakken maken er gebruik van, ze passen het toe.

 

Vooralsnog moeten we het dus doen met nascholing op geïntegreerde taaldidactiek. Regelmatig verzorg ik trainingen aan kleine groepen geïnteresseerde docenten over bijvoorbeeld leesdidactiek of schrijfdidactiek en bij voorkeur worden daar dan een paar lesbezoeken aan vastgeknoopt, zodat bij iedereen in de klas wordt gekeken hoe het gaat. Dat wil zeggen dat er positief wordt bekrachtigd en dat tips kunnen worden gegeven om er nog beter in te worden. Kies je eigen aanbieder, maar zorg er zelf voor dat het een nascholingstraject wordt en geen eenmalige bijeenkomst. Het is erg lastig jezelf bij te sturen als je eigenlijk niet precies weet of je het goed in praktijk brengt.

Ook ontwikkel ik inhoudelijke lessenseries met geïntegreerde taaldidactiek. Het is materiaal dat meerdere doelen dient. Voor leerlingen zijn het lessen waarin ze veel algemene basiskennis en schooltaalwoorden leren, zodat ze schoolvakken beter kunnen volgen. Ze oefenen met schrijven om te leren schrijven en schrijven om te leren, om de verworven kennis te verwerken. Maar docenten die werken met zo’n module, ervaren hoe geïntegreerde taaldidactiek werkt. In de handleiding worden tips gegeven, welke vragen ze moeten stellen, wat ze wel en niet hardop voor moeten doen, hoe ze het schrijfproces in stappen begeleiden. Heb je met twee of drie modules gewerkt, dan heb je kennis gemaakt met handige (taal)didactische structuren die je in je eigen lessen kunt inpassen.
Ga dus op zoek naar goed voorbeeldmateriaal, zodat je ervaart hoe taal en vak gecombineerd kunnen worden.
Geïntegreerde taaldidactiek, een kwestie van willen en doen!

Marijke Kaatee

Robert Marzano, De Kunst en Wetenschap van het lesgeven, 2012
John Hattie, Visible Learning, a synthesis of over 800 meta-analyses relating to achievement, 2009
Voorkennis activeren is een van de belangrijkste ‘evidence based’ strategieën voor begrijpend lezen die veelvuldig geoefend moeten worden voordat ze zijn geïnternaliseerd, zie Kees Vernooy en Joop Stoeldraijer, 2007.
Jentine Land, Zwakke lezers, sterke teksten, proefschrift 2010, Universiteit van Utrecht
H. Blok en A. van Gelderen, Het verbeteren van een geschreven tekst door leerlingen uit de bovenbouw van het basisonderwijs, in Pedagogische Studiën, jrg 71, nr 1, p. 4-15
Theo Pullens, ‘De stand van zaken in het schrijfonderwijs op de Nederlandse basisschool, In: Tijdschrift Taal, jaargang 1, nummer 2, 2010, p 12-16
Amos van Gelderen, Anita Oosterloo en Harry Paus ‘Waarheen, waarlangs, tot waar’ In: Tijdschrift Taal, jaargang 1, nummer 2, 2010, p 6-11.
Kees Vernooy, Effectieve instructie in leesstrategieën, 2010
Stephanie Harvey en Anne Goudvis, Strategies that Work. Teaching Comprehension to Enhance Understanding, Pembroke Publishers, Ontario, 2000
Robert Marzano en Wietske Miedema, Dimensie 1 In: Leren in vijf dimensies, 2010

About Marijke Kaatee

Onderwijsadviseur, taalexpert. Ik ondersteun scholen. Planvorming, implementatie en uitvoering van taalbeleid, taal in de vakles, integratie van taal en digitale middelen in vaklessen en toetsconstructie. Mijn uitgangspunten zijn: - kijken naar leerlingen en uitgaan van hun behoefte - docenten alles uit zichzelf laten halen wat er in zit - docenten hulpmiddelen geven om kennis te maken en ervaring op te doen met effectieve didactische structuren in lessen.

6 Reacties to “Online tekstbegrip geïntegreerd in alle vakken”

  1. Integratie van Nederlands binnen alle vakken vind ik als docent verpleegkunde zeker van belang. Onze studenten vullen een taalportfolio met verslagen, video´s gespreksvoering, presentaties etc. De docent verpleegkunde geeft feedback op deze opdrachten. De tijd die ik heb voor het geven van feedback blijft hetzelfde. Dat betekent dat ik minder beroepsinhoudelijke feedback geef en meer op taal. Bij de scripties beoordeel ik één pagina van het verslag op Nederlands (zinsopbouw, tekstopbouw, gramatica, spelling, interpunctie, hoofdletters). Dat is goed te doen. Bij video´s ´gesprekken voeren´ moet ik de video twee keer bekijken. Het is de bedoeling dat studenten eerst zelf beoordelen en feedback vragen aan peers.
    Graag hoor ik van je hoe ik hier efficiënter mee om kan gaan.

    Like

    • Zo te lezen ga je hier zelf al heel efficiënt mee om!
      Je zou studenten ook elkaars geschreven werk kunnen laten bekijken voordat zij het inleveren en de tijd geven om ht werk te herzien. Het is opmerkelijk dat leerlingen/studenten werk van anderen veel kritischer benaderen dat hun eigen werk. Ze oefenen zo wel in het kritisch bekijken van geschreven teksten en daar maken ze de volgende keer toch gebruik van als ze zelf schrijven Verder kunnen ze van het werk van anderen ook leren. Leren is soms ook gewoon goede dingen nadoen.

      Like

  2. Op “meters maken” voor Nederlands: ik heb samengewerkt met collega’s economische wetenschappen, chemie, godsdienst (3e graad aso – bovenbouw vwo). ‘Vakoverschrijdend werken’ heette dat. Voor die vakken moesten de leerlingen ook ‘onderzoek’ doen, informatie zoeken en verwerken, teksten schrijven, mondeling presenteren. In collegiaal overleg bespraken we de opdrachten, de tekstsoorten, de eisen en zwaarte van het werk, de evaluatie met de aandachtspunten en gewichten voor elk vak. Tout court: de leerlingen wisten duidelijk waar ze aan toe waren en wat door wie beoordeeld werd: twee vliegen in een klap. Het werk ‘telde’ zowel voor chemie als voor Nederlands: elk vak had zijn eigen focussen en criteria. Voor de beoordeling van de mondelinge presentatie voor chemie bijvoorbeeld regelden we het zo ik kon ‘visiteren’ in de chemieles. De evaluatie gebeurde in samenspraak met de collega en de klas.

    De vakoverschrijdende samenwerking vroeg dus wel extra ‘praktische’ regelingen, overleg, en afspraken die moesten vastgelegd in protocollen. Dat gebeurde ‘na de uren’. Maar al die extra tijd loonde echt wel de moeite voor allen, zowel voor leerlingen als voor leraren.

    Wellicht trap ik met mijn reactie open deuren in. Het is echt niet nieuw of revolutionair wat ik hier vertel. Ik wilde gewoon even wat praktijkervaring ‘uit de gracht halen’. Open deuren? Oude koeien? Help! zou ik deze reactie wel plaatsen? Ik doe het toch maar onder het motto ‘baat het niet dan sch … Deleten dan maar, beste moderator.

    Like

  3. Nee, plaatsen! Een goed voorbeeld doet volgen? Het is inderdaad niet revolutionair of nieuw, maar het gebeurt vrij weinig.

    Like

Trackbacks/Pingbacks

  1. Online tekstbegrip, taalbeleid en mediawijsheid - Jeroen Clemens edublog - 21/01/2013

    […] Onderzoek Onderwijs tot de variant Nederlands als sultan in de harem. Een tweede interessante reactie is van Marijke Katee op het Blogcollectief Onderwijs en Onderzoek waarin zei stelt dat tekstbegrip en […]

    Like

  2. Online tekstbegrip, taalbeleid en de rol van Nederlands « Blogcollectief Onderzoek Onderwijs - 21/01/2013

    […] blog is gedeeltelijk een reactie op de blog van reactie is van Marijke Kaatee en is eerst verschenen op mijn […]

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 2.442 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: