Excellent onderwijs voor excellente leerlingen

Hoewel ik zelf in verschillende bio’s (bv Twitter en op deze blog) stel dat ik me vooral bezig houd met ICT in het onderwijs, informatievaardigheden, Ipads en hippe 21st century skills, mag ik me sinds september ook bezighouden met onderwijs aan excellente en hoogbegaafde leerlingen. Deze twee projecten liepen al, en zijn me in de schoot geworpen. Ik vind het cadeautjes! Nu wil ik niet zeggen dat ik meteen alles weet van hoogbegaafdheid en excellentie, maar in deze blogpost wil ik graag mijn praktijkervaring delen. Met alle discussies die we hier en op andere plekken hebben over dit onderwerp, lijkt het me een mooie toevoeging.

Het ene project (Excel Kwadraat, met als promovenda Elma Dijkstra) richt zich op de kleutergroepen en groep 3 van het reguliere onderwijs. Doel van het project is om excellente leerlingen binnen 6 weken na start op school onderwijs te bieden op hun niveau. Eigenlijk is dat natuurlijk het streven voor alle leerlingen, maar in dit project richten we ons vooral op excellente leerlingen. Het tweede project richt zich op Leonardoscholen, scholen speciaal gericht op hoogbegaafde kinderen. Doel van het project is het diagnostisch verhelderen van onderwijs en leren, het realiseren van juiste niveaus en optimale sociale, emotionele en cognitieve leervorderingen.

‘Stappenplan’ voor excellent onderwijs

In beide projecten werken we samen met de leerkrachten, IB’ers en directie aan een behoorlijk ingrijpende onderwijsverandering. Heel kort gezegd streven we naar:

Bepalen van beginkenmerken leerlingen door ouders en leerkracht (screening)
Diagnostiek via kwaliteiten leerarrangementen
Instructie per competentiegebied, groep, groepje
Sociaal constructief, nadruk op zelfregulering
Organisatie per competentiegebied op/boven niveau
Leren over groepen/leerjaren heen

In normaal Nederlands doen we het volgende: omdat het belangrijk is om leerlingen onderwijs te bieden op of boven hun niveau, is het van belang dit niveau zo snel mogelijk te bepalen. Vooral excellente en hoogbegaafde kinderen kunnen probleemgedrag gaan vertonen als ze geen onderwijs op hun niveau krijgen. Onderpresteren, gedragsproblemen, zich onbegrepen voelen. Soms passen ze zich aan aan wat er van hen verwacht wordt, maar op langere termijn kan dit voor problemen zorgen. Dit aanpas- en/of probleemgedrag kan al na de eerste paar weken op school starten.

Het snel vaststellen van het niveau is dus van belang. Ouders kunnen daartoe voor dat hun kind begint op school een screening invullen. Zij beantwoorden dan vragen over hun kind, in vergelijking met andere kinderen. Bijvoorbeeld: In vergelijking met leeftijdgenoten, is een kenmerk van het kind: moeilijke woorden willen begrijpen. In vergelijking met leeftijdgenoten, is een kenmerk van het kind: interesse in getallen/cijfers. In vergelijking met leeftijdgenoten, hoe zal het zich voor school inspannen? Deze en andere vragen (over bijvoorbeeld creativiteit, zoals in deze post werd beschreven) worden beantwoord met een 5-puntsschaal van minder tot meer.

4 weken na start op school vult de leerkracht dezelfde vragen in. Vervolgens is er een gesprek tussen leerkracht en ouders. Leerlingen die veel vieren en vijven scoren (en dus in vergelijking met leeftijdsgenoten meer/andere interesses hebben of al meer kunnen) kunnen waarschijnlijk meer aan dan het basis curriculum in groep 1 en 2. Door middel van observaties, peilingsspellen en genormeerde toetsen kan het niveau bepaald worden. (Dit is geen pleidooi voor vaker toetsen, maar die discussie voeren we wel in een andere post.)

Belangrijk is, dat vervolgens ook onderwijs en materiaal op dat niveau wordt aangeboden. Dat houdt in dat leerlingen die daar aan toe zijn, in groep 1 en 2 ook toegang moeten hebben tot materiaal uit groepen 3 en 4, en mogelijk zelfs verder. Dat betekent dus dat leeftijdsgebonden onderwijs losgelaten moet worden en leerlingen op basis van niveau met elkaar samenwerken.

Reacties uit de praktijk

Van leerkrachten vereist dit een goede diagnostiek van het niveau van de leerling, kennis van leerlijn en vakinhoud, kennis van welke speel-/leermaterialen aan welk leerdoel voldoen en hoe en voor welk niveau ze ingezet kunnen worden.

Wat we zien op scholen waar we deze innovatie samen met leerkrachten vormgeven is een angst voor die verandering. Vaak wordt er gezegd dat het organisatorisch niet mogelijk is, omdat er dan instructiemomenten op verschillende niveaus moeten worden gegeven, leerlingen misschien motorisch nog niet ver genoeg ontwikkeld zijn om naar groep 4 te gaan, er niet genoeg mankracht is. De oplossing die wij hier voor voorstellen is het materiaal geordend in de kasten plaatsen zodat leerlingen zelfstandig kunnen werken met het materiaal. Een school schrijft hier zelf over:

We zijn begonnen met de rekenkast. We hadden een document waarin de gehele leerlijn rekenen beschreven stond voor groep 1 en 2. Aan de hand van die leerlijn hebben we gekeken welke materialen pasten bij bepaalde opdrachten en momenten in deze rekenleerlijn. Op die manier zijn de materialen geplaatst van makkelijk naar moeilijk. Dit hebben we eerst op papier gezet en vervolgens hebben we het daadwerkelijk in de kasten geplaatst. Daarna hebben we alle materialen voorzien van een sticker met een cijfer en puntjes erop. Dit geeft aan waar het materiaal in de kast moet staan en welk niveau het materiaal heeft. Stickers met een ster geven aan dat het uitdagender materiaal is voor de leerlingen die meer aankunnen en niet alle stappen van de leerlijn hoeven te doorlopen. Wel is het zo dat we het eerst een periode uitgeprobeerd hebben voor we de definitieve stickers erop plakten. We wilden eerst proberen of de indeling goed was. Een reguliere leerling begint bij het eerste spel/materiaal. Indien dit beheerst wordt, kan de leerling door naar de volgende stap. Zo is de indeling van de leerlijnen letterlijk terug te vinden in de kasten.

De leerlingen pakken zelf materialen uit de kast. De leerkracht heeft aangegeven van welke plank ze moeten pakken. Ook zetten ze het zelf weer terug op dezelfde plek. Via het planbord wordt aangegeven welke leerlingen gaan werken met de kasten. De leerkracht begeleidt deze leerlingen en observeert hoe ze de opdrachten maken. Wanneer de leerlingen vragen hebben, kan de leerkracht ze helpen. Wanneer de leerlingen klaar zijn met een opdracht, moeten ze eerst het laten ‘nakijken’. De leerkracht controleert of de taak goed uitgevoerd is. De leerling plaatst dan zelf het materiaal weer terug en tekent zelf af welk materiaal gedaan is. Excellente leerlingen werken op dezelfde manier. Zij kiezen echter alleen uit de materialen met een ster erop. Als er een verkeerd werkje wordt gepakt, wijst de leerkracht hen daar op.

Uit dit voorbeeld blijkt wel dat we, ondanks de aanvankelijke angsten, een enorme inzet zien van leerkrachten om die angst opzij te zetten en te werken aan excellent onderwijs voor alle leerlingen. En het werkt:

Hierbij stuur ik jullie een foto van X, de kleuter die ik had ingebracht onze laatste bijeenkomst. Hij maakt nu elke dag een bladzijde groep 4 sommen uit het B-boek. Toen ik het hem voorstelde riep hij: ‘Yes, elke dag een bladzij!’ Toen hij een dag ziek was, wilde hij persé de volgende dag de bladzijde inhalen. Goed om dit mee te maken, hier doen we het voor!

Voorlopige conclusie

Wanneer leerlingen op eigen niveau kunnen werken, zullen de echt excellente en hoogbegaafde leerlingen sneller door de basisstof kunnen. En dan is er veel ruimte voor projecten rondom hun eigen interesses. Zoals Dick al schreef: ‘Ze voelen zich gezien en erkend, ze worden uitgedaagd op een terrein waar hun passie naar uit gaat, ze zijn gelukkiger.’
Het succes van ons project meten we dus ook niet uitsluitend af aan hogere cijfers, maar meer aan verandering op sociaal-emotionele variabelen: werkhouding, sociaal gedrag, emotioneel gedrag, en (onder)presteren.

We hopen met deze projecten te laten zien dat onderwijs anders kan, leerlingen daar baat bij hebben, en dat Nederland zeker wel excellente leerlingen heeft, maar ze tot op heden niet altijd tot bloei kwamen!

Amber Walraven

About amberwalraven

I am an educational researcher with a pasion for ICT, information and media literacy, integrating technology in school, mobile learning, Ipads and so on and so on. Most of my research is done together with teachers and involves designing, implementing and evaluating educational innovations. After my PhD (on integrating information skills in education), I worked as an assistant professor at the University of Twente. I recently started working at the ITS Radboud University Nijmegen as a senior researcher.

14 Reacties to “Excellent onderwijs voor excellente leerlingen”

  1. Weer een fijne post om de lesvrije periode mee te beginnen.
    Een paar kanttekeningen.
    1. Hoera! Dit soort projecten is precies wat het onderwijs nodig heeft. De aanpak van (hoog)begaafde kinderen moet al in de onderbouw van het basisonderwijs beginnen. Zie bijv. mijn posts http://onderzoekonderwijs.net/2012/10/24/wat-gaat-er-mis-met-onze-kleuterwetenschappers-wanneer-ze-naar-school-gaan/ en http://onderzoekonderwijs.net/2012/11/02/wat-gaat-er-mis-met-onze-kleuterwetenschappers-op-school-en-wat-doen-we-eraan/.
    2. Hetzelfde geldt voor onderpresteren, een probleem dat tot veel persoonlijke en maatschappelijke schade leidt – een van de grootste uitdagingen van het onderwijs. Onderpresteren ontstaat in het basisonderwijs en daar kun je er meteen wat aan doen. In het vo is dat veel lastiger en valt dit gedrag vaak nauwelijks meer te veranderen. Ik kan iedereen (leerkrachten en ouders) het boek van Saskia Bruyn, Onderpresteren op de Basisschool, aanraden. Zie http://onderzoekonderwijs.net/2012/09/13/onderpresteren-op-de-basisschool-door-saskia-bruyn-boekbespreking/
    3. Ik zou oppassen met het gebruik van het begrip excellent. In mijn ervaring kan dat tot grote misverstanden leiden over begaafde kinderen. Die zijn namelijk in het onderwijs lang niet altijd excellent in de zin van hoge cijfers halen. Integendeel, heel begaafde en briljante leerlingen zien we juist vaak heel laag scoren, met het risico dat ze naar een of twee niveaus lager afzakken. Als je alleen naar de cijfers en prestaties kijkt mis je vaak de kinderen die veel meer kunnen en meer uitdaging nodig hebben. In het ergste geval wordt zelfs gedacht dat het kind dom is of achter loopt in zijn/haar ontwikkeling. Wij hebben op mijn school (vo) daarom gekozen voor intelligentiestructuur- en motivatietesten om te bepalen welke mogelijkheden een leerling heeft. Julliedoen iets dergelijks, begrijp ik.
    4. Ik kan niet genoeg waarschuwen voor het gebruik van Citotoetsen. Gebruik die alsjeblieft niet om een kind voor jullie talentproject te selecteren! Zoals ik eerder schreef: dit soort testen kijkt achteruit (wat heeft het kind gepresteerd) en niet vooruit (wat kan het kind).
    5. De begeleiding van (hoog)begaafde en talentvolle kinderen vereist een grote deskundigheid, net zoveel als de begeleiding van kinderen met leer- en gedragsproblemen of stoornissen. Het is geen luxeprobleem. Veel hoogbegaafde kinderen zouden liever ‘gewoon’ zijn. Pas bij goede begeleiding en de juiste didactiek komen ze tot bloei en kunnen echt gelukkig worden.
    6. Ik heb bewondering voor de moed van de leerkrachten die je in je post noemt, die deze uitdaging aan durven gaan.
    Ik wens jullie heel veel succes!

    Like

  2. Dank voor je reactie! Even kort antwoord op je punt 3, 4 en 5:
    3: Wij geven niet het etiket excellent op basis van cijfers. Excellent op basis van de screening, dus in vergelijking met andere kinderen. Op basis van wat ouders aangeven, en wat leerkracht ziet in de klas. Komt geen cijfer aan te pas.
    4: We selecteren de leerlingen niet op basis van CITOtoetsen! We gebruiken een screening (dus mening ouders en leerkracht over kind in vergelijking met andere kinderen), en na een gesprek gaan we het echte niveau bepalen, om het juiste materiaal aan te kunnen bieden. Hiervoor gebruiken we oa normgebaseerde toetsen als CITO, maar altijd normgebaseerde diagnostiek in combinatie met criteriumgebaseerde diagnostiek. Een combinatie van observaties (inderdaad wat doet en kan een kind met het materiaal), peilingsspellen en toetsen dus. En inderdaad, kijken naar wat een kind kan. (Ik ben geen tegenstander van CITO, wel van de manier waarop hij in het onderwijs gebruikt wordt).
    5: Juist in dit project, om een manier van werken in te voeren die voor alle kinderen geldt, zijn de hoogbegaafde kinderen gewoon. Iedereen werkt op eigen niveau, en steeds weer in wisselende groepen (want goed in rekenen betekent niet altijd goed in taal. Belangrijk is dat het werken op verschillend niveau in eenzelfde groep, of op eenzelfde niveau in een qua leeftijd gemengde groep, volstrekt vanzelfsprekend is en dat elke leerling wordt gesteund in zijn of haar ontwikkelingen. Leerkachten hebben inderdaad deskundigheid nodig, maar een goede diagnostiek, en goede indeling en kennis van het materiaal, kan al een hoop leer- en gedragsproblemen voorkomen.

    Like

    • Dat had ik al gedacht. Jullie project zit heel degelijk in elkaar. Mijn opmerkingen waren dan ook vooral voor de rest van de wereld bedoeld. Pas op met het gebruik van het begrip excellente leerling en pas op met de interpretatie van cijfers.
      Ik kijk uit naar meer nieuws over jullie project.

      Like

    • De reden waarom ik zo fel ben op dat woord excellent is dat beleidsmakers en politici dat te pas en te onpas in de mond nemen. Dan worden we afgerekend op die excellentie, die natuurlijk alleen gemeten wordt met standaardtesten en examenscores. Voor alle duidelijkheid, niet door jullie. Wat er werkelijk voor nodig is om een kind de mogelijkheid te geven het beste uit zichzelf te halen, wordt daarbij voor het gemak vergeten.

      Like

  3. Hoi Amber,

    Mooi stuk, maar eigenlijk geldt dit voor elk kind.

    Hans

    Like

  4. Als het goed is: ORD 2013 :-)

    Like

  5. Hans, helemaal gelijk! Ik zie dat het niet in mijn post terecht is gekomen. Maar het is inderdaad een werkwijze bedoeld voor alle leerlingen, maar in ons onderzoek richten we ons op het effect ervan op de excellente leerlingen. In 1 van mijn reacties staat ook: om een manier van werken in te voeren die voor alle kinderen geldt,

    Like

  6. vind je dat begaafde leerlingen ook versneld door het programma mogen ( dus eerder van school), zoals Floor Sietsma die VWO in 2 jaar deed? Mijn dochter heeft bv een klas overgeslagen en is goed terechtgekomen

    Like

  7. vind je ook dat een leerling dan ook sneller door de school heen mag, dus eerder afsluiten? Mijn dochter heeft een klas overgeslagen en is goed terechtgekomen en Floor Sietsma heeft VWO in twee jaar gedaan.

    Like

  8. Ik vind het belangrijkste om te kijken naar het kind. Op alle vlakken, dus zowel cognitief, als motorisch, als sociaal-emotioneel enz. Als leerlingen toegang hebben tot onderwijs op hun cognitieve niveau, maar wel willen samenspelen met leeftijdgenootjes, is versnellen misschien niet altijd de beste oplossing. Als het op alle fronten beter is, dan kunnen ze prima klassen overslaan. School moet hier een werkwijze in vinden.
    Echt hoogbegaafde leerlingen kunnen de stof inderdaad doorwerken in zeg een jaar. Dan heb je dus heel veel ruimte om andere zaken aan te bieden, nav interesses van het kind.
    En: als we op basisscholen zo gaan werken, kunnen VO scholen natuurlijk niet achterblijven….. Uiteindelijk zal er misschien geen sprake meer zijn van ‘versnellen’ omdat het heel normaal is om gemengde klassen van allerlei leeftijden te hebben enzo. (En misschien dus niet eens klassen meer, maar iets van locaties voor bepaalde inhoud)

    Like

  9. Een interessant concept in dit verband is Kunskapsskolan in Zweden http://www.kunskapsskolan.com/, waar leerlingen ieder in hun eigen tempo en op hun eigen niveau de vakken volgen. Leerlingen zitten hier niet in groepen met hetzelfde ‘bouwjaar’ bij elkaar. In Nederland gaan enkele scholen in Venlo hiermee beginnen. Verder ook in Engeland en New York.

    Like

  10. Tot mijn grote vreugde lees ik, dat de aanpak die men voor ogen heeft bij hoogbegaafde leerlingen in de basisschool betekent, dat men het leeftijdsgebonden onderwijs los moet laten.
    Ik vecht al decennia voor de afschaffing van het leerstofjaarklassensysteem, waarin men àlle leerlingen van een klas hetzelfde wil leren in dezelfde tijd. Dat doen we al meer dan 100 jaar! Lukt het niet, dan is er de maatregel van het doubleren. Daarna bieden we die zwakke leerlingen ongegeneerd weer onderwijs aan met de snelheid van de gemiddelde leerling, die hij juist niet aankan. De begaafdere leerlingen houden we tegen met wat verrijkingsstof, maar ze mogen niet versnellen. Natuurlijk gebeurt dat hier en daar wél, maar het overslaan van een klas is uiterst zelden mede een verdienste van de school.
    Bovendien het gaat om uitzonderingen en ik vrees dat dit bij u ook zo zal gaan. Men zal een aantal scholen en leraren over weten te halen om uw strategie toe te passen voor veelal die éne werkelijk hoogbegaafde leerling in de klas, maar de rest van de klas volgt gewoon het leerstofjaarklassensysteem.
    Daar heb ik ernstige bezwaren tegen.
    Wie komt er nu eens met iets dat voor àlle leerlingen TEGELIJK een werkelijke verbetering is?
    In mijn blog staan er vele artikelen over en ik schreef er verschillende boeken over, helaas kennelijk bij té weinig collega’s bekend.
    Denk ook aan de universiteiten, waar de studenten over een studie van 4 jaar zonder problemen 6 jaar mogen doen. En daar werkt men niet met vaste leerstof per jaar voor àlle studenten en met een doublure als de student te zwak bleek.
    Niemand neemt deze vergelijking mee in het denken over het basisonderwijs!

    Like

    • Bedankt voor je reactie! Ik reageer even kort, want ben nog met verlof. Deze zin: ‘Men zal een aantal scholen en leraren over weten te halen om uw strategie toe te passen voor veelal die éne werkelijk hoogbegaafde leerling in de klas, maar de rest van de klas volgt gewoon het leerstofjaarklassensysteem.': onze interventie streeft JUIST naar een zelfde aanpak voor ALLE leerlingen. Dus iedereen maakt gebruik van de ingerichte kasten en iedereen mag op eigen tempo werken. Ben je toe aan materiaal van andere klassen, dan staat dat tot je beschikking. De rest van de klas werkt ook op eigen niveau en tempo. En ja, het is natuurlijk wel zo dat voor ongeveer 80% van de leerling het huidige tempo gewoon ok is. Dus dat jaarklassysteem is voor hen ok. Dus die kunnen prima gewoon de stappen nemen die we ze nu ook al laten nemen. Het gaat echter om een omslag in denken, dat je niet dat wat voor veel best werkt, ook aan iedereen opdraagt. Dat je in staat bent om iedereen te bieden wat hij/zij nodig heeft. Loslaten van gedwongen systeem, maar wel ook hebben voor leerlijnen en curriculum.

      Verstuurd vanaf mijn iPhone

      Like

Trackbacks/Pingbacks

  1. Excellent onderwijs voor excellente leerlingen | HB onderwijs Nieuws | Scoop.it - 21/12/2012

    [...] Het ene project (Excel Kwadraat) richt zich op de kleutergroepen en groep 3 van het reguliere onderwijs. Doel van het project is om excellente leerlingen binnen 6 weken na start op school onderwijs te bieden op hun niveau.  [...]

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 2.308 andere volgers

%d bloggers like this: